Voorbij de Grens van het Toelaatbare

Aan gene zijde van het toelaatbare

Zullen we de volgende sessie over een week plannen? Is dat voor u passend? Marijke legde zorgvuldig haar vulpen naast het porseleinen beeldje van een tulp en schonk de man tegenover haar een raadselachtige glimlach.

Prima. Met u wil ik zelfs buiten kantooruren afspreken. U hebt me letterlijk uit de gracht getrokken! Sijmen richtte zijn rug in de stoel, zijn ogen glinsterden als middaglicht op het IJsselmeer.

In zijn stem klonk geen enkel spoor van overdrijving: hij voelde oprecht dat zijn leven de afgelopen sessies net als een Amsterdamse gracht voorzichtig een andere bocht had genomen.

Mijn taak is niet meer dan steun bieden aan wie dat nodig heeft, sprak Marijke kalm, haar woorden als zachte regendruppels op het dak. En het doet me deugd dat u vooruitgang ervaart.

Het duurde maar een fractie van een seconde voor het masker van professionaliteit op haar gelaat. Van binnen voelde Marijke spanning trekken als een nat windjack tegen haar huid sinds ze opstond. Toch klonk haar stem natuurlijk. Door de jaren heen had ze geleerd hoe je iemand kunt aanmoedigen zonder jezelf bloot te geven de juiste woorden op het juiste moment, zoals hagelslag op een besmeerde boterham.

Sijmen wierp een korte blik op zijn telefoon. Zijn gezicht werd nog breder, alsof hij een appje met goed nieuws tussen de molens door kreeg. Hij begon zijn regenjas dicht te ritsen.

Tot volgende week dan, zei hij bij de deur, het beste.

Het beste, antwoordde Marijke, haar blik bleef even hangen, zoals de laatste straal van de ondergaande zon op een Amsterdams dakraam.

Maar zodra de deur achter Sijmen dicht viel, vloeide haar schijnbare rust als een lekkende fietspomp uit haar gezicht. Met een diepe zucht sloot Marijke haar ogen en leunde achterover in haar leren fauteuil, de geur van oude boeken vermengd met verse koffie. Haar schouders zakten omlaag en haar gezicht werd weer haar eigen. Nog een half uurtje tot de volgende cliënteen kostbare pauze om haar hoofd leeg te laten waaien.

Ze reikte naar haar glas water, nipte langzaam, als dronk ze het natte licht van de grachten zelf. Terwijl ze dronk dwarrelde haar hoofd vol gedachten: hoeveel van deze gesprekken nog vandaag? Hoe hield ze haar concentratie vast, haar empathie, als de moeheid in haar spieren kroop als mist over de polders? Voor nu, in deze dertig minuten, mocht ze gewoon zichzelf zijn. Niet de psycholoog, niet het anker van anderen, maar een gewone vrouw die even niets hoefde vast te houden.

Het was nu drie maanden geleden dat Sijmen verscheen in Marijkes leven, als een reiger ineens in haar achtertuin. Hij kwam binnen als een man gebukt onder de windeen stortbui aan werkproblemen, een zieke moeder in een Eindhovens bejaardentehuis en thuis een relatie die voelde als drijfzand. Het geld verdween sneller dan euros in een kroeg op vrijdagavond en zelfs zijn koffie smaakte naar motregen.

Zijn vrouw had hem uiteindelijk naar de praktijk gestuurd. Je moet het proberen, smeekte ze, anders zinken we allebei.

Sijmen had zich lang verzet, therapie vond hij voor mensen die hun fiets niet zelf konden repareren, maar met genoeg aandringen knakte hij via een collega vond hij Marijke.

Bij hun eerste ontmoeting meende Marijke: hier zat een doorsnee Nederlandse man, rustig, afstandelijk, maar met ogen zo moe als de takken van een knotwilg in februari. Ze zag eerst alleen de cliënt, een soort zuigende casus een puzzel die ze wilde oplossen. Ze ging aan de slag, met haar methodes als een haringkar; eerst anamnese, dan probleemdetectie, dan strategieën voor herstel.

Voorzichtig maar gestaag kwam er beterschap. Sijmen glimlachte vaker, vertelde openhartiger, durfde plannen te maken. Marijke was tevreden. Maar zoals herfststormen boomtakken splijten, sloeg er iets om in haar binnenwereld. Ze vroeg zich steeds vaker af wie Sijmen was buiten deze kamer. Zijn eerlijkheid, zijn pogingen tot herstel steeds vaker klonken die niet enkel in haar oren, maar in haar hart. Ze betrapte zich erop dat ze uitkeek naar zijn sessies. In de schaduw van haar gedachten doemde geheel onuitgenodigd de mogelijkheid op van een leven dat niets met therapie te maken had.

