Verraden en verraden worden

Verraden, en Verraden Worden

Arjen duwde de deur van zijn appartement dicht, schopte zijn schoenen achteloos uit bij de voordeur en rekte zich uit om de stramme spieren in zijn rug los te maken. Wat een verschrikkelijk zware dag. Vanaf het eerste moment op kantoor regende het spoedaanpassingen aan zijn project; steeds opnieuw moest hij complete secties herschrijven. Daarna volgden eindeloze vergaderingen waarin iedereen zijn ideeën meende te moeten doordrukken, en boven dit alles hing de ongeziene maar voelbare dreiging van de deadlinehet tikte in zijn hoofd als een klok die zijn leven dirigeerde. Het enige wat hem op de been hield, was de gedachte: straks een hete douche, een goede kop thee zetten, en met een boek op de bank enfin, al is het maar voor een half uurtje, de hele wereld buiten houden.

Uit de richting van de werkkamer kwam het bekende, zachte gezoem van een draaiende computer. Arjen sleepte zich erheen, zijn voeten voelden zwaar.

Merel, ben je thuis? riep hij, bijna schor, terwijl hij dichter bij de kamer kwam.

Geen antwoord. Arjen trok zijn wenkbrauwen samen, maar besloot het te laten voor wat het waswaarschijnlijk hoorde Merel hem niet door het lawaai van de pc.

Toen hij de kamer binnenliep, stond hij abrupt stil. Hij zag meteen dat er iets niet klopte. Merel zat aan zijn bureau, diep over het scherm gebogen. Een USB-stick stak uit de computer en het venster voor het kopiëren van bestanden lichtte op het beeldscherm. Iets aan haar houdinggespannen, alsof ze elk moment betrapt kon wordenen de manier waarop ze geschrokken omkeek toen ze hem zag, kneep Arjen abrupt het hart samen.

Wat doe je? vroeg hij, proberend zijn stem zo neutraal mogelijk te laten klinken.

Merel schrok zichtbaar, haar hand schoot omhoog naar de muis om haastig het venster te sluiten. Niets bijzonders… Ik zocht gewoon iets, zei ze, met een nerveuze trek in haar stem die ze probeerde te onderdrukken.

Arjen liep langzaam haar kant op, het ongemak in zijn buik groeide.

Wat dan precies? hield hij vol. Je weet toch dat hier alleen werkdossiers staan. Wat heb je nodig?

Ze draaide zich bruusk naar hem toe, met een felle, zelfs vijandige blik in haar ogen. Moet ik voortaan toestemming vragen voor alles wat ik doe? Haar stem trilde.

Deze uitval overviel Arjen. Wat had hij nu gezegd? Dit was zijn werkcomputer, en bovendien beveiligd met een wachtwoord. Hoe had ze überhaupt toegang gekregen?

Nee, je hoeft niks te verantwoorden Maar dit is wel mijn werkplek. Wat zocht je, en wat probeerde je te kopiëren op die USB?

Wat maakt het uit? haar toon werd scherper, haast vijandig. Dat hoef jij niet te weten.

Dat maakt juist wél uit, hield Arjen vol, zijn vuisten balden zich bijna ongemerkt. Dat zijn mijn documenten. Je graait zonder toestemming tussen vertrouwelijke info!

Doe niet zo schijnheilig! barstte Merel plotseling uit. Ze stond fel op van de stoel, klaar voor ruzie. Arjen voelde de situatie ontsporen. Jij bent altijd maar weg, alleen aan het werk! Mijn laptop geeft de geest, dus ik gebruik de jouwe. Is dat zon misdaad?

Arjen bleef staan, zijn kaaklijn strak. Hij wilde niet nog meer olie op het vuur gooien, maar zijn grens was bereikt.

Dat geeft je nog geen recht op mijn bestanden rondsnuffelen. Wat staat er op die USB?

Merel zweeg een moment, blikte naar de muur alsof ze twijfelde wat ze moest zeggen. Toen blies ze de adem uit, bijna alsof haar laatste restje twijfel verdween. Goed dan. Ik kopieerde documenten van het laatste project. Voor Maarten.

Voor Maarten? Meen je dat? De verbijstering in Arjens stem was niet te missen. Na alles wat hij je heeft aangedaan?

Haar blik werd ijskoud, haar stem kreeg iets onwrikbaars. Hij zit in de penarie. Als ik hem dit niet geef, raakt hij zijn baan kwijt. En deze plek zon kans krijg je maar één keer.

Arjen deed een stap achteruit, alsof hij afstand probeerde te nemen van wat er gebeurde. Hij begreep niet dat Merel hiertoe in staat was. Dit was verraad. Drie jaar waren ze samen geweest.

Dus jij helpt hem? Over mijn rug? De woede in zijn stem kostte hem moeite te bedwingen, elk woord voelde zwaar.

