OUDE FOTO: VERBORGEN VERHALEN EN VERGETEN HERINNERINGEN

15 augustus 2025

Vandaag stond ik weer in het kleine dorpje De Dries, waar het leven nog net zo langzaam voortkabbelt als de oude molen aan de rand van het weiland. Een energiek jongetje dartelde om mij heen, een kind van mijn neef, en hij riep met grote ogen: Opa, is dat een cantharel?. Zijn naam was Joris, passend bij zijn beweeglijkheid: Joris, de behendige.

Ik denk het wel, gromde ik moeizaam en hijgde even. Al van jongs af aan lag de cantharellenpaddestoel op ons erf, maar het dragen van een volle mand met de paddenstoelen werd steeds een lastiger karwei. Daarom had ik even een pauze genomen in de oude schuur naast het huis van tante Annetje. Annetje is de weduwe van mijn oude vriend Willem; zij is inmiddels de grootmoeder van Joris zus, en haar huis is een soort toevluchtsoord voor ons allen.

De schuur is net zo krakkemikkig als ikzelf, maar hij biedt een schild tegen de hitte. Terwijl ik mijn voeten rustte, kwam Joris met een plastic apparaat in de hand aangerend. Hij draaide zich om de mand heen en vroeg: Mag ik een foto maken?

Wat ga je dan met die oude platte snijplank doen, jongen? bromde ik, vergetend dat mijn rug nog steeds protesteerde.

Met mijn tablet! riep hij trots, terwijl hij het apparaat boven zijn hoofd hield. Hij richtte het op de mand en een klik klonk, net als het gat van een oude camera.

Kijk! zei hij, en liet de achterkant van de tablet zien. Op het scherm verscheen een foto van mijn mand gevuld met cantharellen. Ik staarde, verbaasd, terwijl Joris nonchalant met zijn vinger over het scherm gleed. Plots verschenen er in plaats van de paddenstoelen op het scherm kleine afbeeldingen van zijn buurjongen Lodewijk, die altijd met een touwtje aan zijn grote varkentje liep.

Pap, zei Joris plechtig, en ik wierp een scheve blik op mijn mand. Wat is er nu met de paddenstoelen? vroeg ik, maar ze waren nog steeds op hun plek, net zo welriekend als altijd.

Joris bleef met zijn vinger over de foto glijden: Dit is mama, dit is ons huis en dat is Mark. Mark, de varkenszoon van Annetje, was geen kat, maar een varkentje dat alleen op een riem mocht rondlopen. In ons dorp is het wel een raadsel waarom iemand een varkentje aan een koord hangt, maar de tractorist Pasker had het ooit als een soort touwtrekkertje verklaard.

Mag ik jou ook fotos maken, opa? vroeg Joris plots.

Waarom niet? bromde ik, terwijl ik mijn baarde knipte. Jij bent toch een beetje knap, met je witte baard en je ruwe handen, net als een jonge boer.

Joris mompelde een beetje, maar vond uiteindelijk de juiste woorden: Als een oude man, maar toch een vaderfiguur! Hij lachte en ik lachte mee, hoewel mijn lach een krakende schorrel was.

Hij vroeg of ik het niet erg vond dat er geen film was nodig was. Fotofilm, hoor je? vroeg ik. Nee, mama print alles meteen uit op de printer. De jongen knikte en zei dat hij de fotos van mij en Anna later zou maken.

Na een paar minuten van uitleg, voelde ik weer wat kracht in mijn benen. Ik stond op, tilde de zware mand, en liep langzaam terug naar ons huis. Een paar stappen verder draaide ik me om en riep: Joris, vergeet niet: over een uur! Een stem van de overkant van het pad riep terug: Opgelet, druppel!

Ik zuchtte, zette de mand voor de deur en ging op de kruk zitten. Nog één van dit soort en we overwinteren als de oude heren: aardappelen en cantharellen, want er is geen vlees meer. Ik heb nooit veel gekocht in de supermarkt; de enige vleeswaren die ik kende, waren de gerookte spekjes die af en toe bij een feestelijke gast kwam. Ik gaf de voorkeur aan het eenvoudige, eigen voedsel van het land.

Anna, mijn vrouw, kwam met een moeizame stap en probeerde de mand op te tillen. Even wachten, ouwe, zei ze met een zucht. We hebben genoeg komkommers en tomaten. Rust even uit, fluisterde ze.

Jongeling, protesteerde ik, laat me eerst mijn fotos maken. De woorden schoten uit mijn mond, bijna als een kinderveil. Maar Anna trok me zachtjes bij de arm en zei: Kom er eerst bij, dan fotograferen we later. Ik volgde haar naar de woonkamer, waar ze zich verstopte achter de open haard, een plek waar ze zich vroeger vaak verstopte tijdens kleine ruzies.

Ik vond haar later, een paar minuten later, in een klein hoekje naast de haard, haar gezicht in haar handen, zachtjes snikkend. Tranen stroomden langs haar wangen, als de regen die door de gietijzeren ruiten druppelt. Mijn stem stokte; ik kon geen woord uitbrengen. De stilte brak pas toen Anna haar hoofd uit de schaduw tilde en fluisterde: Anna. Ik voelde een breekbare warmte in mijn hart.

We kropen dicht bij elkaar, ik legde mijn hand op haar schouder en ze streek mijn baard glad. Kom, ik strijk je hemd, zei ze zacht. Joris kwam net op tijd terug met zijn tablet, maar we waren al klaar voor het avondeten. We zaten aan de tafel, de mand vol cantharellen naast de aardappelen, en ik trok mijn baard aan.

Later die avond, terwijl we onder het zwakke licht van de olielamp de fotos bekeken, zag ik twee beelden. Het eerste was een kleine zwart-wit foto van een jonge, roodharige meid met een groot boeket wilde bloemen, haar hoofd rustend op de schouder van een knappe jonge boer in een net pak. Op de achtergrond stond een bord met de vier letters Huw.

Het tweede beeld was een grote, kleurenfoto van ons, zittend aan de keukentafel, haar grijze haren zacht op mijn schouder, een groot boeket tuinbloemen voor ons uitgestald. Onze gezichten straalden dezelfde gelukzalige rust uit als op de eerste foto.

Die twee fotos herinneren me eraan dat ons leven, hoe eenvoudig ook, vol kleine momenten van liefde en verbondenheid zit.

Persoonlijke les: zelfs als de rug zwaar is en de mand vol, is een simpel glimlach, een gedeelde foto en een beetje geduld genoeg om het hart warm te houden.

Rate article