Het besef kwam niet in één keer, maar sloop naar binnen als mist tussen de weilanden: ze had zich hopeloos vergist, zou zij als ervaren psycholoog niet beter moeten weten? Maar haar gevoelens kende geen logica meer. Haar huwelijk was altijd solide geweest, als een bakstenen huis aan de Amstel: Joost, haar man, zorgzaam, trouw en altijd geduldig. Samen hadden ze een dochter opgevoed, samen het leven opgebouwd. Maar nu leek alles plots modderig en vastgelopen, alsof ze tot haar knieën stond in veengrond, terwijl de opwinding van Sijmen voelde als een opstekende windvlaag.

Ze probeerde haar situatie te analyseren waarom juist nu? Maar gedachten waaiden alle kanten op. Haar hartstocht was wild en grillig als een mars in het Vondelpark. Ze wist hoeveel ze zou riskeren: haar reputatie, haar praktijk, jaren professioneel opgebouwde vertrouwensbanden. Haar collegas zouden haar veroordelen, vrienden haar uitlachen. Zelfs haar man kon ze niets vertellen alles zou instorten als een stapel stroopwafels in de regen.

Dus koos Marijke voor zwijgen. Ze hield haar gevoelens ingesloten achter een dijk van nuchterheid. Tijdens de sessies bleef ze attent, bemoedigend, wars van sentiment. Ze glimlachte, gaf adviezen, begeleidde, terwijl haar emoties stormden achter haar borstkas.

***

Joost merkte de verandering vroeg. Waar Marijke vroeger haar werkavonturen kwistig deelde bij thee en speculaas, was ze nu gesloten, haar blik als die van een verdwaalde fietser in mist. Zelfs haar gelach klonk als een klok die niet meer wil luiden.

Op een avond, toen ze aan een tweede kop thee zaten, legde Joost zijn hand voorzichtig op de hare. Er zit je iets dwars, lief? vroeg hij zacht. Moeite op het werk?

Marijke schrok, alsof ze wakker werd uit een droom vol drijvende klompen en fietswielen onder water. Ze keek weg, haar schaduw viel over de tafel als een gordijn.

Niet per se moeilijkheden Het is gewoon een ongewone kwestie, zei ze, midden in een spagaat van warmte en schuldgevoel. Hoe oneerlijk om haar gedachten voor Joost te verbergen! Maar het leek onmogelijk te bekennen dat haar hart naar iemand anders neigde. Je kent me, ik red me wel fluisterde ze, haar glimlach schorreltochtig.

Natuurlijk, jij bent een wonder, zei Joost. Je bent niet alleen een expert, je bent voor veel mensen een vriend en hun redding.

Zijn woorden echoden in haar hoofd. Vriend… Terwijl Marijke inwendig oplaaide. Haar verlangen groeide uit tot een oranje vuurwerk in de polder, knallend aan de horizon. Ze fantaseerde over een leven met Sijmen, die gedachten klauwden in haar als een hongerige meeuw.

Ondanks alle besef overtrad Marijke grenzen niet alleen professioneel, ook moreel. Haar gedachten draaiden voortdurend om Sijmen: zijn gebaren, woorden. Op een nacht, ingegeven door een impuls, maakte ze een nepprofiel op Facebook. Eerst slechts om te zien hoe hij leefde buiten haar spreekkamerzijn vakantiefotos bij de tulpenvelden, zijn reacties bij Ajaxwedstrijden. Steeds vaker scrolde ze heimelijk door zijn digitale leven, gevoel van schaamte en verlangen tegen elkaar botsend als schuiten in de haven.

Soms vroeg Marijke zichzelf af: Wat doe ik? Wie ben ik aan het worden? Maar hoe sterker ze zich verzette, hoe vasthoudender haar dorst om maar dicht bij Sijmen te zijn…

Misschien had zíj hulp nodig, maar toegeven zou haar onderuithalen: als een dijkdoorbraak die haar leven weg zou spoelen. Dus bleef ze zwijgen, achter haar masker van rustige bekwaamheid.

***

Na weer een sessie met Sijmen was Marijke leeg. Ze slenterde door de natte straten van Utrecht, haar hoofd een draaikolk van zorgen. Thuis wilde ze niemand zien zelfs haar dochter Tessel, die haar almaar met achterdochtige ogen aankeek. Tessel merkte echt alles op: de stiltes, de weidse blikken. Maar Marijke wuifde de vragen weg, zoals een boer het onkruid.

