Nadat hij zijn minnares had afgezet bij het station in Utrecht, nam Boudewijn zachtjes afscheid van haar en reed vervolgens naar huis in Amersfoort. Voor zijn portiek bleef hij even staan, peinzend over alles wat hij zijn vrouw straks moest zeggen. Met lood in zijn schoenen liep hij de trap op, stak de sleutel in het slot en deed de deur open.
Hoi, zei Boudewijn. Merel, ben je thuis?
Thuis, klonk het kalm vanuit de woonkamer. Hoi. Zal ik vast slavinken bakken?
Boudewijn nam zich voor het recht op de man af te zeggen kort, duidelijk, zoals het hoort! Nu het afscheid met zijn minnares nog tintelde op zijn lippen en het gewone leven hem nog niet volledig terug had opgeslokt.
Merel, Boudewijn schraapte zijn keel. Ik kom je iets vertellen We moeten uit elkaar gaan.
Merel reageerde ongekend rustig. Eigenlijk kreeg je Merel Boudewijn zelden van haar stuk. Vroeger had Boudewijn haar daar nog om geplaagd en de bijnaam Merel IJskoud verzonnen.
Hoe bedoel je? vroeg Merel vanuit de deuropening van de keuken. Moet ik dan geen slavinken bakken?
Dat mag je zelf weten, zei Boudewijn. Bak ze gerust, of niet. Maar ik ga weg, naar een andere vrouw.
De meeste vrouwen zouden hun man nu om de nek vliegen met de koekenpan, of minstens een woede-uitbarsting geven. Maar Merel hoorde duidelijk niet tot die groep.
Pff, wat een poeha om niks, zei ze. Heb je mijn laarzen uit de schoenmaker eigenlijk wel opgehaald?
Eh, nee, Boudewijn raakte uit het veld geslagen. Als het belangrijk is, rij ik meteen even terug om ze op te halen!
Och jee mopperde Merel. Typisch jij weer, Boudewijn. Als je een sukkel op pad stuurt voor mijn laarzen, komt-ie terug met zn eigen oude schoenen.
Boudewijn voelde zich gepikeerd. Hij had zich dit gesprek heel anders voorgesteld: meer drama, meer vuur, meer beschuldigingen! Maar ja, Merel was altijd al zo koel als haar bijnaam deed vermoeden.
Merel, ik geloof dat je me niet hoort! riep hij. Ik kondig hier officieel aan dat ik vertrek, dat ik je verlaat voor een ander, en jij hebt het over laarzen!
Joh, je hoeft niet op mij te wachten, zei Merel. Jij kunt tenminste gewoon weg wanneer je wilt. Jouw laarzen liggen niet bij de schoenmaker. Dus waarom niet?
Ze waren inmiddels al jaren bij elkaar, maar Boudewijn snapte nog steeds niet goed wanneer Merel serieus was en wanneer ze ironisch deed. Juist haar gelijkmatige karakter, haar rust en zuinigheid hadden hem ooit zo aangetrokken en niet te vergeten haar ondernemende aard en mooie figuur.
Merel was betrouwbaar, trouw en ijzig kalm als zon zware ankerketting op een schip. Maar nu hield Boudewijn van een ander. Warm, intens, spannend! Dus hij moest het nu maar uitspreken en het leven achterna gaan waar hij naar verlangde.
Dus, Merel, zei Boudewijn nu met plechtige stem, vol droefheid en toch een beetje opgelucht. Bedankt voor alles, maar ik ga. Ik houd van een andere vrouw, niet van jou.
Nou ja, zeg! Merel lachte spottend. Hou je niet meer van me, halve zool? Mijn moeder hield van de buurman, mijn vader van klaverjassen en jenever en kijk hoe leuk ik eruit ben gekomen!
Boudewijn wist dat discussiëren met Merel zinloos was. Haar woorden wogen als lood. Hij voelde alle spanning uit zijn lijf wegvloeien; de neiging om te ruziën was weg.
Je bent ook echt geweldig, Mereltje, zei Boudewijn uiteindelijk zuchtend. Maar ik ben nu eenmaal verliefd op een ander. Verliefd, opwindend en magisch. En ik ga naar haar toe, snap je?
Verliefd op wie dan? vroeg Merel droog. Zou het soms Annemarieke van der Bos zijn?
Boudewijn schrok. Een jaar geleden had hij inderdaad een geheime affaire gehad met Annemarieke, maar dat Merel haar kende, was hem compleet ontgaan!
