Lieve Daan, je ziet dat ik langzaam een grijze baret trek. Ik smeek je: heb een beetje geduld met me!
Probeer me te begrijpen op het moment dat ik je echt nodig heb, want die momenten worden er steeds meer.
Word niet boos als ik steeds dezelfde anekdote vertel – de derde, vierde of tiende keer. Denk terug aan hoe ik je als kleine spruit leerde de eerste klanken uit te spreken, hoe ik je het alfabet keer op keer voorlas tot je elke letter kende. Herinner je hoeveel keer ik je iets uitlegde totdat het eindelijk klikte. Ik raakte nooit uitgeput, want jij bent mijn zoon, mijn bloedverwant.
Dus nu: luister gewoon even, ook al heb je het gevoel dat je het al honderd keer hebt gehoord.
Wees niet boos als ik wat trager loop, als ik je niet meer kan inhalen zoals vroeger, als mijn benen hun eigen wil lijken te hebben. Denk aan die eerste keer dat ik je handje vasthield en je leerde lopen, hoe onvast je stapjes waren en ik je stevig vasthield om een val te voorkomen. Denk aan hoe je rende en ik je achterop liep, lachend, en je net op tijd ving voordat je tegen de stoep viel.
Nu mag ik niet meer zo snel en sterk zijn, maar van binnen blijf ik dezelfde vader.
Verklaar me niet van onreinheid als het huis niet meer glimt zoals vroeger, of als ik vergeet waar ik mijn sleutel of bril heb neergelegd. Denk aan de nachten dat ik niet sliep en over je waakte toen je koorts had, hoe ik je op mijn schouder droeg en de beste huisarts zocht om je sneller beter te maken.
Ik werd moe, maar ik klaagde nooit, want jij bent mijn zoon.
Heb geduld als ik struikel over nieuwe gadgets, als ik niet snap hoe die nieuwe smartphone of laptop werkt. Als ik dezelfde vraag een paar keer stel, geef me dan de tijd, leg het nog eens uit en houd je irritatie in bedwang. Denk aan hoe ik je leerde je veters te strikken, hoe ik je de lepel liet vasthouden, hoe ik je de wereld uitlegde – langzaam, geduldig en met liefde.
Jij mag me niet veroordelen omdat ik nog steeds over je pieker, ook al ben je nu een man. Ik wacht nog steeds op je telefoontjes, denk aan je, bid dat alles goed gaat, en als ik je vraag wat je gegeten hebt, hoe je dag was of of je goed hebt geslapen, neem het niet afwijzend. Begrijp gewoon: voor mij ben je altijd mijn kleine jongen.
Op een dag zul je zelf ervaren hoe het voelt om te wachten tot je kind laat thuiskomt, de voetstappen bij de deur te horen en opgelucht te zijn dat hij veilig thuis is.
Ik weet dat er een moment zal komen dat ik te zwak ben om voor mezelf te zorgen zoals vroeger. Ik weet niet hoe ik zal zijn – misschien vergeetachtig, misschien een beetje wispelturig. Maar ik smeek je: draai je niet van me af in die tijd.
Herinner je hoe ik je luiers verwisselde als je een baby was, hoe ik je wiegde als je huilde, hoe ik je beschermde als je bang was.
Als ik dingen anders ga doen, als mijn gewoontes veranderen, als mijn woorden soms in de war raken – word dan niet boos, niet teleurgesteld, verlies niet je geduld. Sta gewoon naast me.
Wanneer mijn tijd komt om dit aardse fietspad te verlaten, treur niet. Weet gewoon dat ik gelukkig was, want ik had jou – mijn zoon, mijn trots, mijn liefde.
Laat de mooiste dagen die we samen deelden in je geheugen blijven, laat je herinneren dat ik sterk, liefdevol en zorgzaam was.
Ik ben je dankbaar voor elk moment dat we samen hebben doorgebracht.
Zolang we elkaar nog aankijken, wil ik dat je weet: ik hou van je, Daan. Voor altijd.






