Lieve dagboek,
Vandaag begon als een gewone dag, maar het liep heel anders. Ik was in de kliniek toen Lieke me belde, volledig overstuur. Ze had een kat gevonden langs de weg, halfdood. Ik zei dat ze hem meteen moest brengen. Zelfs door de telefoon hoorde ik de paniek in haar stem. Toen ze binnenkwam met dat zielige hoopje in haar armen, wist ik dat we er alles aan moesten doen.
De kat was uitgehongerd, had een plastic fles om zijn kop, kon amper ademen. We hebben twee uur gevochten om hem te stabiliseren. Lieke zat in de gang, stil te wachten. Toen ik naar buiten kwam en zei dat hij het zou halen, barstte ze in huilen uit. Ze viel tegen me aan, en ik streelde haar roodharige hoofd. ‘Alles komt goed, Lieks,’ zei ik. ‘Net als vroeger.’ Ze glimlachte door de tranen heen.
Ik maakte me zorgen om haar thuissituatie. Haar moeder, Tineke, is de hele dag dronken. Haar vader is vorig jaar overleden, en sindsdien is het alleen maar erger geworden. Lieke heeft altijd hard gewerkt om er iets van te maken. Ze studeert talen, werkt als koerier in die oude auto van haar vader. Ik ben altijd trots op haar geweest.
Die avond bracht ze de kat naar huis. Ze noemde hem Rinus, omdat hij eruitzag als een kleine lynx. Tineke reageerde verrassend rustig, maar Rinus vertrouwde haar niet. Hij verstopte zich elke keer als ze dronken door de kamer wankelde. Lieke en ik werden zijn enige veilige haven.
Twee jaar gingen voorbij. Lieke studeerde af en vond een baan bij een groot bedrijf. Ze werd assistent van een zekere Michiel, een knappe man van in de dertig. Al snel vertelde ze me opgewonden dat ze verliefd was. Mijn hart brak, maar ik liet niets merken. Daan zei dat ik moest zeggen wat ik voelde, maar ik durfde niet. Ik wilde onze vriendschap niet verpesten.
Op mijn verjaardag kwam ze zoals elk jaar langs met zelfgebakken taart. We zaten in de keuken, en ik wilde eindelijk mijn liefde bekennen. Maar ze onderbrak me: ‘Thijs, ik moet je iets vertellen. Michiel en ik gaan samen naar Londen. Over twee maanden. Hij heeft me ten huwelijk gevraagd.’ Ze keek me aan met die grote groene ogen. ‘Maar Rinus kan niet mee. Michiel is allergisch, en het vliegen is te gevaarlijk voor zijn hart. Wil jij hem nemen?’
Ik voelde een vloedgolf van emoties. Woede, verdriet, jaloezie. Maar ik slikte het weg en glimlachte. ‘Natuurlijk, Lieks. Ik zorg wel voor Rinus. Als jij maar gelukkig bent.’ Ze vroeg wat ik wilde zeggen, maar ik loog over werk. Ze had niets door.
De weken erna zag ik haar steeds minder. Ze was druk met de voorbereidingen. Elke keer als ik Rinus aaide, dacht ik aan haar. De dag voor haar vertrek stond ze bij mijn deur met Rinus in haar armen. ‘Ik ga je missen,’ zei ze. Ik knuffelde haar en zei dat ze moest bellen. Ze gaf me een kus op mijn wang en fluisterde: ‘Vergeet me niet.’ Ik antwoordde: ‘Nooit.’
Die avond zat ik alleen met Rinus. Ik kon niet slapen. De volgende dag hoorde ik dat ze niet was vertrokken. Ze belde me, overstuur. ‘Ik kon het niet. Ik ben uitgestapt bij de balie. De taxi bracht me terug. Thijs, ik moest jouw woorden horen. Wat wilde je zeggen op je verjaardag?’
Ik deed de deur open en daar stond ze, met natte ogen. Rinus sprong op en neer. Ik nam haar in mijn armen en zei eindelijk de waarheid: ‘Ik hou van je, Lieke. En ik kan niet zonder jou en Rinus.’ Ze glimlachte en zei hetzelfde.
We zijn nu samen. Rinus ligt te spinnen op haar schoot. En ik heb geleerd dat als je van iemand houdt, je niet moet wachten. Soms is het juist de angst om te verliezen die je ervan weerhoudt te winnen. De les is simpel: durf te kiezen voor wat echt telt, ook al lijkt het riskant. Want de liefde is het enige dat telt.