Haar voeten brachten haar tot het trappenhuis, waar ze bleef staan. Ze keek uit over de straat, neonlicht weerspiegelde in het vochtige asfalt. Terwijl mensen onder haar raam voortsnellen, werd alles in haar verstomd, zelfs haar adem.

Toen trilde haar telefoon in haar leren tas. Marijke wilde hem uitzetten, einde werkdag, zij kon toch niet altijd klaarstaan? Maar ze zag de naam: Sijmen. Nog geen uur eerder had ze hem gezien, toen leek alles rustig.

Ja, Sijmen. Wat is er?

Ik moet met iemand praten, klonk zijn stem, rauw van ingeslikte woede. Ze doet weer precies hetzelfde! Ze snapt niet hoe zwaar het is!

Marijke kneep haar telefoon. Ze altijd zijn vrouw. Hun relatie was als een vechtpartij om het laatste koekjeonbegrip, wederzijdse verwijt, geen compromis te vinden.

Bedoelt u uw vrouw? vroeg Marijke voorzichtig. Is er weer ruzie ontstaan?

Ze maakt me gek! Altijd die kritiek, dat gemekker! Alleen u begrijpt mij, alleen bij u kan ik alles kwijt!

Binnenin Marijke golfde het heen en weer. Medelijden, en dan weer een alarmbel: als een brug open schuift tijdens de spits. Ze dwong haar stem neutraal te blijven.

U moet eerst rustig worden, zei ze, haar stem klonk alsof ze een klomp over het ijs schuift. Probeer rustig met haar te praten, spreek uw gevoelens uit, zonder stemverheffing. U heeft steun nodig, geen druk.

Ze wist dondersgoed hoe moeilijk dat voor Sijmen zou zijn. Toch was dit alles wat ze mocht bieden niet als verliefde vrouw, maar als psycholoog.

Het telefoongesprek duurde ruim een half uur. Heel die tijd concentreerde Marijke zich op kalmte en bemoediging, herinnerde Sijmen aan hun oefeningen. Toen ze ophing, voelde het alsof ze de Elfstedentocht achter de rug had. Haar spieren strak, haar hoofd bonzend.

Wat speelde er bij Sijmens vrouw? Was zij jaloers? Kon ze niet verdragen dat haar man veranderde? De vragen bleven malen terwijl Marijke haar jas uitschudde in het trappenhuis, niet klaar om álles opnieuw te moeten verbergen zodra ze binnen bij Joost en Tessel zou staan.

Lieverd? Joosts stem vanuit de deuropening, een echo in de schemergang.

Ze draaide zich om. Joost, bezorgd, het voorhoofd gefronst.

Kom je niet naar boven? vroeg hij. Marijke probeerde een vrolijke blik, maar het voelde als stroop door een lekke pannenkoek.

Plotseling greep hoofdpijn haar bij de slapen. Ze drukte haar hand tegen haar voorhoofd.

Je ziet er niet uit, zei Joost ernstig. Ga even liggen. Kom…

Hij begeleidde haar naar binnen, trok haar jas uit, zette haar op de rand van het bed. Hij bracht een paracetamol en glas water.

Kom, pak wat rust. Ik zet thee voor je. En al snel speelde zacht klassieke gitaarmuziek vanuit de keuken. Joost had haar playlist klaargezet, zoals altijd zocht hij naar manieren haar te kalmeren.

Marijke sloot haar ogen, hield zich sterk. Even later, alleen, draaide ze zich om en liet de tranen stil komen. Ze rolden als regen langs het raam, zonder geluid.

Toen de rust terugkeerde, vangde ze geluiden uit de keuken op: water dat tegen een pannetje zong, porselein tegen porselein. In haar verbeelding verscheen Sijmen weer, zijn gezicht zwaar, zijn handen zoekend naar houvast. Daarna Joost, zijn ogen vol zorg. Ze begreep zichzelf niet: Joost, haar anker, liefdevol, trouw. Al die jaren samen, schouder aan schouder in goed en kwaad.

Maar Sijmen trok haar als de wind die aan de dijken rukt. Waarom? Misschien de dankbaarheid in zijn ogen, die ze miste in haar eigen, veilige leven? Of omdat de grens tussen professioneel meeleven en persoonlijke passie opeens verdween? Of was het gewoon de vermoeidheid, de kwetsbaarheid waardoor ze viel voor iets nieuws?

