Wraak op afbetaling
Mevrouw Beerta stond al haar hele leven bekend als de wandelende krant van haar flat aan de Zandkreeklaan in Utrecht. Als er iets of iemand was om over te babbelen zij wist het. Deze keer was haar belangstelling gevallen op Jorinde, die net haar appartement uitliep. Mevrouw Beerta kon haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en met haar kenmerkende manipulatieve bezorgdheid versperde ze Jorinde de uitgang.
O, Jorinde, schat, is het uit met Thijs?
Jorinde slikte een zucht weg. Ze wist: als mevrouw Beerta geen nieuwtjes kreeg, zou ze niemand verder rust geven. Met een geoefende glimlach, die nog het meest weg had van een doorweekte hagelslag op toast, zei ze:
Nee hoor, hoe komt u erbij, mevrouw Beerta? Terwijl ze inwendig smeekte: Alsjeblieft, verdwijn gewoon. Óf ik stop je terug in je huis en timmer de deur dicht. Misschien helpt alleen een vloedgolf uit de Vecht
Om haar irritatie niet te tonen, voegde ze er zoete honing aan toe:
Tussen ons is alles fantastisch. We denken er zelfs over om het officieel te maken.
De wenkbrauwen van mevrouw Beerta schoten de lucht in, haar stem droop van achterdocht:
Goh? Wat grappig. Toen Kolletje en ik zon fase hadden, verhuisden zijn dozen niet ineens naar een andere verdieping.
Jorinde voelde haar maag samenknijpen. Ze begreep waar dit heen ging, maar was niet van plan voer voor geruchten te geven. Met ongekende zelfbeheersing antwoordde ze, zo droog als een beschuitje:
Daarom, mevrouw Beerta, u heeft zich waarschijnlijk vergist. Thijs heeft vast alleen de rommel van de berging uitgespit. U weet hoe het daar altijd opstapelt.
Jorinde was al bijna veilig een etage hoger toen de soundtrack van haar leven zich opnieuw aandiende: mevrouw Beertas stem, nu met het venijn van een vals Amsterdamse mop. De blik in haar ogen deed vermoeden dat ze een NOS-exclusief in handen had.
Natuurlijk, sneerde Beerta. Al dat afval wordt tegenwoordig alleen nog in koffers en met de auto weggevoerd. Had ik zelf kunnen bedenken!
Jorinde verstijfde voor de trapleuning, knokkelwit om haar tas, maar draaide zich niet om. Eén glimp irritatie, en de oude dame zou zich de koningin wanen van haar flatroddelrijk. Ze haalde diep adem, draaide zich beheerst om, en trok haar wenkbrauw op.
U bent niet te stoppen hè, Beerta? Gelukkig is het geen wedstrijd cynisme. Ze klom verder, besloten dit modderbad te ontlopen. Prettige avond, mevrouw.
Maar de flatcommandante kraakte dwars door de stilte heen terwijl Jorinde haar voordeur opendeed:
Ren maar, meisje, maar het is te laat! Thijs is niet met een taxi vertrokken, hoor. Zon prachtige blondine kwam hem ophalen! Tegen haar leg je het af, dat kan ik je wel zeggen!
Jorinde kneep haar ogen even dicht, sleutels snijdend in haar handpalm. Niet antwoorden, anders ben je nóg een half uur aan het bomen. Zwijgend stapte ze haar appartement in en deed de deur dicht alsof ze een NOS-journaal afsloot.
Van binnen lachte Jorinde scheef: Eén oude dame met teveel tijd en te weinig Netflix-abonnementen. Die leeft straks haar hele soap mee door de brievenbus.
Thijs is niet zo fluisterde ze zichzelf toe. Hij laat me niet zomaar stikken! Toch? Al deed het even flink steken. Het zijn gewoon roddels! Thijs is dol op me, we hadden plannen Toch?
Het was stil in huis minstens tot er een wit pluizig projectiel haar kant op stormde. Pluisje haar Noorse boskat knalwit als Sinterklaassneeuw, kwam mopperend de hoek om, haar groene ogen vol theatrale honger.
Jij ook al, Pluisje? grinnikte Jorinde, haar poes optillend. Is hier niemand die jou een beetje in het gareel houdt?
Pluis nestelde zich in haar nek, snorrend als een espresso-apparaat in de ochtendspits.
Rustig maar, moppie. We zullen die onverantwoordelijke Thijs flink op zijn nummer zetten. Eerst eten, dan aanpakken!
Ze zette Pluis bij het etensbakje en strooide met stijl wat fijne brokjes. Pluisje dook erop als een ware banketbakker bij Koningsdag, af en toe haar blik omhoog werpend. Alsof ze voor een laatste auditie voor Hollands Next Top Model stond.
Toch bleef er een knagend gevoel. Thijs zorgde áltijd voor Pluis, zelfs als hij haar bij tijd en wijle dat beest noemde. Was hij weg, dan belde hij voor de tijd om te vragen hoeveel gram kattenvoer, alsof hij op dieet was voor de kat. Pluisje kon hem overigens moeiteloos tot waanzin drijven, zeker als ze haar haar achterliet op zijn zwarte jeans of haar nagels afsloeg op zijn Hi-tec huispantoffels. Thijs vond het allemaal best, als hij maar niet gekrabd werd.
