Vandaag kan ik eindelijk eens alles van me afschrijven. Soms voelt het of ik in een slecht toneelstuk zit en niet in mijn eigen leven. Sinds mijn relatie met Reinout is uitgekomen, zijn mijn collegas en zelfs sommige vriendinnen alleen maar aan het roddelen. Iedereen denkt dat ik geluk heb gehad, dat ik een oudere, succesvolle man aan de haak heb geslagen. Reinout is vijftien jaar ouder, hij is directeur van het bedrijf waar ik werk.
Ze komt net binnenrollen bij ons en vliegt zo het huwelijk in, heb ik ze horen fluisteren bij het koffiezetapparaat.
Van krantenwijk naar kasteelvrouw, sneerde een ander.
Precies, ja.
Alsof ik er zelf niets over te zeggen heb. Ik wilde onze relatie juist níet bekendmaken. Reinout en ik zijn al aan het daten sinds vóór mijn sollicitatie bij zijn bedrijf. Toen ik op gesprek kwam, wist ik niet eens dat hij directeur zou zijn. Alles liep via de HR-afdeling en officieel had Reinout geen invloed op mijn aanstelling. Later heb ik dat uiteraard ontdekt en hem gevraagd onze relatie stiller te houden. Maar ja, in Nederland zeggen ze: eerlijkheid duurt het langst, en die waarheid haalde ons in. Binnen de kortste keren wist iedereen van onze relatie en werd het onderwerp van gesprek bij de vrijdagmiddagborrel.
Ik heb nooit te koop gelopen met mijn uiterlijk; ik geloof oprecht dat ik deze baan verdiend heb door mijn kennis en inzet, niet alleen door mijn blauwe ogen. Maar de roddeltantes zagen dat anders. Twee jaar na de dood van Willemien en Reinout wil alweer trouwen, hoorde ik iemand sissen. Willemien de Groot was zijn overleden vrouw, en voormalig eigenaar van het bedrijf voor ze verongelukte.
Reinout was na haar dood een gewild vrijgezel niet alleen omdat hij zo charmant is (dat valt best mee), maar vooral vanwege zijn rekening bij de Rabobank, denk ik. Maar ik werd echt niet op hem verliefd om zijn geld. Onze ontmoeting in de Jumbo was hartstikke knullig: zijn boodschappenkarretje reed over mijn panty én mijn suède laarzen, waarna hij me nog uitschold omdat hij dacht dat ik voorkroop bij de kassa.
Maar ik kon die dag mijn mond niet houden. Ik reageerde gevat terug, waardoor hij zijn excuses aanbood en zelfs mijn boodschappen betaalde. Daarna was het alsof alles mis- en goedging tegelijk: ik wilde dat hij me met rust liet, maar Reinout maakte het goed en bleef beleefd aandringen, zelfs toen hij me bij de bushalte zag wachten (terwijl ik zogenaamd met de auto was). Uiteindelijk gaf ik toe en liet ik me naar huis brengen. Hij bleek een stuk aardiger zonder karretjes, en vóór ik het wist gingen we uit eten.
Een paar weken later kwam ik bij het bedrijf werken. Was het toeval? Misschien. Maar Reinout maakte zich helemaal niet druk om wat anderen vonden. Dure cadeaus kreeg ik zelden, maar ik was zeker niets tekortgekomen qua aandacht. Ik vond het fijn hoe hij naar me keek, zijn ruime appartement aan de Herengracht in Amsterdam, zijn Volvo én het idee van een stabiele toekomst samen.
Al snel trok ik bij hem in, waar zijn moeder, mevrouw van den Berg, ook woonde. Ze was een lieve, rustige vrouw die haar zoon na Willemiens overlijden steunde en het huishouden draaiende hield. Toen ik erbij kwam, voelde het alsof ik aanschoof in een bestaande routine. Ik hoefde niet de vrouw des huizes te zijn en smulde van haar stamppot. Alles liep soepel… tot Reinout het huwelijk ter sprake bracht.
Eén ding zat me al langer dwars: dat hij nog steeds zijn trouwring van Willemien droeg. Ik voel nog steeds een band met Willemien, vertrouwde hij me eens toe. Maar ik kreeg er de kriebels van, en vroeg hem of hij de ring wilde afdoen. Als het je dwarszit, zei hij onzeker en deed de ring af.
Toen het aanzoek kwam op zn Hollands in een Amsterdams restaurant met een glas wijn voelde ik meteen dat er iets mis was. Op de bodem van dat wijnglas lag een ouderwetse ring: een familiejuweel, zo bleek, en volgens Reinout onbetaalbaar. Ik schrok, misschien onnodig, maar ik kon het niet. Nee, zei ik. Reinout keek alsof er een emmer water over hem werd gegoten.
Hoezo nee? vroeg hij sprakeloos.
Ik wil deze ring niet dragen.
Maar dit is een uniek familiestuk! Je snapt toch wel wat die waard is, in euros en in geschiedenis?
Dat maakt me niets uit. Ik wil niet trouwen met het sieraad van je overleden vrouw.
Dat is bijgeloof.
Misschien, maar ik doe het niet. Ik ga toch ook niet haar trouwjurk dragen? Je moeder zei laatst dat die nóg ergens hing.
Een jurk kan ik nieuw kopen, maar op een gouden ring ga ik niet besparen. Dit soort vakmanschap vind je niet meer.
Misschien wel, maar niet met deze geschiedenis.
De sfeer in het restaurant werd onaangenaam. Is dit je definitieve antwoord? vroeg Reinout, zijn wenkbrauwen dreigend. Ik knikte en verontschuldigde me. Reinout wilde een pauze, en ik keurde het meteen goed.
De dagen erna ontliepen we elkaar op de werkvloer. Ik trok bij mijn ouders in, waar zij me bezwoeren het contact te verbreken (Je vindt zo een leuke jongen van je eigen leeftijd, Anneke! riepen ze), maar ik wist niet wat ik moest doen.
Het bleef stil tussen ons. Op kantoor gingen de geruchten als een lopend vuurtje: De baas en die mooie meid zijn uit elkaar! Reinout werd steeds chagrijniger en snauwde iedereen af, zelfs zijn moeder. Zij zocht me op, onuitgenodigd, aan mijn nieuwe keukentafel.
Anneke, hoe gaat het nou? vroeg ze, haar hand troostend op mijn arm.
Een beetje ziekjes
Daarom woon je nu apart? Bang mij te besmetten? glimlachte ze. Ik bekende dat het daar niet aan lag, en toen vertelde ik haar alles.
Ze zuchtte. Als die ring het enige is, dan is het duidelijk. Hij is nog niet klaar om het verleden los te laten. Je bouwt geen toekomst op fundamenten vol oude pijn, zei ze zacht.
Na haar bezoek voelde ik me opgelucht én triest. Een week later besloot ik ontslag te nemen. In plaats van strijd voelde het als loslaten. Bij het afgeven van mijn ontslagbrief zei Reinout niets, behalve met een boze blik.
Gedraag je eens als een volwassene, Reinout, zei ik bij het weglopen.
Jij bent koppig! Niemand heeft me ooit geweigerd
Ik zweeg en vertrok. Op zijn hand blonk weer de oude ring. Ik voelde me licht worden: Ik had gedaan wat goed was. Reinout begreep nooit waarom ik niet zijn ring wilde. Maar ik wil leven in het nu, niet in het verleden van een ander.
Zo eindigt vandaag mijn hoofdstuk met Reinout geen huwelijksaanzoek, geen oude ringen, maar misschien wel een nieuw begin.






