Het was alsof ik zweefde boven een polderlandschap, de dijken golfden languit onder mij en het licht was typisch Hollands: diffuus, grijs, maar toch zacht. Toen mijn dochter, Marieke van der Meulen, haar kleine meisje kreeg, probeerde ik haar te helpen. In de droom liep ik met mijn kleindochter, Fenna, door de grachten van Haarlem de bruggen bogen zich vreemd en de wateren waren stroop. Ik voedde Fenna, haar flesje gevuld met melk én hagelslag, waste haar rompertjes die in het windje ronddreven, en probeerde Marieke wat rust te gunnen. Want ik weet, met een baby is het zwaar; moeders in Nederland weten dat de dagen lang zijn, vooral als het regent en de klokken tikken traag.
Maar de hulp werd onmerkbaar vanzelfsprekend. Marieke en haar man, Bram, begonnen te doen alsof mijn aanwezigheid een soort handige fiets was, altijd te gebruiken. Ze gingen met vrienden naar het café om bitterballen te eten, planmatig elke donderdagavond. Fenna werd bij mij afgezet met de magische woorden: “Je blijft lekker bij oma, we hebben even wat te regelen.” Als een windmolentje draaide ik in rondjes, want ik had zelf ook plannen een museumbezoek, een markt in Alkmaar, gewoon even tijd voor mezelf. Echt, ik geloof dat ik tijdens mijn pensioen mijn eigen wensen mag koesteren, zoals tulpen in de lente.
Marieke belde me vaak s middags. Mam, kun je Fenna ophalen op de peuterspeelzaal? Ik moet naar de bedrijfsborrel en Bram gaat vissen op het IJsselmeer. Iedere keer voelde ik een koude trek over mijn schouders, maar ja, ik ging toch Fenna ophalen.
En vannacht in de droom gebeurde er iets zo surrealistisch dat zelfs de kaas van Gouda ervan zou smelten. Marieke belde. We gaan twee weken op vakantie naar Spanje, mam! Ik was blij, dacht meteen dat Fenna lekker zou spelen op het strand en misschien schelpen zou verzamelen. Maar de zon verdween en alles werd vreemd ze gaan zonder Fenna. Ze liet gewoon weten dat haar kleindochter die twee weken bij mij blijft. Niet eens gevraagd, gewoon gezegd. De wind waaide door mijn plannen heen, alsof alles van mij met haar mond tot lucht wordt.
Toen brak er iets in me; ik vertelde haar zacht, maar ferm: Ik ben je moeder, geen oppas. Als je een kind hebt, moet je je leven plannen met dat kind erbij vakanties, vrije tijd, je verlangen naar stroopwafels bij de koffie. Alles moet rekening houden met het feit dat je ouder bent. Waarom vraag je mij niet eerst? Marieke zuchtte, haar stem veranderde in een echo waar alleen klompen mee kunnen lopen: Je bent met pensioen, je hebt toch niets te doen? Maar ik zei haar dat ik niet bij Fenna ga zitten deze keer. Ik heb plannen, ik ga met mijn vriendin Rianne naar een pension in Zeeland. Neem Fenna mee naar Spanje, leer haar de zee kennen.
Zo ontstond er een wanklank tussen ons; Marieke zei dat ik een vreselijke oma ben. Maar ik bleef staan in de wind, een tulpenveld vol mogelijkheden. Geen oppas, geen dienstmeid gewoon mezelf, in het land van dromen dat Nederland heet.