En wat dan nog? Merel haalde haar schouders op. Haar stem klonk koel, onverschillig. Ik ben klaar met jou, Arjen. Je stelt niks voor, je hebt geen toekomst. En ondertussen raast het leven aan je voorbij.

De wrange glimlach die bij Arjen opkwam had niets met blijdschap te maken.

Het leven raast voorbij? De bitterheid in zijn ogen was niet te missen. Jij denkt dat je door mijn werk te stelen, ineens gelukkig wordt?

Iets doen voor iemand die me nodig heeft, dat is meer waard dan hier verpieteren! riposteerde Merel, haar stem zwak maar koppig. Maarten heeft me trouwens altijd gemist, zegt hij. Hij is tenminste eerlijk, hij heeft om me gegeven!

Arjen schudde langzaam zijn hoofd. Zo naïef kon zij toch niet zijn Na alles wat Maarten haar had aangedaan? Ziet ze dan niet dat hij haar gebruikt?

Dus jij laat hem toe, zonder na te denken over de gevolgen. Weet je wel dat dit mij mijn baan kan kosten? Misschien zelfs erger?

Maak jij je ooit druk om mij? Haar stem brak, wanhopig. Over hoe ik me hier alleen voel? Jij bent altijd maar aan het werk. Maarten ziet me tenminste echt. En weet je? Ik geef niks meer om jou of wat er met je gebeurt. De enige man die ik wil, is Maarten!

Dat sloeg in als een bliksem. Arjen zette onwillekeurig een stap terug. Was dit echt alles wat hij nog voor haar betekende?

Deel ik drie jaar leven met je, ben ik voor jou gewoon een invaller?

Merel hief haar hoofd op. Dit had ze misschien gewildalles eruit gooien zonder spijt. Misschien wel ja! Bij hem voelde ik me tenminste levend. Jij ziet me niet eens staan! Ben ik jouw trofee?

Arjen hield de USB-stick in zijn hand, zijn knokkels wit. Het was alsof hij met het object alles probeerde vast te houden wat nog over was.

Ik werk zo hard voor onze toekomst, Merel. Ik wilde je ten huwelijk vragen, ons zekerheid geven

Zijn stem brak bijna, maar in het vacuüm van hun stilte beet hij op zijn lip en kalmeerde zichzelf. De kamer vulde zich met een loden zwijgen; geen stilte, maar een zwaar blok schuld en gemiste kansen.

Zekerheid? Merel lachte schamper. In haar lach lag alleen maar bitterheid en vermoeidheid. Je ziet niet dat ik nu nodig heb dat iemand me ziet. Niet later, niet ooit.

Weer balde Arjen zijn handen. Hun levens bewogen in verschillende ritmesalsof ze elkaars taal niet meer spraken.

Dus het stelen van mijn werk was jouw manier om je gezien te voelen? Hij sprak beheerst, maar zijn binnenste kookte. Weet je wat dat betekent voor mij? Had je daar ooit aan gedacht?

Dat kan me niks schelen, zei Merel hard, haar ogen kil en meedogenloos. Het enige wat telt is Maarten. En ik.

Het was klaar. Arjen zag in haar houding, haar mond, haar blik dathoe pijnlijk ookhier de vrouw stond die hij dacht te kennen, maar nu niet meer herkende.

Weet je, ik ga. Misschien kom ik niet meer terug, zei Merel, terwijl ze resoluut opstond en naar de slaapkamer liep. Of nou, waarom zou ik terug komen?

Waar ga je heen? probeerde Arjen nog.

Naar Maarten. Of waar ik maar wil. Eindelijk mag ik zelf kiezen, zonder jouw oordeel.

Ze trok de deur open, wachtte even alsof ze verwachtte dat hij iets zou roepen. Maar Arjen bleef zwijgen, met een leegte in zijn hart die alles overspoelde.

Arjen bleef achter, de USB-stick in zijn hand voelde zwaar, gloeide bijna. Hij liet zich in een stoel zakken en staarde naar het lege deurkozijn. Zijn gedachten draaiden in een snelkookpanalles liep door elkaar, niets werd helder. Eén ding wist hij zeker: wat gebeurd was, was onherstelbaar. Geen enkel woord kon de breuk nog lijmen.

Die nacht sliep Arjen nauwelijks. Het gesprek met Merel speelde eindeloos opnieuw in zijn hoofd. De paar uurtjes rust werden gevuld door onrustige dromen, versnipperde zinnen, een allesomvattend gevoel van leegte. s Ochtends stond hij op met een zwaarder hoofd dan ooit.

Hij begon Merels spullen te verzamelen uit de kast. Vervolgens alles wat verspreid door het huis laghaar boek op de bank, het toilettasje in de badkamer, sjaals aan de kapstok. Alles werd voorzichtig maar besloten in dozen gedaan en dichtgeplakt.