Maar nu was alles vreemd. Waarom had Thijs haar vandaag niet gevoerd? De woorden van mevrouw Beerta nestelden zich toch als een stekelig egeltje in haar achterhoofd. Jorinde liep zachtjes naar de slaapkamer, trok een lade open en voelde haar maag opnieuw samenpersen.
Zijn kleren Bijna alles weg. Een enkele spijkerbroek bungelde nog, een anoniem overhemd, een sok die haar nog toefluisterde: Het is uit
Die eeuwige Beerta had nog gelijk ook, dacht ze mismoedig, de kast sluitend. In de stille flat voelde het ineens kouder dan buiten, met Pluisje als haar enige metgezel, geduldig op haar voeten. Maar Jorinde was met haar hoofd ergens anders alles draaide om één punt: waar is Thijs gebleven?
Precies toen piepte haar telefoon. De naam Lieve Schat verscheen op het scherm. Ze opende het bericht. Slechts één zin:
Ik ben er klaar mee. Het is over tussen ons.
Jorinde verstijfde als een zoutpilaar. Haar gedachten werden vervangen door een echo van die paar woorden. Ze kneep haar telefoon fijn en fluisterde:
Durfde dat niet even in mijn gezicht te zeggen, sukkeltje?
Haar benen werden week, ze liet zich op de bank zakken. De telefoon stuiterde op het kussen, net toen Pluisje binnenstormde. Pluis maakte een elegante sprong en landde op haar schoot, neusje in haar kin duwend met een blik van: Aaien, mens! Ik ben de enige constante in je leven.
Jorinde kon niet anders dan een ironisch lachje produceren, schuilend achter het pluizenballetje. Pluisje, die normaal na twintig seconden knuffelen allang naar de vensterbank was gevlucht, bleef nu zitten en snorde luid. Alsof ze begreep: vandaag blijf ik.
Ze aaide haar kat, tranen stil over haar wangen. Wat moeten wij nou zonder die eikel, Pluis?
Pluisje antwoordde met een geruststellend spinnen Als er maar kattenvoer is, komt alles goed!
**********************
Een jaar later.
Jorinde lag met haar pantoffels op tafel, ingepakt in een dik vest, boek op schoot, thee dampend voor zich. Buiten was Utrecht diep in slaap, afgezien van het piepen van de tram. Ze keek naar de klok elf uur. Tijd om de dag uit te zwaaien, want morgen was het vroeg dag: werk in het ziekenhuis.
Net toen viel haar telefoon haar huisvrede binnen, indringend en volhardend gepiep. Wie kon dat nou zijn?
Welke malloot belt er nou op dit tijdstip? mopperde ze zacht.
Maar de telefoon bleef aandringen. Met een diepe zucht nam ze op.
Met Jorinde.
Hee, Jorinde lang geleden, klonk een stem als een opnieuw opgewarmde kroket.
Ze herkende hem meteen, ondanks alle therapie, podcasts en zelfhulpboeken. Thijs. Die haar een jaar terug als een slechte snack op Oudjaarsavond had laten staan.
Ze klampte zich vast aan haar mok. “Waarom, waarom nu?”
Wat wil je? Haar stem was koeltjes en als een jas vol afweergas. Binnenin voelde ze haar zenuwen trillen als een fietsslot zonder sleutel een jaar werk aan haarzelf verpulverd in drie seconden door zijn stem.
Jorinde Ik realiseerde me Ik ben niet netjes weggegaan. Had enorme privésores. Vond dat jij daar niks aan had. Maar ik stopte nooit met van je houden. Nu heb ik alles weer op de rails. Kunnen we opnieuw beginnen? Hij zuchtte dramatisch, klaar om opgehaald te worden door het Leids cabaretfestival.
Jorinde kneep haar ogen dicht. Sores, dacht ze. Ze wist heus: het waren geen echte problemen, alleen de drang om haar in te ruilen voor een luxueuzere uitvoering met Gouden Gids-haar en een leasebak. Ze had die scène nog helder op haar netvlies: Thijs met een perfect gestyleerde barbiepop in een Amstel-restaurant, haar make-up perfect, haar lach nep. En Thijs keek net zo beschaamd weg als een jongen die gepakt wordt met een pot chocopasta in de diëtafdeling.
Maar in plaats van hem af te blaffen, besloot ze het hem moeilijk te maken.
Jij gelooft vast dat ik nog in mijn eentje zit te verpieteren?
Ze hoorde de stilte aan de andere kant waarschijnlijk stond Thijs nu te wankelen als een girofiets zonder standaard.
Ze hield de stilte lang aan, genietend van dit moment van macht. Een jaar geleden liet hij haar in het ongewisse; nu mocht hij zelf eens zweten.
Je kunt niemand anders liefhebben dan mij je weet het zelf ook! klonk Thijs met de overtuiging van een man die denkt dat de wereld om hem draait.
