Thuisopnames: Gezellige Nederlandse momenten vastgelegd

Thuisopnames

De babyfoon stond op de ladekast en keek niet naar het wiegje van haar zoontje, maar naar de deur van de slaapkamer. Marieke zag het pas op het moment dat er vanuit het keukenkastje, waar de ontvanger zachtjes ruiste op de vensterbank, een vreemde vrouwenlach opklonk.

Ze hief haar hoofd niet meteen op. De kruidenthee in haar mok was koud geworden, de geur van kamille vervaagd tot water, de waterkoker had gepiept en zweeg inmiddels, en in het huis was het zo stil dat elk geluid direct haar aandacht ving. Haar zoontje sliep al ruim een uur. Johan had om half negen geappt dat hij zich in het kantoor moest inhouden. Vrijdag kroop als stroperige honing voorbij en Marieke betrapte zichzelf er steeds op: alles in huis leek vertrouwd, maar echte rust vond ze niet.

Het gesis werd harder.

Ze draaide zich naar de vensterbank, liep ernaartoe, nam de ontvanger met beide handen vast. Het plastic voelde lauw aan, het groene lampje knipperde gedisciplineerd zoals het hoorde. Uit de speaker kwam een gedempt geluid, gescharrel, en daarna een mannenstem. Johan sprak zacht, maar ze herkende hem direct. Herkende hem, en fronste, want hij was niet in de kinderkamer, niet in de gang, en niet bij hun zoon.

Hij was ergens ver weg van huis.

En naast hem was een vrouw.

Marieke draaide de volumeknop lager, alsof alles dan misschien anders klonk. Dat was niet zo. De vrouw zei iets korts, geamuseerd, en Johan reageerde duidelijk:

Wacht even. Ze zit nu vast in de keuken. Elk moment thee.

Haar duim gleed net naast de knop. Ze drukte nog eens, preciezer, het geluid werd zachter, maar stierf niet weg. De ontvanger bleef ademen op het ritme van een ander leven. Zo voelde het. Niet als een storing, niet als een hapering, maar als iemands ongevraagde aanwezigheid in hun huis, in hun avond, in haar gewoonte om thee te drinken als haar zoon sliep.

Ze richtte haar blik naar de hal. Vanuit de keuken zag je de slaapkamerdeur, en daarachter, half open, de donkere kinderkamer. Marieke sloop op blote voeten door het huis, het koele laminaat kraakte een beetje onder haar tenen. Bij de ladekast bleef ze staan.

De camera keek inderdaad.

Niet naar het wiegje, niet naar het raam, niet naar de fauteuil waar zij soms zat met haar kind, maar pal naar de deur. Het scherm ving een stuk hal, de helft van de echtelijke slaapkamer. Johan had het ding twaalf dagen geleden opgebouwd. Zo was het veiliger, had hij gezegd. De jongen werd wakker s nachts, zei hij, en als Marieke in de keuken stond, kon ze alles meteen horen. Toen klonk dat verstandig. Nu werd haar mond droog bij het idee hoeveel avonden Johan misschien niet naar hun zoon, maar naar haar keek.

In de keuken weerklonk zijn stem opnieuw, deze keer zachter.

Ik zei toch, niet nu.

Marieke liep terug, zette de babyfoon neer, dacht opeens aan de oude tablet van hen samen, die tussen het receptenboek en het pakje natte doekjes lag in het buffetkastje. Johan had zelf de app erop gezet toen hij de babyfoon in huis haalde. Praktisch, voor beide opvoeders, had hij uitgelegd. Zo transparant hoort het in een gezin. Geen geheimen, zei hij altijd.

Marieke pakte de tablet, startte hem op, nam plaats aan tafel.

Het scherm lichtte traag op haar vingers koud, hoewel in de keuken de maartse warmte van de radiator dreef, en de mok gloeiend aanvoelde. Op het blauwe schermpje flikkerde het camerapictogram; eronder liep een reeks data.

Archief.

Ze starre naar dat woord alsof het nieuw was in haar leven. Toen drukte ze.

Veel opnames.