Tegen het einde van de middag reed Arjen naar het huis van Merels moeder in Amstelveen. Zijn hart bonsde, maar zijn gezicht bleef strak. Op de tweede verdieping drukte hij op de bel. Bijna direct ging de deur open. Een verbaasde vrouw keek hem aan.

Arjen? Wat is er gebeurd? Haar stem was oprecht ontdaan.

Hij legde in stilte de dozen neer, zijn handen trilden nauwelijks zichtbaar.

Dit zijn Merels spullen. Wilt u ze aan haar geven? zijn stem was bijna emotieloos.

Maar ze woont toch bij jou? De vrouw keek heen en weer tussen de dozen en Arjen. Radeloosheid in haar blik.

Niet meer, zei hij droog, en liep weg zonder om te kijken. Achter hem sloot de deur langzaam.

Buiten in de auto keek hij even in de achteruitkijkspiegel. De moeder van Merel stond voor het raam, verloren. Arjen startte de motor, sloeg een diepe zucht en reed weg. Alles op de weg was vaag; stoplichten en verkeersborden gleden aan hem voorbij als water. Zijn gedachten cirkelden eindeloos terug naar dat laatste gesprek, haar woede, de koude afstandelijkheid. Er zat een knoop in zijn borsteen afscheid, een droom die uiteenspatte.

Op kantoor kabbelt alles ogenschijnlijk gewoon door. Collegas grappen over het weekend, praten, lachen. Arjen knikte, gaf korte antwoorden, deed zijn werk, maar was er niet echt bij. Over zijn bureau danste steeds het beeld van Merel bij de deur, haar harde ik ga. Hij probeerde zich te concentreren, maar de gedachten lieten zich niet sturen.

In de pauze liep hij naar buiten, hoopte dat de frisse stadslucht hem zou helpen. Amsterdam zoemde gewoon door: mensen haastten zich, autos toeterden, etalages fonkelden. Voor Arjen was het allemaal ver weg, als achter mat glas. Zijn handen diep in zijn zakken slenterde hij doelloos, een verstikkende leegte groeide in zijn buik.

Terug op kantoor viel zijn oog op de USB-stick naast hem. Gewoon plastic, niets bijzondersmaar voor hem het symbool van alles wat verloren was. Hij draaide het in zijn hand, herinnerde zich hoe Merel over zijn computer gebogen zat, haar paniek, haar kille woorden. Met een zucht gooide Arjen de stick resoluut in de prullenbak.

Precies op dat moment kwam Annemieke, zijn collega, binnen. Ze zag zijn beweging, keek hem even aandachtig aan voordat ze de stapel papieren op het bureau legde. Gaat het wel, Arjen? Ze klonk bezorgd.

Alles onder controle, perste hij eruit, probeerde haar gerust te stellen met een glimlach die niet landde. Drukte, dat is alles.

Laat het weten als ik kan helpen, zei Annemieke vriendelijk. Ze legde rapporten neer. De cijfers van het laatste project. Even doorlopen?

De zakelijkheid in haar stem en houding boden een vreemd soort houvast. Arjen boog zich over de cijfers, de getallen gaven troost die hij nergens anders vondhier was tenminste nog overzicht.

*************************

Merel haastte zich naar Maarten, haar ademhaling schokkerig van de spanning. Zo vaak had ze zich voorgesteld hoe dit moment zou gaandat hij zou glimlachen, haar omarmen, zeggen dat alles goed zou komen

Voor het portiek van Maartens flat in Haarlem hield ze even stil om haar haar goed te doen, rechtte haar schouders en drukte resoluut op de bel. Vrijwel meteen zwaaide de deur open. Maarten keek haar met kille, zenuwachtige blik aan. Geen glimlach, geen welkom, alleen een scherpe vraag:

Heb je het?

Merel was uit het veld geslagen. Dit was niet het welkom op dat ze hoopte, geen warmte, geen fijn je te zien.

Eh nee stamelde ze, met een knoop in haar maag. Arjen heeft de USB. Ik probeerde het te kopiëren maar hij kwam thuis, alles gezien Hij heeft het afgepakt.

Maartens gezicht trok samen van irritatie. Zonder een woord trok hij haar hardhandig naar binnen en sloot de deur. Het galmende geluid vulde de hal.

Dus je hebt helemaal niks gedaan? siste hij. Zelfs zoiets simpels kan je niet waarmaken?

Merel probeerde zich los te wurmen, zocht naar woorden. Ik heb echt mijn best gedaan, bracht ze zwakjes uit.

Je best? deed hij haar na, en liet haar pols pas los nadat het bijna pijn deed. Zijn stem was kil, spottend. Je best is niet genoeg. Je bent nutteloos. Je kunt niks.

