Toen ik terugkwam van de supermarkt, zat er een man op het bankje voor de ingang, die ik nog nooit eerder had gezien. In zijn handen hield hij een oude, bruine envelop vast. Zodra ik dichterbij kwam, keek hij me meteen aan.
Bent u Marijse?
Ik hield stil. De boodschappentas stootte zachtjes tegen mijn knie.
Ja waarom vraagt u dat?
Langzaam stond hij op. Hij leek rond de vijftig te zijn, met grijzend haar en vermoeide ogen.
Ik zoek u nu al twee dagen.
Mijn hart kromp in mijn borst.
Waarom?
Hij gaf me de envelop.
Dit hoort bij u.
De envelop voelde zwaar aan. Voorzichtig maakte ik hem open. Er zat een oude foto in.
Op die foto stond ik. Veel jonger. Ik stond bij een bushalte, met een boek in mijn hand en een rugzak op mijn schouder. Ik herinnerde me die dag. Bijna twintig jaar geleden.
Hoe komt u aan deze foto? vroeg ik.
De man glimlachte met droeve mond.
Van mijn broer.
Mijn maag trok samen.
Ik heb geen broer.
Nee niet uw broer.
Hij wees naar de foto.
Mijn broer heeft u toen gefotografeerd.
Plotseling voelde ik me duizelig en ging ik zitten op het bankje.
Waarom?
Hij was toen verliefd op u.
Het werd stil. Op straat hoorde je autos voorbijrijden en in de verte blafte een hond.
Ik heb hem nooit gezien zei ik zacht.
U heeft hem wel gezien.
Wanneer?
De man ging naast mij zitten.
Hij stond elke ochtend bij diezelfde bushalte.
Ik probeerde me iets te herinneren. Koude ochtenden. Mensen met koffiebekers. Bussen.
Was er een man met een donkere jas en een camera? vroeg hij.
Toen wist ik het weer. Een man die altijd iets verder van de anderen stond. Soms las hij de krant. Soms keek hij gewoon naar de mensen.
Ja fluisterde ik.
De man knikte.
Dat was hem.
Ik keek nog eens naar de foto.
Waarom geeft u mij dit nu?
Hij zweeg een ogenblik.
Mijn broer is vorige week overleden.
Ik kneep de foto stevig in mijn handen.
En heeft hij dit achtergelaten?
Ja.
Hij haalde nog iets uit de envelop. Een klein briefje.
Ik vouwde het open. Het handschrift was netjes.
“Mocht je haar ooit vinden, vertel haar dat zij het mooiste was wat ik elke ochtend zag.”
Mijn ogen werden vochtig.
Soms lopen we langs mensen die ons leven veranderen. Zonder het te weten. Zonder dat we het onthouden.
Ik keek naar de man naast mij.
Waarom heeft hij nooit met me gesproken?
Hij glimlachte met verdriet in zijn ogen.
Hij dacht dat u te gelukkig was om gestoord te worden.
Er viel weer een stilte. Ik hield de foto vast en probeerde zijn gezicht terug te halen. Maar dat lukte niet.
Soms is het vreemdste gevoel te ontdekken dat je iemands herinnering bent geweest zonder dat je het ooit wist.
Zeg eens eerlijk Als je hoort dat iemand al jaren aan je denkt, zonder iets te zeggen, zou je het eerder willen weten?





