Toen ik de lift in onze flat binnenging, stond daar al een vrouw die de sleutels van mijn appartement vasthield.

Het was jaren geleden, maar de herinnering is nog steeds scherp. Toen ik de lift van ons appartementencomplex binnentrad, stond daar al een vrouw te wachtenmet mijn sleutels in haar hand.

Eerst dacht ik dat ik me vergiste; dat het gewoon toeval was. Maar nee, de sleutelhanger was onmiskenbaareen klein blauw hartje dat mijn zusje, Maartje, mij ooit had gegeven.

De vrouw was ergens rond de veertig, met kort donker haar en een stugge, zakelijke tas schuin over haar schouder. Zij stond kalm, alsof dit het normaalste van de wereld was.

De lift begon omhoog te zoemen. Mijn hart bonkte wild.

Sorry, zei ik voorzichtig. Die sleutels… Hoe komt u eraan?

Ze keek me aan, zwijgend. Daarna nog eens naar de sleutels. En toen weer naar mij.

En wie bent u dan?

Haar woorden sloegen bij mij in als een klap. Ik slikte.

Ik woon in appartement twaalf.

Ze verstijfde even. Toen antwoordde ze zacht:

Dat is vreemd.

Waarom?

Want ik woon daar ook.

De lift stopte op de zesde etage, maar niemand stapte uit. Het was doodstil.

Ik woon daar al vier jaar, zei ik.

De vrouw kneep de sleutels steviger in haar hand.

Mijn huurcontract is van vorige maand.

Ik keek haar aan.

Huurcontract? Hoezo?

Ze opende haar tas, haalde een map tevoorschijn en liet me een kopie van haar contract zien. Mijn adres. Appartement twaalf.

Er viel een stilte.

Van wie heeft u het gekregen? vroeg ik.

Van de eigenaar.

Wie dan?

Sjoerd, zei ze.

Mijn maag draaide om. Sjoerd was mijn neef. Hij had mij destijds verteld dat ik tijdelijk in het appartement kon blijven wonen, tot hij terug was uit het buitenland.

Hij is inderdaad de eigenaar, zei ik zacht.

Ze knikte.

Ja, hij vertelde dat het appartement leeg stond.

De lift stopte op onze verdieping. De deuren gingen open. We bleven beiden staan, nog steeds.

Misschien is er een vergissing, zei ze.

Misschien, mompelde ik.

We stapten de gang in. De deur van appartement twaalf lag recht voor ons. De vrouw tilde haar sleutels op; ik ook. De sleutels waren exact hetzelfde.

Er viel een vreemde stilte.

Soms is het ergste gevoel niet als iemand tegen je liegt, maar wanneer je beseft dat je misschien nooit de echte waarheid hebt geweten.

Ik keek haar aan.

Zullen we openmaken?

Zuchtend knikte ze.

Ja.

Vertel me eens eerlijk… Als je ontdekt dat iemand jouw huis aan een ander heeft gegeven, zou je proberen de waarheid rustig te achterhalen? Of zou je meteen exploderen?

Rate article