Niet één, niet twee. Zes dagen achter elkaar. Korte flarden, lange stukken, schaduw van de nacht, schaduw van de dag, geluiden, kleine bewegingen, een lege kinderkamer, haar voetstappen door de gang. Ze klikte een willekeurige opname open en zag zichzelf van achteren. Grijze vest, haastig opgestoken haar, babyflesje in de hand. Ze liep naar binnen, schudde deken op, boog naar haar zoon, en verdween. Veertig seconden. Volgende opname. De keuken, door een open deur gefilmd. Niet alles, stukjes maar genoeg. Het apparaat tuurde duidelijk vooral naar haar.

Ze bladerde verder.

Op elk filmpje stond zij. Niet haar zoon. Niet diens onrustige slaap. Zij.

Marieke selecteerde de opname van woensdag, 21:22 uur. Uit de speaker klonk Johans stem. Niet dichtbij, maar van ver, als door een muur.

Zie je? Zeg ik toch. Thee, telefoon, altijd op dit tijdstip.

Een vrouwenlach.

Hou je je vrouw in de gaten via de babyfoon?

Doe niet zo dramatisch. Ik wil gewoon weten wat haar bezighoudt.

Het was zo stil dat in de kinderkamer het dekentje nauwelijks hoorbaar ritselde. Marieke drukte op pauze. Haar duim voelde koud, alsof het tablet al het bloed uit haar hand had gezogen. Ze bleef roerloos zitten, keek naar het barstje in de keukentegel dat Johan ooit vloekend veroorzaakte toen een pan uit zijn hand viel op een dag die niet wilde lukken.

Ze drukte weer play.

Kan het je schelen dan? vroeg de vrouw.

Het kan me schelen wat er thuis gebeurt.

Thuis, of in haar hoofd?

Johan grinnikte.

Dat is hetzelfde.

Marieke zette het geluid uit.

Ze had een minuut nodig om op te staan. In die minuut huilde ze niet, greep niet naar haar hoofd, wierp de tablet niet eerst tegen de tegels, hoewel het huis en de stilte en het groene lampje juist verwachtten dat ze nu dramatisch zou exploderen. In plaats daarvan stond ze op, liep naar de spoelbak, draaide de kraan open, hield haar handen onder de koude straal. Water stroomde over haar polsen en vingers. Ze keek hoe druppels uiteenspatten op het staal, zich afvragend of ze, als ze haar handen niet bezig hield, het aanrecht zou omklemmen tot haar nagels wit werden.

Johan kwam om elf uur thuis.

Tegen die tijd had Marieke nog vijf opnames gezien, gehoord dat de vrouw Lisa heette, en veel te veel over zichzelf geleerd. Johan wist precies op welke dag ze haar moeder belde om over haar vermoeidheid te klagen. Hij wist dat ze al twee maanden niet sliep als de baby dutte. Hij wist hoe vaak zij s avonds het kinderraam controleerde, hoe lang zij bleef zitten in een stille keuken. Vroeger dacht ze dat hij haar stemming aanvoelde. Nu leek het eenvoudiger en viezer.

Toen de sleutel draaide, had Marieke de tablet teruggelegd in het buffet, de mok afgewassen.

Je bent nog wakker? vroeg Johan in de gang.

Wachtte op jou.

Hij liep de keuken in, lang, donkerblauw overhemd, opgerolde mouwen, telefoon in zijn rechterhand, boodschappentas. Het grijze haar aan zijn slapen had ze vroeger aandoenlijk gevonden ouderdom als houvast. Nu zag ze vooral de telefoon, waarmee hij haar huis beluisterde en zijn geheimen deelde met een andere vrouw.

Yoghurt voor hem gehaald, zei Johan, terwijl hij de tas uitpakte, En kwark voor jou. Was op.

Hij klonk normaal. Te normaal. En dat deed het meeste pijn. De man die haar theetijden besprak met een andere vrouw, stond nu bij hun tafel brood uit te pakken.

Dank je, zei Marieke.

Hij keek haar aan.

Je bent bleek. Hoofdpijn?

Nee.

Wat dan?

Ze droogde haar handen aan een doek, vouwde hem, rolde hem weer open.

Gewoon moe.

Johan knikte. Liet niets merken. Of deed alsof. Met hem was dat altijd lastig te goed in verklaringen als men hem aan iets kleins ving, te stil als zwijgen beter paste. Marieke herinnerde zich hoe hij haar vorig jaar overhaalde tot één gezamenlijke rekening. Makkelijk. Alles in te zien. Transparant gezin, zei hij. Ze dacht nooit dat transparantie alleen het leven van een ander betrof, niet het zijne.

s Nachts kon ze niet slapen.