Ze wist, dit kon niet doorgaan. Elk gesprek met Sijmen, elke heimelijke gedachte, vrat haar van binnenuit op. Ze verbrak alle regels, haar gevoel was een mug in het glas appelsap. Ook als Sijmen haar ooit zou zien als vrouw, het was niet de moeite waard om haar leven en Joosts hart eraan op te offeren.

Maar wat nu? Stoppen met Sijmen? Joost alles opbiechten? Of gewoon verdringen? Geen enkele optie stelde gerust. Stoppen zou betekenen dat Sijmen hulp mist. Bekennen zou Joost verscheuren. Doorgaan had geen zin, want gevoel vrat als onkruid door haar heen.

Marijke ademde diep, zocht naar evenwicht. Ze moest iets doen. Stilzitten was verliezen.

***

Joost zag het lang aankomen. Eerst kleine signalen Marijke stond langzaam op, liet hem vaker alleen dineren, vergat reisjes te plannen. Daarna grotere witte wangen, afwezige blik, stilte aan tafel. Hij deed zijn best, vroeg, zorgde, maar kreeg steeds te horen dat het gewoon vermoeidheid was.

Maar Joost wist beter. Hij kende haar als zijn eigen klomp. Op een avond, terwijl de regen zacht tikte tegen de ramen, zei hij resoluut:

Wij gaan op vakantie.

Marijke keek verrast op van haar tas. Ze was nog bezig haar jas op te hangen.

Je wilt toch altijd al naar de zee? Dus strand wordt het. Ik heb het al geregeld met je baas. Je cliënten worden tijdelijk verdeeld. Niet onderhandelbaar! Joost glimlachte, liefdevol maar onverbiddelijk.

Wanneer vertrekken we? vroeg ze, nog niet helemaal gelovend dat haar routine écht werd doorbroken.

Morgen. Pak je koffer maar.

En vreemd genoeg voelde ze alleen maar opluchting. Geen irritatie, geen schuld.

Prima dan, zei Marijke zacht. Laten we gaan.

Joost lachte opgelucht, sloeg zijn armen rond haar. In zijn ogen glinsterde het licht van een nieuwe kans.

***

Drie weken vakantie werden een geschenk, als een onverwachte zonnestraal tussen tulpen in april. De zee verwelkomde hen met kalm getij, een geur van verse vis en hout. Het eiland Texel was hun toevlucht. Uitgeschakeld van de dagelijkse plichten, sliepen ze uit en ontbijt vond plaats op het terras, uitzicht op kabbelende golven en krijsende meeuwen. Lange wandelingen over het witte strand, zeezout op hun lippen. Marijke zag opnieuw details: het glanzen van het water, geur van verse suikerbrood, het zachte ruisen van helmgras.

s Avonds spraken ze nooit over werk of zorgen alleen maar dromen, herinneringen, plannen. Het mooiste van alles was stilte: geen berichten van cliënten, niemand die haar nodig had behalve Joost. Ze las romans, probeerde Texelse schapenkaas, oefende zich in aquarel.

Langzaam vervaagde het beeld van Sijmen zijn gezicht werd een vage afdruk, een onduidelijk figuur in de ochtenddauw. Geen verlangen om nog te weten hoe het met hem was. Alleen Joost telde. Marijke besefte dat haar geluk altijd vlakbij was geweest in Joost, in kleine gestes, in aandachtige woorden.

Op een avond, de zon verdronk net in de zee, wist ze het zeker: niemand was belangrijker voor haar dan deze rustige, liefdevolle man. Wat was ze verdwaald geweest! Sijmen was een illusie, een vergissing, ontstaan uit vermoeidheid en gemis.

Toen ze thuiskwamen, hakte Marijke de knoop door: ze stopte met haar praktijk. Het was tijd om het evenwicht terug te vinden. Tijd voor haarzelf, voor Joost, voor Tessel, voor misschien zelfs haar aanstaande kleinkind. Wie weet zou ze als zelfstandige workshops psychologie geven maar nooit meer zo dat het haar verteerde.

Joost glunderde als een kind dat zijn eerste Sinterklaas meemaakt. Ik wilde je nooit pushen, maar ik kan je niet missen, fluisterde hij.

Marijke voelde zich bevrijd, als na een lange fietstocht met wind in de rug. Geen angst meer, alleen een licht kloppend geloof in morgen. Ze wist niet precies wat komen zou maar wist, dit is goed. Precies zoals het hoort.

Rate article