12 januari
Vandaag is alles veranderd. Mijn schoonmoeder, Dora van den Berg, stond opeens voor de deur van onze studio in Leiden. Hoe? Waarom? Alles in mij hoopte op rust na die drie jaren met haar weg. Maar hier was ze weer, met die tedere lach en die overtuiging dat ze weer thuis hoorde. Liesje zei later dat ze meende dat er een sierlijke glimlach om haar moeder heenging, alsof ze wist dat ze opnieuw meestersprong. Dora had haar appartement in Alkmaar verkocht, had ze lachend gezegd. “Dat was gewoon een uitje,” zei ze, alsof de zee daarbij niks maakte. Nog geen twee maanden geleden hadden we elkaar uitgelachen om haar kleurrijke verhalen over de windstillen buitentuin. En nu lag haar broek doormidden, haar pet lek en haar zelfvertrouwen in de greep van een druppelaar in de kamer.
Ze kwam binnen met zulke zekerheid dat ik haar geen kans gaf om te vertellen. Op de bank, met de kaasplank in haar handen, schonk ze er geen aandacht aan dat Liesje en ik stokstijf achterbleven. “Zeg, Pieterneut, ga jij even water halen?” zei ze, alsof ik haar kookclub niet al sinds oma’s tijd had overgenomen. Haar aanwezigheid was een soort landingsgolf van oude meningen en oplossingen: de nieuwe stoel moest kastanjebruin zijn, de waslijn had duidelijk de verkeerde lengte, en Liesje moest met haring beginnen, want tegen de zee hield ze nu maar weer geen schoonheid meer.
De ochtend na haar ‘toevalsevenement’ bij de Albert Heijn was Dora een beetje zachter. Ze trok zich terug achter de weektafel, deed alsof het einde van haar brillantinekapsel geen onderdeel was van het incident, en gebaarde bij elke theelepel alsof ze daarmee het lot ritueel versierde. Liesje en ik vonden haar eigenlijk vriendelijk, tot Dora haar telefoon op tafel legde en riep: “Ga rennen, Piete, je moet volwassen worden.” Die avond lagen we op de bank, met Citroën-kaassuggen in de hand, en vroegen we ons af hoe het met ons zou gaan als Dora haar knie niet had gebroken.
Toch brachten we haar naar een flatje in Den Haag. Liesje vond het zo’n slimme woelige zomer, want Dora’s moeder was dol op de Hoek van Holland, en die sprong was gewoon een gelegenheid. Dora’s nieuwe woning was klein, maar had wit goedkope tapijt en een stoofplaat waar ze al op ontbijtsoupeerde van de vroege ochtend. Soms kwam ze met pittige stoofschotels die ze eerst opstraalde en dan luidkeels genoegelijk liet weten: “Pas op, mensen. Die zul je niet gauw smaken.”
Toch vergeet ik niet die laatste avond in onze flat. Dora zat in de keuken en zong zonder stemverheerlijking over kraanwater met citroen, Liesje liet haar niet goed kijken naar het geplakte glas, en ik legde mijn hand op de hare alsof ik zo de stilte kon verklaren. Dora luierde net haar kleine verlaten dochters, maar niets was verder van waarheid. De voordeur was open, de zon schijnt door overuren, en de jazzband speelde op de radio. Dora had haar nuttigheid herontdekt: een nieuwe koffie, een beetje frats, en dan weer een liedje over brood, Borrel, en brood.
13 januari
Mijn moeder, Liesje’s schoonmoeder, is terug. Vanochtend stond ze opeens voor de deur van ons woningje in Haarlem, met een lachtret met een feestelijk air, alsof ze net etentje hadden gegeven en de nieuwjaarscadeau’s nog in haar tas zaten. Liesje stond er verstijfd bij, en ik voelde me als kind wanneer ik thuiskwam en oma aan de keukentafel zat, zoals altijd. “Ze is weg geweest,” fluisterde Liesje tegen mij, “maar nu is ze weer terug, en ze wil ons leven overnemen.”
Dora had haar woning in Scheveningen verkocht. Ze had er drie jaar gewoond, en voor ons was het gewoon een weg uit ons. Maar nu ze terug is, volgt ze haar oude patronen: kritiek op de keuken, vermaningen over de hygiëne, en suggesties over hoe we onze vakanties zouden kunnen besteden. “Je ziet er drie dingen in de spiegel,” zei ze gisteren, “en als je die niet ziet, ben je helaas niet verantwoordelijk genoeg.”
Toch was ze vandaag zachter. Ze had de ochtend doorgebracht in de apotheek, kaasnootjes kopen, en had de middag gezeten in de zon, met Liesje’s oude handtas op schoot. Ze zei dat het haar hier beter stond dan in Scheveningen. “Hier ben ik geboren, hier blijf ik, en hier zorg ik voor jullie,” mompelde ze, alsof ze dat niet vroeger al had geprobeerd.
Liesje en ik zijn niet tot stilstand gekomen. We wonen nog steeds in hetzelfde woningje, en Dora is nu alweer tevreden in haar nieuwe keuken. Maar we weten dat dit niet blijft. Liesje zegt dat ze haar moeder niet meer wil verwelkomen zoals vroeger. “Laat haar nou maar,” zegt ze tegen mij, “ze heeft haar eigen leven, en we hebben het ook op onze manier.”
Dora leert het langzaam. Ze heeft een theelepel van ons teruggenomen en op een plankje gezet, alsof het een sieraad was. “Ik heb jullie niet nodig,” zei ze vandaag, “maar ik wil laten weten dat ik er ben.”
14 januari
Het is vandaag twintig graden. Op de bank zit Dora in haar nieuwe appartement in Den Haag, met een wit joggingcapje en een boek dat niemand heeft gelezen. Toch is ze bijzonder tevreden. Liesje belde me om te vertellen dat Dora haar devanture geïnstalleerd had: een koffietafel, een hangplant, en een rij mandjes die ze in de winkel gekocht had. “Ze ziet er gewoon uit als een pastoor,” zei Liesje lachend.
Maar ook binnen de poort van haar nieuwe woning is ze zichzelf. Gisteren stuurde ze me een mailtje, gewoon beleefdjes, waarin ze schreef: “Piet, ik verheug me op de komende maanden. Een mooie oplossing voor de dingen die ons leven belangrijker maken.” Daaronder had ze een linkje gestoken naar een website waar ik met 40 euro een Mac bestelde.
Ik weet niet of ze op de bank zit en al lacht, maar Liesje en ik merken wel dat er iets verandert. De sfeer van Dora’s terugkeer lijkt te kalm. Ze probeert ons niet meer te vertellen wat te doen, maar soms vraagt ze wel: “Wat ben je van plan zondag?” alsof ze zo’n gevoel van bezending kreeg. Daar snap ik niets van, want ik weet dat ze het gewoon doet om een antwoord te krijgen.
Morgen is het weer hard vries weer. Dora beschrijft het als een tijdelijke toestand, maar ik weet dat ze zich wel warm zal houden in haar nieuwe wooneenheid. Liesje belde me om te zeggen dat ze het boven het haardvuur gebruikt. “Ze zegt dat ze hier eindelijk zit te genieten,” zei Liesje met een zachte glimlach. “En dat is waar.”