De zoon jammerde soms, kuchte, en Marieke stond elke keer op voordat het echt nodig was. Johan sliep vlakbij, ademde regelmatig met een fluitend geluid, armen gespreid, als iemand zonder reden om wakker te worden. Ze tuurde naar het donker, herhaalde de maanden. Johans vreemde vragen. Zijn precisie. Je belde lang met je moeder vandaag, toch? Je hebt niets gegeten overdag? Vermoeid? Het kon niet anders: iemand gaf het door of hij keek zelf.

s Ochtends wist ze: praten kon nog niet.

Teveel jaren met iemand die woorden in de lucht strooit. Hij zou uitleggen, verwarren, haar een nerveuze vrouw noemen die spoken ziet. Ze hoorde het hem al zeggen. Je begrijpt dit niet. Dit gaat niet over jou. Lisa is een collega. Ik maakte me zorgen. Je bent gespannen, je beeldt je dingen in. Hij kon ieder simpel feit omwikkelen tot het leek alsof zij, niet het feit, schuldig was.

Zaterdagochtend gedroeg Johan zich zacht.

Te zacht. Hij stond als eerste bij hun zoon, verschoonde hem, maakte pap, waste zelfs de bordjes af normaal iets voor later op de dag. Marieke keek toe hoe hij op het kleed speelde een sok door de lucht, een gevallen lepel opgepakt en dacht eraan hoe één persoon zo vaderlijk en zo vreemdeling tegelijk kon zijn in zijn eigen gezin.

Waarom zo stil? vroeg hij, toen zij samen in de keuken waren.

Ben ik normaal luidruchtig dan?

Soms. Nu helemaal niet.

Ze opende de koelkast, pakte yoghurt, sloot.

Slecht geslapen.

Van hem?

Nee. Zomaar.

Hij kwam dichterbij, legde zijn hand op haar schouder. Vroeger stelde dat gerust. Nu liep er koude langs haar ruggengraat.

Marieke, het is goed zo.

Dat was het ondraaglijke. Niet de leugen, maar hoe huiselijk de leugen zich nestelt: ochtendsloffen, thee, zonder kloppen.

Ze draaide zich niet om.

Natuurlijk.

Kijk je me niet eens aan?

Toch wel.

Nee, niet echt.

Ze keek op. Johan glimlachte het soort glimlach dat aan het begin van het huwelijk op geduld leek, nu op controle. Hij dacht haar bij het handvat van het gesprek te kunnen houden, het niet loste laten aan de andere kant.

Je beeldt je dingen in? vroeg hij.

Nee.

Gelukkig.

Hij liep naar hun zoon en merkte niet hoe haar vingers zich in de tafelrand klemden.

De dag was eindeloos. Marieke leefde erin als iemand die weet dat de vloer mogelijk hol is, maar gewoon het huis moet begaan, borden afwassen, sokken rapen, ramen openen, soep maken. Elk object had een nieuwe betekenis. De tablet was geen oude elektronica. De babyfoon geen hulpje. Johans telefoon niets simpels meer.

Toen hij later luiers ging halen, opende ze opnieuw het archief.

Blauw licht beefde op het scherm. De keuken rook naar afgekoelde soep en stof. Marieke scrolde bestand na bestand niet op zoek naar bedrog, al had het leven haar dat als eerste ingegeven, maar naar de grens. Wanneer was alles vreemd? Welke dag, welk moment?

Het antwoord lag in het bestand van donderdag.

Johan sprak met Lisa anders, zakelijk, zonder grapjes.

Verdenkt ze iets? vroeg Lisa.

Nog niet.

Wat als ze gaat zoeken?

Laat haar zoeken. Alles ligt klaar.

Echt?

Echt.

Er was een lange stilte. Mariekes kaak verkrampte.

Je overdrijft, zei Lisa.

Je moet vooruitdenken.

Ook over het kind?

Hoe anders?

Ze drukte pauze, ging rechter zitten de kamer van haar zoon stil, beneden de klap van een autodeur, boven gelach van jongeren. Buiten was het zaterdag, maar op haar tablet stond een andere versie van haar gezin. Een waarin Johan voorbereidde waarvoor? Een gesprek? Uitleg? Een toekomst waarin zijn dossier haar vermoeidheid, zwijgen, nachtelijke keuken tijd vastlegde?

