Dagboek 65 jaar
Vandaag, nu ik 65 ben, besef ik voor het eerst: onze kinderen, aan wie mijn man en ik alles hebben gegeven, hebben ons eigenlijk niet meer nodig. Onze drie kinderen voor wie we al onze tijd, energie en spaargeld opofferden hebben alles gekregen wat ze wensten en zijn vervolgens hun eigen weg gegaan. Mijn zoon neemt de telefoon niet eens meer op als ik hem bel. Soms vraag ik me af: zouden ze ons ooit een glas water aanbieden als we straks echt oud zijn?
Ik ben op mijn 25e getrouwd. Jan was mijn studiegenoot, en hij had al lange tijd een oogje op mij. Hij koos zelfs voor dezelfde universiteit om bij mij te zijn. Een jaar na onze bescheiden bruiloft werd ik zwanger en werd onze dochter geboren. Jan stopte met zijn studie om te gaan werken, terwijl ik met zwangerschapsverlof ging.
Die periode was zwaar. Jan werkte bijna dag en nacht, en ik probeerde intussen moeder te zijn én mijn studie af te maken. Twee jaar later was ik opnieuw zwanger. Ik ben toen parttime gaan studeren, en Jan moest nog harder werken om het gezin draaiende te houden.
Toch zijn we erin geslaagd om twee kinderen op te voeden: onze oudste dochter, Maartje, en onze zoon, Bram. Toen Maartje naar de basisschool ging, vond ik eindelijk werk in mijn vakgebied. Het leven leek wat makkelijker te worden: Jan had inmiddels een vaste baan met een fatsoenlijk salaris, en voor het eerst voelden we ons echt thuis in ons eigen huis. Maar op het moment dat we dachten adem te kunnen halen, bleek ik opnieuw zwanger.
De geboorte van onze derde was een nieuwe uitdaging. Jan nam nog meer uren op zich om voldoende te verdienen, terwijl ik me volledig stortte op de zorg voor onze jongste dochter, Fenna. Ik weet niet meer hoe we het allemaal deden, maar langzaamaan vonden we weer evenwicht. Pas toen Fenna naar groep drie ging, voelde ik voor het eerst een beetje rust.
Maar de zorgen waren nog niet voorbij. Toen Maartje begon aan haar studie aan de universiteit, vertelde ze opeens dat ze wilde trouwen. Wij hebben haar niet tegengewerkt we zijn tenslotte zelf ook jong getrouwd maar het organiseren van de bruiloft en het steunen bij de aankoop van haar eerste huis kostte ons veel geld.
Bram wilde ook een eigen plek en natuurlijk konden wij geen nee zeggen. Dus gingen we het gesprek aan bij de bank en regelden we een lening om hem aan een appartement in Haarlem te helpen. Gelukkig vond hij snel een goeie baan bij een mooi bedrijf.
Toen Fenna haar eindexamen haalde, vertelde ze dat ze ervan droomde om in het buitenland te studeren. Het was een moeilijke periode voor onze portemonnee, maar we spaarden alles bij elkaar om haar naar haar droomuniversiteit te laten gaan. Fenna vertrok, en wij bleven met zn tweeën achter.
Langzaamaan werden de bezoekjes van de kinderen steeds minder. Maartje, die nota bene ook in Amsterdam woont, komt nog maar zelden langs. Bram verkocht zijn appartement om in Den Haag te gaan wonen, en hij laat zich nog maar weinig zien. Fenna, na haar studie in het buitenland, is daar gebleven.
We hebben onze kinderen alles gegeven: al onze tijd, onze jeugd, ons geld. En uiteindelijk zijn we tot niets gedegradeerd in hun leven. We verlangen niet naar hulp of financiële steun. Het enige wat we graag zouden willen, is af en toe iets van hen horen. Of dat ze spontaan eens langskomen, of een vriendelijk woord laten vallen.
Maar blijkbaar is dat iets uit het verleden. Misschien wordt het tijd om het wachten los te laten en eindelijk te gaan leven voor onszelf? Op onze vijfenzestigste mogen we toch hopen op een beetje geluk, dat we altijd voor ons uit hebben geschoven?





