Marieke van Dijk vermoedt al maanden dat haar man haar niet trouw is. Te vaak zijn er vergaderingen tot laat, te veel spontane ritjes ‘naar het magazijn voor gereedschap’, en telkens weer vreemde geuren aan zijn kleding die nergens op slaan. Marieke probeert haar vermoedens te onderdrukken, zwijgt en observeert totdat ze besluit een privédetective in te huren. Deze verzekert haar dat binnen een paar dagen alles onderzocht zal zijn. En vanochtend ontvangt ze bericht: enkel een kort adres, geen uitleg. Ga nu. Dit is belangrijk. U moet dit zelf zien.
Ze rijdt bijna een uur, steeds verder weg van Amsterdam. De snelweg verandert langzaam in slingerende polderwegen, tot ze uiteindelijk op een kronkelig pad tussen de weilanden belandt. Haar hart bonst zo hard dat ze het hoort echoën in de auto.
Het pad leidt haar dieper het bos in, en met elke kilometer smelt haar vastberadenheid weg. Ze verwacht het huis van een minnares te ontdekken, of de auto van haar man bij een afgelegen boerderij.
Bij aankomst vindt ze een oude bakstenen loods midden in het bos, waardoor een beklemmend gevoel haar overmant: een mix van angst en een vreemd, fysiek verdriet. Het gebouw doet denken aan een verlaten schuurtje geen autos, geen mensen.
Ze stapt uit, grijpt haar telefoon stevig vast en schuifelt richting de loods, klaar om elk moment de detective of zelfs de politie te bellen. De deuren staan op een kier, alsof iemand zich kortgeleden haastig naar binnen begaf.
Wat ze vindt, heeft echter niets te maken met een minnares of het soort verraad dat ze zich had ingebeeld.
Ze stapt dichterbij en duwt één van de deuren open; die kraakt, een geluid dat door merg en been snijdt. Binnen hangt een vochtige, ijzeren geur. Overal ligt puin, maar in de hoek valt een houten paneel op, ongewoon recht en stevig. Marieke loopt er naartoe, tast de rand af en de plank schuift zachtjes weg.
Achter de schuif verschuilt zich een smalle ruimte. Op een smerig matras zit een vrouw, mager, nog in leven, maar vastgeketend.
Marieke verstijft, kan haar ogen amper geloven. De vrouw tilt langzaam haar hoofd op, alsof iedere beweging pijn kost.
Ben jij de echtgenote? fluistert ze schor. Je had hier nooit moeten komen. Hij zei dat je er nooit achter zou komen.
Wie? Mariekes stem breekt.
De gevangen vrouw kijkt weg.
Je man. Hij houdt me hier al zeven maanden gevangen. Hij zei dat hij op zoek is naar vervanging.
Pas nu ziet Marieke het dienblad met eten op de grond de soep is nog warm. Iemand was hier net nog.
Plots weerklinken er voetstappen. De politie arriveert, geroepen door de detective.