Zeker een zelfvertrouwenprobleempje, sneerde Jorinde droogjes, de lach in haar stem nauwelijks verhullend. De verleiding was groot om op te hangen, maar ineens kreeg ze een idee. Tijd voor een experiment, dacht ze een lesje nuchterheid op zn Hollands.
Nou, Thijs… Misschien moeten we dan alles opnieuw proberen. Serieus. Met alles erop en eraan. Eten, bloemen, cadeautjes, de hele mikmak. En als dat allemaal goed gaat, kunnen we over een maand gaan samenwonen. Afgesproken?
Opnieuw voelde ze de internetsnelheid van Thijs hersensnelweg. Uiteindelijk zei hij opgelucht:
Top, ik ga je niet teleurstellen!
“Benieuwd hoelang hij dat volhoudt,” dacht Jorinde, “of hij zelfs een maand standhoudt zonder zn ware aard te laten zien.”
Ze was helemaal niet van plan het serieus opnieuw te proberen. Dit was haar manier om voorgoed een dikke punt achter het hoofdstuk Thijs te zetten.
Prima! zei ze met een lichte stem. Morgen, om zeven uur, in het café waar we onze eerste koffie dronken? Weet je het nog?
Jawel! Ik zal er zijn. Echt, Jorinde, ik ben zo blij!
Ze hing op, zette haar mok terug, haalde diep adem en voelde zich sterker dan ze zich in tijden had gevoeld. Morgen begon het nagespeelde toneelstuk. Maar deze keer was zij de regisseur.
*********************
En zo begon Thijs aan zijn “liefdesopfriscursus”. Elke dag sleurde hij zich naar boeketwinkels, boekte tafels in veel te dure eettenten, kocht kaartjes voor installaties waar hij niets van snapte en ginnegapte zich suf tijdens ongemakkelijke wandelingen door het Wilhelminapark. In zijn hoofd hield hij bij hoeveel euro de liefde inmiddels had gekost, elke dag zag hij zijn spaarrekening krimpen als een pak schuddebuikjes na een kinderfeestje.
Het idee: dit is een investering. Nog even doorgaan daarna weer terug naar het oude leventje. En zo verdroeg hij alles wat Jorinde voorstelde; haar smaak, plannetjes, eindeloze gesprekken over interieur verfkleuren. Op den duur werd hij gek van het praten over die gordijnen, maar hield zijn gezicht netjes in de plooi.
Eindelijk, aan het eind van de maand, doemde het laatste etentje op. Thijs stond voor de spiegel, strak in pak, goedkope ring in zijn jaszak, ruiker Hollandse tulpen bij het café besteld. Klaar om zijn Oscar op te halen voor Meest Toegeeflijke Ex.
Vandaag zou het veranderen. Dan zette hij de punt en kon terug naar zijn eigen routine zonder bloemetjesbehang en zonder kattenhaar op zijn sokken.
*********************
Thijs zat aan het raam bij café De Nieuwe Tijd, waar het allemaal ooit zo hoopvol begon. Hij draaide onrustig het nepringetje in zijn broekzak, de tulp in cellofaan stond te wachten alsof hij auditie deed als derde wiel aan de wagen.
Jorinde was laat. Tik-tak, een kwartier, een halfuur; zijn cola was al lauw. Hij probeerde haar te bellen, smste wat bezorgde Ben je oké?, maar kreeg niets dan stilte terug.
Toen uiteindelijk zijn mobieltje oplichtte, beet hij op zijn lip. Het was één simpel bericht:
“Ik ben klaar met je. Jij bent niet meer wie je was. Tot ziens.”
Woedend gooide hij zijn telefoon tegen de vloer, waar het scherm in duizend barstjes uit elkaar sprong. De bloemen smeten zich naadloos in de prullenbak, precies naast een half opgegeten tompouce. De serveerster schonk hem een blik vol medelijden of was het leedvermaak?
En, verscholen achter een boom bij het terras, stond Jorinde. Ze zag het allemaal: Thijs vol ongemak, zijn kwade gezicht, het weggooien van haar tulpenboeket. Ze glimlachte eindelijk controle.
Een maand lang had ze gezien hoe hij zich in allerlei bochten wrong, hoe geforceerd zijn grapjes waren bij haar suggesties, en gisteren nog hoorde ze hem per ongeluk bellen met een vriend: Nog even volhouden. Daarna is de oude Thijs weer terug! had hij geroepen, denkend dat zij niet luisterde.
Hier mee afrekenen deed pijn, maar het voelde ook bevrijdend. Opgelucht draaide ze zich om. De regen drupte licht, maar haar stemming was plots zonnig.
“Niemand is onmisbaar,” dacht ze nuchter, haar arm om Pluisjes reismandje. “En wraak? Die serveer je in Nederland het liefst koud, met een glimlach.”
Op naar een nieuw hoofdstuk zonder fabels, zonder mooipraters, maar met één constante: Pluisje en een stevig gevoel van eigenwaarde.