Merel voelde zich fysiek gekwetst, zijn woorden sneden erger dan slaan. Ze slikte, schraapte haar moed bij elkaar. Maar je zei dat je van me hield. Dat je me niet was vergeten

Maarten grinnikte hard, zonder genegenheid, zonder iets van diepte. Gezegd, ja. Dus? Woorden zijn gratis, meid. En jij trapte erin. Mooi zo, je bent nog dommer dan ik dacht.

Dat meen je niet Merel schudde haar hoofd, machteloos. Je zei dat je me nodig had

Ik had de data nodig, niet jou. Maarten kruiste zijn armen, zijn stem ijs en berekend. Jij was handig, meer niet. Nu ben je overbodig.

Ze stond stokstijf, haar spieren verstijfd. In haar hoofd ontstond een kou die ze niet kende. Ze bleef naar hem zoeken, naar een greintje warmte, iets hoopvols. Maar zijn blik was leeg.

Maar waarom? fluisterde ze, haar stem bijna onhoorbaar. Waarom zo hard?

Omdat de wereld niet eerlijk is, zei Maarten onverstoorbaar, alsof hij haar iets logisch bijbracht. Overleven is het enige dat telt. Jij hebt verloren. Tot ziens.

Hij liep naar de deur, gooide hem open.

Rot op.

Merel sjokte naar buiten. De deur viel met een dof slot achter haar dicht. Ze bleef even tegen de muur leunen, tranen prikten achter haar ogen en begonnen moeiteloos te stromen.

Buiten was het donker. Dunne regendruppels glommen in het troebele licht van de lantaarns, de straten glinsterden van nattigheid. Merel sjouwde maar zonder richting, voelde haar benen haast niet. Dikke regenstralen gleden over haar wangen, maar ze merkte het niet eens op. Alles wat ooit belangrijk was, was zojuist uiteengevallenzijn liefde, haar hoop, het beeld van een nieuw leven. In haar hoofd klonken alleen nog zijn kille woorden: Je bent nutteloos was slechts een instrument.

Ze liep verder, dacht nergens aan, diep verzonken in zichzelf. Pas na een uur merkte ze dat ze in een klein cafeetje in de Jordaan was beland; zij was naar binnen gestapt bij een warme gloed van licht, ingegeven door pure automatisme. De geur van koffie en versgebakken appeltaart was overal, maar Merel voelde alleen maar leegte. Ze liet zich zakken aan een tafeltje in de hoek, bestelde een munthee en staarde naar de stoom boven haar glas. Het brouwsel koelde langzaam af, maar ze raakte het niet aan.

In haar warboel van gedachten kwamen nu beelden op uit het verleden. Ze zag in zichzelf de blik van Arjen, hoe hij had gereageerdniet met woede, niet eens met teleurstelling; met stille, diepgewortelde pijn. Hoe hij haar niet tegenhield of scholdalleen stond en zweeg. Vervolgens Maartendie koude blik, het afscheid zonder spijt.

Hij heeft nooit van me gehouden, besefte Merel voor het eerst. Het brandde. Maar het was tenminste de waarheid.

Ze haalde haar telefoon tevoorschijn. Het vage spiegelbeeld in het schermgetekende wangen, uitgelopen make-updeed haar even schrikken. Ze zocht Arjens nummer, hartslag moordend hoog, en drukte op bellen.

Lange tonen, eindeloos. Toen zijn stemrustig, maar veraf:

Merel?

Ze kneep haar ogen dicht, de telefoon trilde haast in haar hand. Haar keel zat dicht.

Arjen probeerde ze, maar de woorden stokten.

Stilte aan de andere kant. Hij wachtte, onderbrak niet.

Sorry, fluisterde Merel uiteindelijk, vechtend tegen de brok in haar keel. Ik ik bel later wel

Ze verbrak de verbinding, kijkend naar het donkere scherm. Wat kon ze hem nog zeggen? Na alles wat ze had gedaan, alles wat ze kapot had gemaakt? Zij alleen had alles vernietigd.

De thee was inmiddels koud. Merel stond op, liet een briefje van vijftien euro op tafel achter voor een thee die hooguit twee euro vijftig had gekost, en verdween weer de nacht in.

De stad leefde zoals altijd, maar Merel voelde zich compleet verdwaald. Alles waar ze zich gisteravond nog aan vastklampte, was nu zinloos.

Geen Maarten meer, geen Arjen meer, geen illusies, geen hoop. Alleen zijzelf, en een gapende leegte binnenin.

Bij een kruispunt bleef ze staan, keek om zich heenlinksaf, rechtsaf, rechtdoor. Waar zou ze heen gaan? Naar haar oude kamer, die nu verhuurd was? Naar haar moeder in Amersfoort, die vast vragen zou stellen waarop ze geen antwoord had? Of gewoon dwalen, lopen tot haar lichaam het opgeeft?

Ze wist het niet meer.

Rate article