Nadat hij zijn minnares bij de auto had afgezet, nam Buutsma liefdevol afscheid en reed vervolgens naar huis

Nadat hij zijn minnares bij de bushalte had afgezet mét een tedere zoen alsof het een Franse film was reed Joost van Buuren richting huis. Voor het portiek van hun appartementencomplex bleef hij even staan, peinzend over wat hij zijn vrouw nou eigenlijk moest zeggen. Na een diepe zucht huppelde hij de trap op, stak de sleutel in het slot en stapte binnen.

Hoi, zei Joost met opgewekte tegenzin. Veerle, ben je thuis?

Natuurlijk, klonk Veerle droogjes vanuit de keuken. Hoi. Wil je dat ik vast de schnitzels in de pan gooi?

Joost nam zich voor het nu eindelijk eens als een echte kerel aan te pakken: direct, doortastend, zonder omwegen, voordat het genot van zijn amoureuze avontuurtje was verdwenen en het Hollandse gezinsleven hem weer als een vette stroopwafel zou insluiten.

Veerle, Joost schraapte zijn keel en probeerde ernstig te klinken. Ik moet je iets vertellen We moeten uit elkaar.

Veerle reageerde zo onverstoorbaar als een parkeerwacht op een natte dinsdag. Veerle van Buuren was nu eenmaal lastig uit balans te brengen. Vroeger had Joost haar om die reden zelfs Veerle Koude Kikker genoemd.

Bedoel je dat ik die schnitzels niet hoef te bakken? klonk het vanuit de deurpost.

Dat mag je zelf weten, zei Joost. Als je wil, bak ze. En anders laat je het. Ik Ik vertrek naar een andere vrouw.

De meeste Nederlandse vrouwen zouden nu de koekenpan grijpen, of op zn minst een Funda-discussie openen. Maar Veerle hoorde duidelijk niet bij de meerderheid.

Doe nou niet zo ingewikkeld, Joost, zei ze. Had je mijn schoenen nou opgehaald bij de schoenmaker?

Nee mompelde Joost, ongemakkelijk verzwakt. Maar als dat zo belangrijk is, rijd ik nú nog naar de schoenmaker!

Ach jongen, bromde Veerle, Als je een sufferd op schoenen afstuurt, krijg je oude kaplaarzen terug.

Joost voelde zich onrechtvaardig behandeld. Waar bleef het drama? De passie? De spreekwoordelijke donderwolk boven het Amsterdamse grachtenpand? Maar ja, wat verwacht je van een vrouw met een bijnaam als de Koude Kikker

Veerle, luister je wel? riep Joost. Ik zeg toch: ik verlaat je! Ik ga officieel bij een andere vrouw wonen. En jij hebt het alleen over schoenen!

Vind je het gek, zei Veerle, jij hebt geen schoenen in reparatie. Dus jij kunt zo weglopen. Ik zit aan huis gekluisterd!

Ze waren al jaren samen, maar Joost kon nog steeds niet inschatten wanneer Veerle serieus was en wanneer ze haar fantastische Nederlandse ironie inzette. Ooit was dat precies wat hem zo aantrok: standvastig, weinig drama, en nooit een woord te veel. Bovendien kon je haar om een boodschap sturen en had ze een heerlijk rond Hollands figuur.

Veerle was betrouwbaar, trouw en zo onverstoorbaar als een ANWB-paal. Maar nu was Joost hoteldebotel verliefd op een ander. Vurig en zondig, zoals een illegale barbecue op zondag in het Vondelpark! Hoog tijd om schoon schip te maken.

Kijk Veerle, zei Joost, met een mengeling van trots, droefenis en een tikkie schuld. Ik ben je dankbaar voor alles, maar ik ga, omdat ik van een andere vrouw hou. Van jou niet meer.

Joh, wat apart, zei Veerle. Hij houdt niet meer van me, het consultatiebureau is er niks bij! Mijn moeder hield ooit van de buurman. Mijn vader hield alleen van kaarten en jenever. Kijk wat voor fantastisch mens ik ben geworden!

Joost wist: tegen Veerle viel niet te debatteren. Elk woord van haar was raak als een zakje drop in je jas vinden aan het eind van een regenachtige dag. Zijn energie verdampte, zijn rebellie zakte als een tulpenbol in kleigrond.

Veerle, echt, je bent een kanjer, mompelde Joost. Maar ik hou van een ander. Het is wild, zondig, heerlijk. En daarom ga ik.

Die ander, is dat soms Mirte van der Plas? vroeg Veerle, terwijl ze haar hoofd om de deur stak.

