13 april 2023
Vandaag zat ik aan de oude eiken tafel in de woonkamer van Jan en Janneke, en ik hield in mijn handen de zakhorloge van Gerrit. Het was zwaar, met een verweerd zilveren kastje en een gebarsten glasplaat. De wijzers stonden bevroren op half zes – een tijd die niets of juist alles betekende. Ik draaide ze langzaam tussen mijn vingers, alsof ik de beweging kon terugroepen.
— Wat verberg je, Gerrit? — fluisterde ik tegen de wijzerplaat. — Je droeg het altijd, zelfs toen het kapot was. Waarom?
Gerrit stierf drie maanden geleden door een plotselinge hartaanval, net zo onverwacht als een bliksemschicht. Janneke was tweeëndertig, hij vijfendertig. Ze hadden net begonnen te dromen over een toekomst: kinderen, reizen, een klein moestuinje achter het huis. Maar de tijd stond stil, net als die horloge.
Ik zuchtte en legde het horloge opzij. Ik wilde Gerrit’s spulletjes opruimen, maar elke trui, elk boek bracht me weer bij hem. Het horloge bleef de laatste onopgeloste puzzel. Gerrit had nooit verteld waar het vandaan kwam, alleen “Het is belangrijk, Janneke.” en niets meer.
Ik stond op en liep naar het raam. Ons huis in een buitenwijk van Amsterdam lag te drijven in het herfstbladeren. Kinderen uit de straat renden met een bal, een hond blafte in de verte. Het leven ging door, maar voor Janneke leek het bevroren.
— Genoeg, — zei ik tegen mezelf. — Het moet verder, al is het alleen voor hem.
Janneke was niet iemand die snel opgeeft. Voor het huwelijk werkte ze als bloemist in een stadswinkel, maakte boeketten die elke voorbijganger een glimlach bezorgden. Gerrit grapte dat ze “de bloemen temde”. Hij zelf was ingenieur, stil maar met warme ogen. Ze ontmoetten elkaar bij toeval: Janneke liet een vioolpotje vallen bij de ingang van een café, en Gerrit, die net langs liep, hielp de scherven opruimen.
— Maak je geen zorgen, het bloemetje overleeft het, — zei hij toen, met een glimlach. — Jij lijkt wel in shock.
— Het is mijn mooiste potje! — protesteerde Janneke, waarna ze lachte. Zijn kalmte was aanstekelijk.
Zo begon hun verhaal. Een jaar later trouwden ze, kochten een huis in de buitenwijken, namen een kat genaamd Sneeuwbal aan. Ze droomden van een kind. Een half jaar geleden verloor Janneke een baby op de vijfde maand. Gerrit hield haar hand, sprak geen woord, maar zijn stilte sprak luider dan woorden. Ze spraken nooit over die pijn, ze leefden gewoon verder. En nu was hij er niet meer.
Het horloge lag op de tafel als een herinnering aan het onuitgesprokene. Janneke pakte het en besloot naar de oude klokmaker in de stad te gaan, een man die Gerrit ooit had genoemd. Misschien wist hij wat er mis was.
De werkplaats van de klokmaker lag in een smal steegje, met een uithangbord: “Klokken & Tijd – Reparatie”. Achter de toonbank zat een bejaarde man met dikke wenkbrauwen en een vriendelijke glimlach. Hij heette Jan de Tijd.
— Goedendag, — zei Janneke terwijl ze het horloge op de toonbank legde. — Het tikt niet meer. Kunt u het repareren?
Jan de Tijd zette zijn bril op en bekeek het horloge nauw






