Lieve dagboek,
Soms vraag ik me echt af hoe we met zulke pechvogels onder één dak zijn beland, en waarom ik altijd degene ben die zulke beestjes mee naar huis neemt. Eigenlijk begon het allemaal die dag dat ik onze hondje naar de dierenarts moest brengen. Toen ik die ochtend de vuilnis naar buiten bracht, had ik nog geen idee dat ik zou terugkeren met een nieuwe bewoner onder mijn arm.
Er lag een piepkleine, onderkoelde kitten bij de containers, gedumpt alsof het niets was. Ik kon haar daar onmogelijk achterlaten. Ik doopte haar Nelleke, naar het oude Hollandse woord voor ongelukkige. Het paste perfect, zou later blijken.
Nelleke stapte ons huis binnen alsof ze er altijd hoordeen binnen een kwartier zat ze met haar voorpoten in gloeiendhete erwtensoep op het aanrecht. Terwijl ik haar probeerde te redden van de brand, gleed ze met haar achterpootjes in een bakje zure room. Hét begin van de oneindige reeks ongelukjes.
Alle pech die je maar bedenken kunt: uit bed springen en alle vier haar pootjes verzwikken, vazen en glazen vanaf de kast naar beneden wippen, om vervolgens precies op haar kop diezelfde objecten te ontvangen. Als het zoutvaatje op tafel stond, hielden wij onze handen er driftig boven, want anders sprong ze er zo in.
Drie keer heeft Nelleke onder stroom gestaande dierenarts in het dorpje heeft wonderen verricht, en telkens kwam ze er weer bovenop. Vaker dan me lief is, probeerde ze verdronken te worden in een emmer sop. We lieten het water daarna nooit meer staan.
Springen deed ze met een Hollandse nuchterheid die nergens bij paste, en altijd op de verkeerde plek uitkwam. Ze botste tegen kastjes, spiegels, stoelennoem het maar op.
In wanhoop bracht ik haar zelfs naar een oude buurvrouw, die beweerde de pech uit je huis te kunnen drijven met een ei, Hollandse volkswijsheid zou je denken, maar na Nellekes bezoek zaten de serviezen in scherven en wilde geen enkele buurvrouw haar nog helpen.
Een kennis tipte dat een speelkameraadje misschien zou helpen, dus kochten wij voor een nette 700 euro, na stevig onderhandelen op Marktplaats, een afzichtelijke ChihuahuaDorus genaamd. Waarom afzichtelijk? Kijk een Chihuahua van dichtbij in de ogen, luister naar zijn blaf; eerder een schorre hoest.
Het tweede ongelukje diende zich meteen aan. Ons oude huis kent vele muizen. Nelleke was niet bang maar speelde ze liever achterna dan dat ze ze ving, dus hadden we ouderwetse muizenvallen gezet. En jawel, Dorus wandelde er pardoes in.
Dorus piepte zo verdrietig dat ik opnieuw naar de dierenarts moest. Onderweg groeide het inzicht dat ik ons gezin nu niet met één, maar twee pechvogels had opgezadeld.
Nelleke had er een beschermeling bij: samen zwierven ze door de tuin, altijd in de problemen. Gebeten worden door mieren, geplaagd door bijen, achternagezeten door boze ganzen en kippen. Mijn zorgen waren plots verdubbeld.
Op een dag veranderde echter alles. Mijn man parkeert zijn auto altijd voor ons huis aan de grachthandig, want plek zat hier in het Brabantse dorp. Op een ochtend liep hij met een kop koffie richting voordeur, maar Nelleke sprong voor hem, breeduit, en blokkeerde de doorgang. Toen hij haar probeerde weg te duwen, haalde ze met haar nageltjes uit.
Hij mopperde: Snotver, moet dat nou, Nelleke? Eerst laat je me mijn koffie morsen, en dan dit?! Op dat moment schoot Dorus onder het bed vandaan, gorgelend, klaar om zijn kattige vriendin te beschermen. Met zijn trillende pootjes en blikkerende tandjes stond hij tussen mijn man en Nelleke in, klaar om te vechten tot de dood.
Jij denkt ook altijd aan je vrienden, hè, riep mijn man, die nu echt haast had om naar zijn werk te gaan. In paniek rende hij naar onze slaapkamer: Kom op, schiet op! Ik moet werken, maar de beesten houden me tegen!
Samen liepen we naar de gang, waar de twee pechvogels stijf voor de deur stonden. Plots hoorden we van buiten een claxon en een enorm kabaal. We renden naar buiten en zagen hoe een melkwagen, remmen los, recht op onze auto was geknald. Niets dan een hoop verwrongen staal bleef over. De chauffeur werd later met een flinke schrik door de ambulance meegenomen.
Sindsdien laten Nelleke en Dorus mijn man weer gewoon het huis uit. Maar elke ochtend, als hij langs de twee wachten loopt, vraagt hij: Jongens, is alles daarbuiten veilig vandaag?
Dorus lacht met zijn kleine bekje en knikt ernstig.
Denk niet dat ze sindsdien ineens geluk hebbenverre van. Ze rollen nog altijd van het ene avontuur in het andere. Maar vanaf die dag tillen we hen gewoon op, knuffelen ze, vegen de soep en zure room van hun vacht en laten de zorgen de zorgen. Dorus draagt nu een peperduur, vrolijk oranje halsbandje. Voor Nelleke staan overal krabpalen en heeft ze een eigen mand. Hoewel ze liever aan het voeteneinde van ons bed slaapt, tot ze ervan af valt en weer een nachtelijk spektakel veroorzaakt.
Dan komt haar vriendje Dorus aangesneld, begint te bellen en probeert elke onzichtbare dreiging weg te blaffen. Daarna halen we de twee bij ons in bed, slapen verder, lekker dicht bij elkaar.
En als je je afvraagt waar dit allemaal toe leidthet antwoord is simpel: liefde. Pure, eenvoudige, Hollandse liefde. We houden van Nelleke en Dorus, niet omdat ze geluk hebben, maar omdat ze er gewoon zijn. Dáár zit het echte geluk.