Joost schrok. Een jaar geleden had hij inderdaad een affaire met Mirte, maar dat wist toch niemand? Laat staan zijn vrouw!

Hoezo Ken je haar dan? hakkelde hij.

Veerle haalde nonchalant haar schouders op. Anders misschien Daphne Bakker? Zit je daar achteraan?

Joost kreeg het opeens koud. Daphne was inderdaad ook een geschiedenis, maar hoe wist Veerle dat allemaal? Natuurlijk, Veerle was een mysterieuze, zwijgzame, Hollandse sfinx.

Nee joh, niet Bakker en ook niet van der Plas. Het is een heel andere. Een uitzonderlijke dame, de top van mijn wensen! Ik kan niet meer zonder haar leven en vertrek. En probeer me alsjeblieft niet tegen te houden!

Nou, dan zal het wel Maartje zijn, zei Veerle. Tjeetje, Joost een open boek ben je. De onbereikbare droom heet gewoon Maartje Geerts. Vijfendertig jaar, één kind, twee miskramen Klopt?

Joost sloeg zijn handen voor zijn gezicht. Bulls-eye! Het wás Maartje Geerts.

Maar hoe? Heeft er iemand gespioneerd? stotterde hij.

Kom op, Joost, zei Veerle. Ik ben al vijftien jaar huisarts in deze stad. Ik ken praktisch iedere vrouw van Zaandam tot Amersfoort. Even in het dossier kijken en ik weet of jij daar je klompen hebt achtergelaten.

Joost probeerde zichzelf te herpakken.

Oke, stel dat je gelijk hebt, wat dan nog! Dan ís het maar Geerts. Dat verandert niks. Ik ga naar haar toe!

Ach, Joost, zei Veerle en ze schudde haar hoofd, kon je het niet even bij mij navragen voor je overstapte? Trouwens, er is bij die Maartje niets uitzonderlijks, alles is gewoon gemiddeld, medisch gezien dan. Ken je haar medische geschiedenis eigenlijk?

Eh, nee bekende Joost.

Dat dacht ik al! zei Veerle triomfantelijk. Eerst maar eens goed wassen, meneer. Morgenochtend bel ik dokter Smit, jou kennen ze daar wel, kun je zonder wachten een check-up krijgen. Komt allemaal goed. En stel je voor: de man van een huisarts niet in staat om zelf een gezonde vrouw uit te kiezen!

Dus wat moet ik nu doen? piepte Joost zielig.

Ik ga schnitzels bakken, zei Veerle, en jij springt onder de douche. En als je ooit nog eens écht de droomvrouw zonder kwaaltjes wilt bel me, dan geef ik je wel wat aanbevelingen.Joost keek naar Veerle, die met haar rug naar hem toe kalmpjes de schnitzels in de pan liet glijden, alsof er niets aan de hand was. Even voelde hij de impuls om nog iets te zeggen, om haar uit te dagen, haar aandacht op te eisen, te verlangen naar een grootse ontknoping met gebroken borden en diepe bekentenissen. Maar het enige wat hij hoorde, was het geruststellende gesis van boter en vlees.

Hij liep naar de badkamer, keek in de spiegel en vroeg zich af wat hij eigenlijk zocht, waar hij werkelijk naar op zoek was geweest en of hij dat ooit ergens, bij wie dan ook, zou vinden.

Terwijl het water over hem heen stroomde en de geur van uien en gebakken schnitzel tot in de douche doordrong, drong een plotselinge helderheid tot hem door. Misschien was liefde niet altijd drama, passie of verboden vuurwerk op grijze dagen. Misschien was het soms gewoon iemand die je ongezien doorgrondde en je, ondanks alles, thuis liet douchen en haar schnitzels met je bleef delen.

Toen Joost aankleedde en weer aan de keukentafel schoof, schoof Veerle zwijgend een bord naar hem toe. Geen goedmaakborrel, geen afscheid, geen extra saus, alleen schnitzel, zuurkool en aardappelpuree. Veerle knikte eens schuin en smolt zowaar bijna een beetje of het nou door de hitte van de pan kwam, of door iets anders, wist Joost niet.

Ze aten samen in een stilte die minder koud voelde dan ooit tevoren.

Buiten viel de regen zacht tegen het raam, en heel even, heel even maar, dacht Joost dat hij misschien nog niet wílde vertrekken. Dat hij misschien allang thuis was.

Veerle nam een hap, keek hem aan en mompelde: Saus wil je zeker wél?

Joost glimlachte. Graag, ja.

Rate article