Hoe weet jij? Ach, laat ook maar. Het gaat niet om haar, Merel.
Merel geeuwde, alsof het haar geen zier kon schelen.
Dan zeker Sylvia Koelman? Ga je die kant op?
Boudewijn kreeg het koud. Met Sylvia was hij inderdaad een tijd in de weer geweest. Als Merel dat allemaal wist waarom had ze nooit iets gezegd? O ja, die was immers altijd zo gesloten als een oester.
Nee joh, zei Boudewijn. Niet Sylvia, niet Annemarieke. Iemand totaal anders, de vrouw van mijn dromen. Zonder haar kan ik niet leven en ik ga nu echt! Niet tegenhouden, hè!
Dus dan wordt het vast Maike, zei Merel schamper. Echt typisch weer, Boudewijn het lijkt wel alsof iedereen in de buurt het weet behalve jijzelf. Die Maike de Vries. Vijfendertig jaar, één kind, twee keer abortus klopt dat, of niet?
Boudewijn sloeg zijn handen voor zijn ogen. Beter kon je het niet raden het was inderdaad Maike de Vries met wie hij een affaire had.
Maar hoe Wie heeft je dat verteld? Houd je me in de gaten of zo?
Verdorie Boudewijn, ik ben al twintig jaar huisarts hier in Amersfoort, zei Merel droogjes. Ik ken hier alle vrouwen van binnen en van buiten. Ik hoef maar even mijn dossiers te raadplegen en ik weet genoeg, joh. Jij denkt zeker dat ik niks door heb?
Boudewijn haalde even diep adem en probeerde zijn trots te herpakken.
Oke! Stel dat je het goed hebt! Dan is het inderdaad Maike. Maar dat doet er niet toe, ik ga weg. Punt!
Och sukkeltje toch, snoof Merel. Had je dan niet eens aan mij gevraagd of ze wel zo bijzonder is? Geen enkel spoortje unieks hoor, dat kan ik je als huisarts prima vertellen. Heb je trouwens haar medische dossier weleens ingezien?
N-nou, nee stamelde Boudewijn.
Zie je wel! Ga jij nu maar eerst uitgebreid onder de douche. Morgen regel ik gelijk dat dokter Smit je tussendoor even test bij de GGD. En dan praten we verder. Schaam je de man van een huisarts en niet eens een gezonde vrouw uitkiezen!
Maar wat moet ik nou doen? zuchtte Boudewijn klein.
Ik ga slavinken bakken, zei Merel beslist. Jij moet jezelf maar even zien te redden. Als je ooit hulp nodig hebt bij het zoeken naar een perfecte vrouw zonder ongemakken geef maar een seintje, dan heb ik nog wel ergens een adresje!Boudewijn bleef verbouwereerd staan in de hal, zijn hand nog steeds aan de deurklink. Er was niets meer te zeggen; Merel had hem weer eens volledig ontwapend, op haar achteloze, ongenaakbare manier. In de keuken tikte een pan op het fornuis. Slavinken. Het normale leven rolde onverstoorbaar verder, of je nu bleef of vertrok. En voor het eerst voelde hij geen haat, geen wrok, niet eens spijtmaar een vreemd soort opluchting, alsof hij eindelijk van zichzelf verlost was.
Hij stapte de woonkamer in, keek om zich heen en lachte zachtjes.
Merel, zei hij plots. Wil je er eentje zonder spek voor mij voor de laatste keer?
Ze draaide haar hoofd om, glimlachte en haalde haar schouders op. Prima hoor, Boudewijn. Alles voor de gast.
Toen hij zich liet zakken op het versleten grijze bankje, zo vertrouwd, voelde hij dat hij de eerste bladzijden van een onbekend boek opensloeg. Misschien was dit geen afscheid, maar een begin niet van een stormachtig nieuw leven, maar van zichzelf leren verdragen met alle gebreken, verlangens en laarzen vergeten bij de schoenmaker.
Op dat moment rook hij de gebraden slavinken, hoorde Merel licht neuriën achter het fornuis, en wist hij dat er in het gewone al genoeg avontuur school. Misschien, dacht hij, bleef hij nog één avond langer. Gewoon om te proeven hoe het smaakte, zon maaltijd tussen afscheid en vertrouwdheid en te ontdekken dat zelfs het vertrek soms voelt als thuiskomen.
Buiten gleed de zon achter de wolken en niet ver daarvandaan draaide ergens in Amersfoort een sleutel in een slot maar in huis klonk alleen Merels lach en het sissen van boter in de pan.






