Margriet Van den Berg wreef haar handen aan de theedoek en tuurde voor de zoveelste keer naar de klok. Halfzeven. Dochterlief had om zes uur thuis moeten zijn van haar werk. Vandaag was een bijzondere dag – morgen werd ze vijfenvijftig, en ze hadden samen een feestmaal gepland.
“Mam, ik ben thuis!” klonk het uit de gang, maar het had een vermoeide ondertoon, niet de gebruikelijke vrolijkheid.
Femke liep de keuken binnen, smeet haar tas op een stoel en ging meteen naar de koelkast voor water. Haar moeders intuïtie – drieëndertig jaar ouderschap maakte dat een blik genoeg was – registreerde de spanning. “Wat is er, lieve meid?” vroeg Margriet terwijl ze tegenover haar ging zitten. “Je lijkt niet jezelf.”
“Ach mam, niets aan de hand,” mompelde Femke zonder oogcontact. “Gewoon moe van het werk. Die nieuwe baas jaagt me iedere dag rapporten op.”
“Och gut,” onderdrukt Margriet haar bezorgdheid. “Laten we dan maar koken. Ik heb vlees uit de vriezer gehaald en de aardappels geschild. Misschien een ovenschotel met kaas? Jij bent er altijd dol op.”
Femke knikte zwijgend en waste haar handen. Al jaren bereidden ze samen de verjaardagsmaaltijd voor. Sinds Femkes scheiding was dit hun ritueel: keuvelen over koetjes en kalfjes terwijl ze stamppot roerden, uitbuiken over de verbrande appeltaart van vorig jaar.
“En, zin in een simpel maaltje?” vroeg Femke plots, terwijl ze uien snipperde. “Ik ben echt kapot.”
Margriets moederhart trok samen. Dit was ongekend – Femke kón niet wachten op hun kookmarathons. Meestal stortte ze zich er met nieuwe recepten in als een bezetene. “Tuurlijk, schat,” stemde Margriet in. “Dan bakken we aardappeltjes met kip.”
Ze werkten in verdacht stilzwijgen. Er hing een muur tussen hen; Femke beperkte zich tot éénwoordantwoorden en stortte zich op randklusjes: uienschillen, pannendweilen. Toen ze aan tafel gingen, barstte het los: “Jé, Femke,” zuchtte Margriet, “vertel nou wat er wélkt. Is het werk? Of Maarten?”
Maarten – Femkes vriend, een beleefde kerel die na een half jaar al familie voelde – zorgde voor een nieuwe kleur op Femkes wangen. “Met Maarten is alles oké,” draaide ze haar vork door de aardappelen. “Echt, morgen ben ik weer de oude.”
Na het eten ruimde Femke snel af. “Ik ga maar vast,” kondigde ze aan terwijl ze haar jas pakte.
“Vast?” Margriet keek verbaasd. “Geen thee met die appeltaart? Je favoriet, met die knapperige kruimel!”
“Morgen drinken we thee,” haastte Femke zich. “Met de gasten.”
“Gasten?” Margriet fronste. “We hadden toch afgesproken alleen te zijn?”
Femke bevroor bij de deur. “Tja… ik dacht… misschien Maarten uitnodigen? En tante Geertruida vraagt altijd naar je verjaardag…”
Margriet kwam dichterbij. “Je houdt iets achter, schat. Ik voel het.” Femke draaide zich om, haar ogen glinsterend.
“Mam, morgen praten we? Nu ben ik poepslaap.” Een snelle kus op de wang, en ze vertrok.
Die nacht lag Margriet te woelen. Werk? Dan zou Femke het vertellen. Relatieproblemen? Maar gisteren hoorde ze hen nog giechelen aan de telefoon. Gezondheid? Een rilling liep over haar rug. Héél die wereld begon bij Femke. Na haar mans overlijden was Femke haar álles: vriendin én kompas.
De volgende ochtend tooide Margriet zich feestelijk – het was tenslotte haar dag. Ze legde het mooiste tafelkleed neer, zette het porseleinen servies klaar. Misschien was Femke gewoon overwerkt?
Tegen tienen belde de telefoon.
“Liefste mam! Gefeliciteerd!” Femkes stem klonk gespannen. “Alles goed? Nog zin in de taart?”
“Dankje, meid. Kom je nog?”
“Ik… moet iets afhandelen,” stamelde Femke. “Rond tweeën?”
“Prima. Ik heb alles klaar.”
“En mam… Mag Maarten mee?”
“Natuurlijk wel!” Margriet legde de hoorn neer met een geknepen hart. Dat geaarzeld over Maarten…
De tijd kruipt voorbij. Femkes favoriete gerechten staan te dampen. Twee uur… halfdrie… niemand.
Om drieën danst bekend getrappel op de trap.
“Mam, we zijn er!” Femke stormt binnen, gevolgd door Maarten met een bos tulpen.
“Mevrouw Van den Berg, van harte!” Hij overhandigt de bloemen. “Gezondheid en veel geluk gewenst!”
“Dank je, Maarten,” Margriet neemt de tulpen aan, maar haar blik blijft aan Femke kleven. Die staat erbij als een geslagen hond.
Tijdens de thee
Terwijl Margriet naar de piepkleine witte pinnetjes keek die Femke en Maarten als ‘verjaardagscadeau’ hadden meegebracht – eigenlijk het nieuws van een kleinkind én Femkes vertrek naar een eigen huis – moest ze plotseling aan die verbrande appeltaart van vorig jaar denken, en hoe ze vanaf morgen alleen nog maar gast zou zijn in haar dochters nieuwe leven.






