**Niet te geloven**
Niet te geloven. Hier dans ik weer met jou, alsof er geen twintig jaar voorbij zijn gegaan. Herinner je onze laatste ontmoeting nog? Het was het schoolbal. We walsden toen ook. Geluk hing in de lucht. Ik verdronk in de diepte van jouw ogen. Blauw, zo blauw… Die avond wilde ik je iets belangrijks vertellen. Dat we binnenkort ouders zouden worden. En toen ik het zei, werd je zo boos.
Toen zei je, kortaf:
*”Te vroeg om hierover na te denken. We moeten wachten.”*
Het voelde alsof ik met kokend water werd overgoten! Ik snáp het, het was slecht getimed. Maar wat kon ik doen? Niets was terug te draaien. We gingen uit elkaar. Maar mijn liefde voor jou bleef nog lang smeulen.
Je brak mijn hart toen… Mijn ziel lag aan diggelen. Ik wist dat je niet van gedachten zou veranderen, nooit tot inkeer zou komen. Jouw karakter? Keihard! En dat was precies wat ik zo aantrekkelijk vond aan jou.
…Onze vriendinnen hielden me op de hoogte van je leven. Ik weet dat je getrouwd was, twee volwassen zoons hebt. Gescheiden. Ik weet ook dat je altijd naar klasgenotenreünies komt. Altijd vraag je naar míj. Maar onze oude klasgenoten weten niets over míjn leven. Ik ben nooit naar zo’n reünie geweest. Bang. Voor jóú… Bang dat ik in je ogen zou kijken en zou verdrinken. Wegzinken, zonder terug te kunnen komen. Jarenlang was ik bang. Een jaar of tien.
Tot hij in mijn leven kwám. Ik trouwde in een opwelling, zonder echte liefde, alleen maar dankbaarheid. Hij begreep het… en dwong niets. Mijn dochter nam hij aan als zijn eigen. Trouwens, ik noemde haar Liefje. Andere namen kwamen niet in aanmerking. Ze lijkt sprekend op jóú.
Mijn man houdt van me. Ik voel het in iedere vezel. Zijn daden, zijn woorden, zelfs zijn blik – alles straalt tederheid uit. Pas na vijf jaar huwelijk ontdekte ik dat ik verliefd was geworden op m’n eigen man! Hij wist me met woorden te omarmen, werd mijn reddingsanker. Stilletjes vond hij de sleutel tot mijn hart. En ik stapte met opluchting binnen in zijn wereld van goedheid en begrip. Niemand kan onze liefde nog verstoren!
Liefde overwint alles, Wouter. Maar jij hield nooit echt van me. Ik was gewoon een jeugdige verstrooiing voor jou. Ach, dat is nu verleden tijd.
O, maar ik praat alleen maar over mezelf! Hoe gaat het eigenlijk met jóú, Wouter?
*”Ach, Kaatje… Niet bepaald florissant. Een beetje doelloos. Een paard zonder teugels, zeg maar. Mijn zoons hebben hun eigen leven. Ik ben alleen. Denk vaak aan jou…”*
*”Hm… Wij hebben drie kinderen, Wouter. Liefje en een tweeling. Ze zijn zes. Weet je nog wie je beste vriend was? Sjoerd van der Veen?”*
*”Sjoerd? Natuurlijk! Niet alleen mijn beste, maar míjn enige vriend. Na de middelbare school verbrak hij al het contact. Reageerde nooit, ontweek me… Ik weet niet wat er met hem gebeurd is.”*
*”Wouter, kom eens even mee naar het raam. Kijk naar het schoolplein.”*
Wouter keek naar buiten. Hij kon zijn ogen niet geloven.
*”Ik snap het, Kaatje. Ik snap het helemaal… Wat een kronkels van het lot!”*
Beneden op het schoolplein stond… Sjoerd van der Veen. Aan zijn hand twee kleine meisjes. Naast hem een meisje van een jaar of twintig. Met ogen die blauw waren, zo blauw…
*”Dag, Wouter! Ik ga maar naar m’n gezin.”*
*”Kaatje… waarom besloot je dit jaar eindelijk naar de reünie te komen?”*
*”Ik was niet langer bang, Wouter. Ik kijk naar je… en mijn hart zwijgt.”*