Ze kreeg het benauwd. Niet diep, niet snel, maar beperkt, alsof de lucht kromp onder haar ribben.

Ze drukte opnieuw play.

Hoor je jezelf? vroeg Lisa.

Ik weet wat ik doe.

Johan, dit is geen zorg. Dit is controle.

Hij grinnikte.

Dikke termen.

Precieze.

Marieke sloot het bestand.

Daar verschoof alles. Tot nu toe had je het kunnen uitleggen als kortstondige ontrouw, een vreemde vrouwenstem, onnozel mannelijk bravoure. Maar nu ging het over controle rustig, berekend, zonder spijt. Niet een misstap. Geen avond. Geen zwak moment. Dit was gebouwd en ingericht, netjes geregeld.

s Avonds kwam Johan thuis op hetzelfde kalme gezicht.

Boodschappen, op de vloer met hun zoon, boekje over een graafmachine. Terwijl hij voorlas vroeg hij:

Belde je je moeder vandaag?

Zou zo achteloos, loom kunnen zijn, maar Marieke voelde het aan haar ruggengraat.

Nee.

Vreemd. Zaterdag bel je normaal.

Vergeten.

Hmmm.

Hij sloeg de bladzijde om, het papier ruiste. Een gewoon woord, gewoon geluid, maar daarin verscholen: de precisie van iemand die andermans gewoontes telt.

Tijdens het eten praatte hij weinig, Marieke nog minder. Hun zoontje viel bijna in slaap, trommelde met zijn lepel op tafel, dropte stukjes brood; hij was de enige in huis die een echte avond leefde, zonder dubbele bodem, zonder beluisterde betekenissen. Toen Johan hem meenam naar boven, greep Marieke snel naar de tablet, klikte het nieuwste bestand aan.

Pas opgenomen.

Zaterdag op zondagnacht. Johan had kennelijk de babyfoon-app opnieuw aan gezet, toen zij al lag. Eerst een lege gang. Dan stappen, gefluister, motorgeluid, Lisas stem dichterbij dan ooit.

Weet je zeker dat dit niet te ver gaat?

Zeker.

Zelfs als het op een scheiding uitloopt?

Marieke verstijfde. Het woord werd heel gewoon uitgesproken, alsof het over het weer ging.

Als het zo ver komt, zei Johan, kan ik aantonen dat het kind bij mij stabieler is.

Lisa zweeg.

Hij vulde zelf aan:

Je hebt het gehoord, ze slaapt niet, barst soms uit haar vel, zit halve nachten in de keuken, vergeet te eten. Het staat er allemaal op.

Johan…

Wat, Johan? Ik moet aan mijn zoon denken.

Je praat alsof je al besloten hebt.

Niets besloten. Ik ben voorbereid.

Marieke hoorde het niet verder af. Ze legde de tablet op tafel, hand over haar mond, al was er niemand in huis om haar te horen. Dat was het diepste punt. Niet toevallige gesprekken, niet een luchtige affaire. Johan had haar leven verzameld. Niet om haar te begrijpen om straks een dossier te hebben. Voor als het moment komt: kijk, ik heb niet voor niets gekeken.

De klok tikte hard. Of leek dat maar zo.

Ze bleef tot het ochtendgrijs zitten, huilde niet, liep niet door het huis, appte haar moeder niet – chagrijnig jeuken haar vingers naar de telefoon. Ze staarde naar het zwarte scherm, voelde hoe er iets precieze met elke minuutwerd opgebouwd. Geen lichts geen warmte wel gestapeld. Feiten, feit, daarna weer een. Tot de waarheid zwelt van gewicht.

De ochtend. Haar zoontje werd vroeg wakker, eiste alles. Pap. Beker. Bal. Raam. Mama en papa. Johan tilde hem op, lachte zelfs als de jongen onstuimig aan zijn kraag trok. Marieke zag hen, hoorde in gedachten het andere stemgeluid van Johan droog, calculerend, toekomstgericht.

Om tien uur, kind weer slapend, wist ze: wachten langer hoeft niet.

De keuken badend in bleek licht. Twee mokken op tafel, eentje onaangeroerd. Johan scrolde nieuwsberichten. Marieke ging zitten en deponeerde babyfoon én tablet op tafel.

Hij keek op.

