Toen ik 67 werd, plofte ik neer in mijn favoriete stoel en keek terug op mijn leven. Ik besefte dat ik de laatste hoofdstukken was ingegaan. Langzaam begonnen de illusies die ik decennialang had gekoesterd te vervagen, vervangen door stillere maar scherpere waarheden. Ik begreep dat kinderen hun eigen leven bouwen, vitaliteit niet eeuwig duurt, en dat wachten tot de wereld je redt een eindeloos verloren spel is. Ouder worden slijt niet alleen het lichaam – het neemt ook de comfortabele leugens weg waarmee je hebt geleefd. Daarom stelde ik zeven nieuwe regels op om waardig te leven: Financiële onafhankelijkheid is waardigheid. Houd onvoorwaardelijk van je kinderen, maar maak hen niet tot je pensioenplan. Sparen is je schild. Gezondheid is een fulltime baan. Beweeg, rek je uit en bewaak je slaap. Aandoeningen respecteren mensen die hun lichaam respecteren. Wees de architect van je eigen geluk. Leg je geluk niet in handen van anderen. Vind plezier in een rustig ontbijt of een goed boek. Als je zelf je innerlijke rust creëert, verliest eenzaamheid haar kracht. Laat hulpeloosheid los. Klagen is een valkuil. Veerkracht trekt aan. Mensen zoeken degene op die rechtop blijft staan, niet degene die zich overgeeft. Maak je los van het verleden. Nostalgie is mooi om te bezoeken, maar je kunt er niet wonen. Vasthouden aan gisteren rooft je de dag van vandaag. Bescherm je innerlijke rust. Niet elk conflict verdient je stem. Niet elke familierelatie hoeft bij jouw ziel te komen. Vrede is kostbaar – benut hem verstandig. Stop nooit met leren. Het moment dat je je nieuwsgierigheid verliest, is het moment dat je echt oud wordt. Houd je geest in beweging. Oud worden is een examen dat je zelf moet afleggen. Je kunt wachten op redding die misschien nooit komt, of je kunt opstaan en je eigen kracht zijn.

Toen ik zevenenzestig werd, leek het alsof ik plotseling wakker werd in mijn favoriete leunstoel in een oud huisje aan een Amsterdams grachtje, terwijl de regen zachtjes op de ramen tikte in patronen die nergens op sloegen. Alles leek golvend, dingen bewoog stroperig en langzaam om mij heen, en ik keek terug niet als mezelf alleen, maar als een schaduw die door herinneringen dwaalde.

Plots begreep ik dat mijn kinderen als dansende klompen hun eigen polderbaantjes hadden gegraven, en dat vitaliteit als nevel op de velden verdwijnt bij zonsopgang. Je kan wachten tot de Deltawerken je komen redden, maar het water stijgt altijd sneller dan gedacht. Ouder worden doet meer dan het lichaam slopen; het stroopt alle warme stroopwafels van zelfbedrog waarmee we leven.

Dus in deze vreemd buigende droom, schreef ik voor mezelf zeven nieuwe regeltjes op, met ganzenveer op een krantje van De Volkskrant:

Geldvrijheid is waardigheid.
Hou van je kinderen, Maike en Lotte, zonder hen te verbouwen tot AOW-plan. Je spaargeld is je dijk tegen het wassende water.

Gezondheid is je eigen fulltime baan.
Beweeg je, fiets je, rek tot het kraken, en bewaak je Hollandse nachtrust. Kwalen respecteren zij die hun lichaam een tulpenveldwaardig onderhoud geven.

Wees ontwerper van je eigen vrolijkheid.
Leg je geluk niet in handen van een ander. Proef de vreugde van een boterham met oude kaas of verzink in een mooie roman van Mulisch. Als je zelf de sluiswachter bent van je innerlijke rust, heeft eenzaamheid geen greep op je.

Wijs hulpeloosheid af.
Klagen is een moeras; hoe meer je het doet, hoe dieper je zinkt. Standvastigheid is als een trekpleister voor anderen, terwijl zwakte je tot eiland maakt.

Laat het verleden los.
Nostalgie is als varen over de Vecht: mooi voor een uitje, maar je woont er niet op. Vasthouden aan gisteren kost je de zon van vandaag.

Bewaar je innerlijke vrede.
Niet elk meningsverschil verdient je stem. Niet elke neef of nicht hoeft toegang tot je ziel. Vrede is een zeldzame tulp behandel haar als zodanig.

Blijf altijd leren.
Het moment dat je stopt met nieuwsgierig zijn, beginnen de eeuwen aan je te knagen. Houd je geest in beweging zoals de windmolens.

Ouder worden is een proef waar je alleen voor staat.
Je kunt wachten tot er een oranje reddingsboot komt aanvaren,
of je staat op, wankelt nog even, en pakt je eigen kracht beet als een verse haring aan het staartje.

Rate article