Huilen op de Feestdag

Geertje zat verwezen op de bank, een vochtige zakdoek tegen haar ogen gedrukt. “Geertje, liefje, waarom huil je weer?” klonk Ingrids wanhopige stem. “Het is toch je verjaardag! Zeventig jaar! Straks komen de gasten…”

“Ik wil niemand zien!” snikte Geertje Bakker, haar gezicht in een kussen begravend. “Belo alles af! Zeg dat je ziek bent!”

“Ben je nou helemaal gek geworden? De taart is besteld, salades gemaakt, Bas is speciaal uit Amsterdam gekomen!” Ingrid Van der Veen schoof naast haar zus, raakte voorzichtig haar schouder aan. “Vertel op, wat is er?”

Geertje schudde haar hoofd. Ingrid keek hulpeloos rond. Alles stond feestelijk klaar: de tafel gedekt met wit linnen waar kristallen glazen en porseleinen borden met gouden rand pronkten. Bloemstukken vulden de hoeken met zoete geuren. Maar de jarige zat in de sofahoek als een boos kind.

“Geert, alsjeblieft…” Ingrid probeerde haar zus aan te kijken. “Is het met Dirk? Hij belde gisteren toch…”

“Juist, feliciteren!” Geertje lachte bitter. “Dertig seconden praatten we. ‘Mam, gefeliciteerd, druk, ik kus je.’ Meer niet! Ik wachtte de hele dag… dacht misschien komt hij… deze keer…” Ingrid zuchtte. Diederik, haar enige zoon, woonde al tien jaar in Rotterdam, bouwde aan een carrière. Bezoekjes waren schaars, soms met Kerst, en niet elk jaar.

“Je weet dat hij druk is…” probeerde Ingrid te sussen.

“Druk, altijd druk!” flakkerde Geertje op. “En ik dan? Twintig jaar in de fabriek, daadjuf tot mijn pensioen! Ik vergat nooit zijn verjaardagen! Cadeautjes, zelfgebakken taarten, vriendjes uitgenodigd! Nu? Ik ben lucht voor hem!”

Haar tranen stroomden heviger. Ingrid reikte zwijgend een nieuwe zakdoek aan.

“Weet je nog…” Geertje snikte, “…zijn achtste verjaardag? Die clown, de hele buurt kwam kijken. Zo blij was Dirk… zijn ogen twinkelden…” Gerard, haar man, was acht jaar geleden gestorven. Een hartaanval op de volkstuin, niemand kon helpen. Sindsdien leefde Geertje enkel voor haar zoon, haar steunpilaar.

“Misschien sturen we een duur cadeautje?” opperde Ingrid.

“Het gaat niet om spullen!” Geertje keek op. “Ik wil zijn aandacht! Dat hij belt, vraagt hoe het écht gaat. Af en toe langskomt! Nu stuurt hij enkel euros op m’n verjaardag. Net een vreemde bejaarde!”

De deurbel klonk. De zusters keken elkaar aan. “Vast Bas,” fluisterde Ingrid. “Was je gezicht, dit kan echt niet…”

“Ga jij maar open,” zuchtte Geertje. “Zeg dat ik hoofdpijn heb.” Bij de deur stond Bas met enorme rozen en een ingepakt cadeau.

“Tante Geert! Gefeliciteerd! Zeventig is een jubileum!” riep hij en kuste zijn moeder. Ingrid aarzelde: “Tante is wat onpasselijk…” Maar Bas liep al binnen. Geertje keek met rode ogen op, probeerde te glimlachen. Bas was haar tweede zoon. Toen Dirk studeerde in Utrecht, hielp Bas immer: een kraan repareren, boodschappen tillen.

“Dank je, Basje,” fluisterde ze, de bloemen aanvaardend. “Wat een plaatjesalbum! Herinner je onze jeugdfoto’s?” Hij bladerde het album open. De eerste foto toonde een jonge Geertje met baby-Dirk op haar arm, Gerard trots naast hen. Allemaal glimlachend.

“Bas, hoe kom je hieraan?” verwonderde Geertje zich. “Bij mam gevonden. Jullie aan het strand… ik vijf, Dirk zeven…” Geertje bladerde, tranen stroomden. Nu niet van verdriet, maar van een ander gevoel. Herinneringen overspoelden haar: picknicks bij Ingrid, kinderen die vlinders vingen; Sinterklaasavond, Dirk als Zwarte Piet, Bas als Sint; de schoolslagring.

“Hij was toen nog anders,” zei Geertje zacht, wijzend naar achttienjarige Dirk na zijn diploma. “Zo lief…”

“Dat is hij nog wel,” zei Bas voorzichtig. “Alleen… werk slokt hem op
En vanaf die dag belde Geertje Dirk geregeld gewoon op om te vragen hoe zijn dag was, en ontdekte tot haar blijdschap dat hij altijd een moment vrijmaakte voor haar stem.

Rate article