Wat is dit nou weer?

We gaan praten.

Nu meteen?

Ja.

Haar stem was vlak, zonder vraag, zonder zacht randje. Johan merkte dat, legde zijn telefoon met scherm naar beneden.

Wat is er gebeurd?

Marieke zat tegenover hem, ving met haar handreflex de rand van de stoel, als ware het vaster dan woorden.

Eén antwoord, zei ze. Slechts één. Geen lange uitleg.

Johan glimlachte schuin, voorzichtig alert.

Probeer maar.

Ze tikte op het tabletscherm.

Waarom stond die camera niet op ons kind gericht, maar op mij?

Hij zweeg. Dat zwijgen was haar eerste echte antwoord. Geen boze ontkenning, geen verbazing, geen wedervraag. Een korte, te zware stilte.

Waar heb je het over? zei hij uiteindelijk.

Marieke drukte op afspelen.

Bekend gefluister, gesis, andre vrouwenlach. Daarna Johans stem, zeker, rustig, losstaand van de man tegenover haar.

Ik wil gewoon weten wat haar bezighoudt.

Johan schrok, de stoel onder hem kraakte. Hij greep naar het tablet, maar Marieke legde haar hand bovenop.

Afblijven.

Hij trok zijn hand terug.

Hoe heb je dit…?

Uit het archief. Dat jij zelf geïnstalleerd hebt.

Het duurde even voor zijn gezicht veranderde. Eerst probeerde hij op routine door te gaan, waar alles valt te buigen. Maar de opname liep verder. Lisa vroeg naar onderzoek, hij zei: alles bij elkaar. Zij sprak over controle. Hij zei: grote woorden. Elk woord sloop macht weg.

Zet die uit, zei hij.

Nee.

Marieke, nu uitzetten.

Nee.

Hij wreef over zijn gezicht, stond op, zakte weer terug.

Je kent de context niet.

Leg het dan uit. Kort.

Ik maakte me zorgen om het kind.

Marieke scrollde naar de zin over stabiele handen.

Toen sloot Johan zijn ogen. Heel even. Genoeg.

Nog eens, zei ze zacht. Kort. Waarom hield je me in de gaten?

Niet geobserveerd.

Hoe noem je dit?

Ik hield thuis de boel in de gaten.

Met hulp van een andere vrouw?

Hij trok zijn kaak samen.

Lisa heeft er niets mee te maken.

Ga niet smoezen. Ze heeft alles ermee te maken.

Je gooit alles op één hoop.

Nee. Roman apart. Camera apart. Gesprekken over het kind apart. Overal lieg je.

Johan stond op, liep naar het raam, deed het niet open. In het glas stond zijn gezicht. Eerder leeg dan oud.

Je bent nu zo… hij zocht woorden.

Zeg het maar.

Hij draaide zich om.

Dat praten zo moeilijk is.

Met haar niet?

Daar gaat het niet om.

Jij besprak mij met haar. Thee, slaap, telefoontjes, vermoeidheid. Je zoon, die je bij voorbaat aan anderen wilde demonstreren.

Hij is ook mijn zoon.

Dus daarom wilde je geen hulp, maar materiaal?

Daar schrok hij echt van. Niet bij de opnames of Lisa, maar om dat woord. Materiaal. Want het was exact. Zonder opsmuk. Onontkoombaar.

Je weet niet hoe zwaar het was alles alleen te trekken, klonk het dof.

Marieke keek hem aan.

Alleen?

Hij wendde zijn ogen af.

Ik werk. Voorzie. Dit huis, en jij… Je kunt het niet meer aan.

Dus daarom een camera?

Dramatisch gedoe.

Nog steeds?

Ik wilde weten wat er speelde.

Je wilde alles bepalen.

Hij lachte zenuwachtig.

Hoe kom je aan zon woord? Je moeder soms?

Marieke schudde het hoofd.

Jij gaf me alles. Alles is vastgelegd.

Stilte viel over de keuken. Ze hoorden hun zoon ademen in zijn slaap in de babykamer. Alles werd een lijn. Het kind sliep. Het huis stond. Thee werd koud. In de eenvoud werd alles beslist wat Marieke drie dagen geleden als onmogelijk had gezien.

Vandaag ga jij, zei ze.

Johan keek op.

Wat?

Vandaag.

Je bent gek.

Nee.

