Mijn vrouw vertrok op zoek naar zichzelf, terwijl ik mijzelf kwijtraakte met haar beste vriendin…

Dagboek, 6 oktober, Amsterdam

Soms lijkt het alsof ik mezelf ben kwijtgeraakt. Mijn vrouw is namelijk op zoek naar zichzelf, ergens ver hiervandaan, en ik… ik bleef achter. Of misschien ben ik mezelf verloren aan haar beste vriendin. Het klinkt belachelijk, cliché zelfs. Maar het is wat het is.

Vanavond hield ik, zoals zo vaak de laatste weken, een video-gesprek met Jorinde. Op het scherm straalde ze, haar gezicht gebruind door de zon, haar haar opgelicht door weken aan reizen. Achter haar kon ik vaag een eeuwenoude poort onderscheiden, ergens in Zuid-Frankrijk nu ze reist van het ene klooster naar het ander. Onze woonkamer aan de Van Woustraat, nat van de regen en kil van de wind, leek nog grauwer door het contrast.

Rutger, je moet dit echt zelf ervaren! Hier valt alles samen: geest en materie worden één! zei ze enthousiast, haar ogen groot en fonkelend.

Ik probeerde te glimlachen, maar mijn schouders voelden zwaar. Ja, klinkt interessant, Jor. Het regent hier alweer de hele dag. Ach, typisch oktober in Nederland.

Vanaf de keuken hoorde ik een verstikte lach. Froukje stond bij het gasfornuis, water op voor thee, terwijl ze met één oog naar de laptop loerde. Ze kwam een half uur geleden binnenvallen met haar bekende glimlach en een zakje roomboterkoekjes uit de bakkerij.

Jorinde snoof beledigd. Doe nou niet zo. Dit betekent veel voor mij. Gisteren mediteerde ik in de kapel waar de katharen bijeen kwamen. De pastoor zei dat ik mijn ware zelf aan het vinden ben.

Gefeliciteerd, antwoordde ik en wreef met mijn vingers over mijn voorhoofd. Wanneer kom je trouwens weer eens naar huis? Naar ons?

Froukje grijnsde stiekem, draaide haar hoofd weg. Het deed pijn om te beseffen dat zij me begreep, zonder woorden, terwijl Jorinde door duizenden kilometers reis en nieuwe inzichten zo onbereikbaar leek.

Rutger, ik dacht dat je mij steunde in deze zoektocht… klonk Jorinde nu teleurgesteld.

Dat zei ik natuurlijk toen twee maanden geleden zij besloot haar baan bij het reclamebureau op te zeggen om zichzelf te hervinden. Ik had zachtjes geknikt, haar gekust op het hoofd en haar koffers naar Schiphol gedragen. Ga dan maar, dan wacht ik op je, dacht ik.

Maar maanden gingen voorbij. In die tijd stuurde ze me duizenden berichten vanuit Spanje, Frankrijk, straks misschien Italië. Over yoga, chakras, katharen, karmische verbanden. Zij reisde zich suf, ik bleef zitten in ons lichte bovenhuis, tussen de afwas, onbetaalde rekeningen en de kapotte kraan.

Tuurlijk steun ik je, Jor, zuchtte ik. Slechte dag op het werk, misschien.

Ach, lieverd, zei ze en kwam dichterbij de camera, haar gezicht op het hele scherm. Ben je helemaal alleen nu? Misschien wil Froukje even blijven? Dan heb je gezelschap.

Ik verstijfde. Froukje was ook even stil. Onze blikken kruisten elkaar door de deuropening.

Ze komt inderdaad af en toe langs, zei ik zo neutraal mogelijk. Ze brengt koekjes. Dat waardeer ik.

Jorinde lachte: Froukje is goud! Geef haar straks een dikke knuffel van me!

Doe ik.

Toen ik ophing, stond Froukje ineens met twee mokken thee naast me. Ze had er zelf rabarbervlaai bij gesneden, nog warm. Gewone, aardse gebaren. Niets spiritueels, geen chakragedoe. Alleen de geur van thee, kruimels op het aanrecht, haar vertrouwde aanwezigheid.

Sorry, ik wilde niet meeluisteren, zei Froukje zacht. Maar echt, nog twee of drie maanden in het buitenland? Ze is vastbesloten, hè?

Ik haalde mijn schouders op. Ze zoekt zichzelf.

En jij? vroeg ze terwijl ze de kopjes op tafel zette en met een omzichtige afstand naast me kwam zitten. Ben jij niet iets of iemand kwijt?

Ik dacht van niet. Ik had alles: werk, een huis, een vrouw. Maar blijkbaar is dat tegenwoordig niet genoeg.

Ze wist altijd op het juiste moment te zwijgen. Geen oordeel, geen trekjes met de mond. Alleen begrip, tastbaar in haar zwijgen. Ze had Jorinde leren kennen op mijn verjaardag vorig jaar. Froukje werkte als assistent-administrateur bij de gemeente, woonde in haar eentje in een eenvoudig appartement drie straten verderop. Ze was het tegenovergestelde van flamboyante Jorinde: verlegen, verzorgend, een rustpunt.

Toen Jorinde vertrok, bleef Froukje komen. Eerst één keer per week, later vaker. Koekjes, soep, praatjes. Soms alleen stilte, niets hoeven zeggen, alleen zitten.

Koekje? vroeg ze op haar rustige toon.

Ik nam er een. Warm, zacht, met romige vulling. Simpel geluk.

Dank dat je langskomt. Echt, zonder jou… was ik allang gek geworden.

Ze haalde haar schouders op. Ik vind het ook fijn. Mijn huis is stil. Geen kat, geen bloemen, geen tv.

Waarom eigenlijk niet?

Nooit van gekomen, zei ze luchtig. Vroeger wel ooit een vriend, maar uiteindelijk bleek dat hij al een gezin had. Dus ja… sindsdien niets meer.

Ik keek goed naar haar. Geen schoonheid, gewoon een zachte vrouw. Niet bezig met spiritueel hoger vliezen, geen zoektocht naar harmonie. Ze was er alleen maar. Nuchter, met twee benen op de grond.

Je bent te goed voor deze wereld, Frouk, zei ik zacht. Ik kan niet begrijpen dat iemand jou zou laten gaan.

Ze glimlachte ongemakkelijk en dronk een slok thee.

Wat volgt, weet ik nu haast uit het hoofd: Jorinde belt, nog energieker, vertelt over haar belevenissen met spirituele reizigers, haar plannen voor meer cursussen en retraites. En ik, ik luister. