Deze avond beloofde lastig te worden. Rondom Jelle woei de wind door de Amsterdamse straten, fietsers bromden voorbij en stadsbewoners haastten zich naar hun bestemming, terwijl hij in zijn eentje zat met zijn gedachten. Hij wist niet hoe, maar vier jaar samen met Lies leken ineens te wegzakken in een groef van onbegrip. Hij had alles geprobeerd: exotische cadeaus, zondagmiddagwandelingen langs het IJ, zelfs een boterham met worst gemaakt, want Lies had altijd beweerd dat hij dat nooit goed deed. Maar sinds de zomer had ze hem bijna iedere avond aan zijn voeten, of hij zat in de keuken te verdwijnen in zijn mobiele scherm, alsof ze een boek met onleesbare taal was geworden.
Hij herinnerde zich hun ontmoeting in de studentenbar in Leiden. Lies had er gehangen, glas wijn in haar hand, en Jelle had gelijk gezien dat ze een andere kern had dan de andere meiden. Ze droeg een vintage trui, had interesse in kunst en een snijtang voor domme verhalen. Met haar hoeften ze niet overweegt te worden; hij had haar het gevoel gegeven als een koningin, gaf haar een bosje bloemen elke week, en plande reizen naar Brugge of Munchen, alsof relaties een soort checklist konden zijn. Tot diep in het voorjaar leek het nog te werken, maar tegen de herfst raakte hij van de wijs. Haar glimlach lag dikwijls slechts op haar lippen, haar ogen volgden hem als een gesprek dat te snel ging. En toen ze hem vertelde dat ze vanavond met vriendinnen ging, had het wel leek alsof ze hem een witte zak over zijn hoofd had gestoken.
Lies zat in de hoek van een bruin café langs de Singelgracht, waar een sfeer van oude houten tafels en flesje Brouwland hing. Ze was razend op zichzelf. Jelle was alles wat een meid zou kunnen wensen: vast, goed met geld, en met ogen die glansden als hij haar iets kochte. Maar haar hart was geleidelijk verstijfd. Haar vriendschap met Max kon daarbij alleen maar als een onszeldig continuïteit voorkomen. Hè, wat lag erin? Een jongen die meestal dingen verknoeide, maar die toch zijn weg had gevonden naar haar telefoon. Haar SMS’jes met hem waren kort, zelfs onschuldig. En toch, zoals vandaag, had ze hem net zien stappen langs het café, jas flappend in de wind, en was haar maag bijna gebeld.
Ineens dreef het haar. Jelle was de perfecte man, precies wat je op Tinder op zoek wou, maar Max had een soort ziel die onberekenbaar was. En daarin lag het gevaar. Ze had geprobeerd het te verdringen, tot op de avond dat Max terwijl ze oude film avonden had doorgebracht, z’n hand op haar knie had gelegd en had gezegd: “Lies, we konden ons dit niet blijven dromen.” Ze wist niet of het liefde was. Alleen dat het iets duistere had opgeroepen in haar, iets dat Jelle nooit had kunnen geven.
Ze haalde diep adem en bestelde een koffie, voordat ze Jelle’s nummer intoetste. Ze wist niet of ze hem verwijtend moest aankijken of dankbaar. Maar ze moest het doen. Hij zou het verdiend hebben om te weten dat ze eindelijk omdraaide. En misschien, als hij begon te huilen, kon ze hem een theorie over relaties voorschotelen, alsof ze altijd al een goede vriendin was geweest. De wereld zou er door niet veranderen, maar misschien zou ze voor het eerst zelf als een persoon voelen.