Dit is óók mijn huis.

Maar vandaag ga jij.

Op grond waarvan?

Op grond dat ik niet blijf bij iemand die mijn leven via een babyfoon luisterde en met Lisa besprak in wiens handen ons kind handiger is.

Hij sloeg met zijn hand op tafel, de mok rilde.

Stop dat onzin.

Marieke knipperde niet eens.

Jij zei alles zelf. Ik hoef niets meer toe te voegen.

Dus wat nu? Naar je moeder rennen?

Nu zet ik de camera uit. Jij pakt je spullen.

Je hebt niet het recht alles zelf te bepalen.

Toch doe ik het.

Hij keek haar lang aan. Heel lang. Ze zag iets vreemds: geen woede, geen spijt, geen pijn. Slechts ergernis. Zijn plan, zijn handleiding was verstoord. Dat was genoeg. Dat was het einde.

Johan keek weg.

Goed, zei hij. Koel even af. Laten we vanavond verder praten.

Nee. Nu.

Ga niet zonder mijn zoon.

Je vertrekt alleen.

Ga niet over mij regeren.

Pak je spullen, Johan.

Hij wenste in te grijpen, maar uit de kinderkamer klonk een slaapdronken stemmetje. Hun zoon. Marieke stond op, Johan ook zijn gewoonte. Ze stak haar hand op: nee. Hij bleef staan.

Kom niet. Ik doe het zelf.

Ze nam haar zoon in de armen, rook de geur van babycrème en warme huid. De peuter duwde zijn neus in haar hals. Meer had ze niet nodig om nu overeind te blijven. Ze wiegde hem zacht, keek naar de babyfoon die nog op de keukentafel gloeide. Hoe vaak had Johan haar zo gezien? Het gedempte, huiselijke geruis, dat alleen van hen drieën had moeten zijn?

Tegen de middag was Johan ingepakt.

Niet alles. Daartoe ontbrak het lef. Een paar overhemden, lader, scheerapparaat, documenten. Bij afscheid probeerde hij nog een keer grip te krijgen via woorden.

Breek je om één gesprek een gezin af?

Marieke hield haar zoon, keek zwijgend toe.

Om één gesprek, herhaalde hij, alsof herhaling macht geeft. Je probeert het niet eens te begrijpen.

Ik begrijp alles.

Niet alles.

Genoeg.

Wat vertel je mensen straks?

De waarheid.

Hij trok zijn mondhoek op tot halve glimlach.

Wat voor waarheid? Dat ik een babyfoon heb geplaatst?

Ja.

En dan?

Dat de camera niet op het kind stond.

Johan kneep zijn hand om de reistas.

Je gaat spijt krijgen van deze houding.

Misschien. Maar niet van wat ik heb gehoord.

Daarmee was het gesprek klaar.

De deur sloot zacht, geen klap, geen drama. De lift zoemde, iemand kuchte in het trappenhuis, en het huis werd weer een huis. Alleen stonden de meubels nu anders. Zelfde muren, mokken, tafel maar de lijn tussen de spullen was veranderd.

Die dag deed Marieke weinig.

Ze voedde haar zoon, zocht nieuwe sokken uit, stopte wat babyspullen in een tas, belde haar moeder: Johan woont voorlopig apart. Haar moeder zweeg even, vroeg dan of ze langs zou komen. Marieke antwoordde: misschien vanavond. Ze verklaarde verder niets. Verklaringen komen later, als de stilte is geweest, als je zonder vergeten door de kamers kunt lopen.

s Avonds liep ze weer de kinderkamer in.

Het was bijna zoals altijd. Blauwe romper met raket op het rekje. Grijze plaid op de stoel. De camera op de ladekast. Zwarte behuizing, klein lensje, groen lampje. Marieke bleef lang kijken, alsof het geen plastic was maar een overgebleven blik, dat nog niet uit hun huis was verdwenen.

Ze nam het apparaat in haar hand.

Haar vingers trilden niet meer. Dat verbaasde haar nog het meest. Zoveel kou, zoveel slapeloze uren, zoveel innerlijk werk blijkbaar waren haar handen het beven zat. Marieke draaide de camera om, vond de stekker, trok hem uit het stopcontact.

Het groene lampje doofde onmiddellijk.

En in de kinderkamer werd het zo stil als het alleen daar is waar niemand meer luistert.

Rate article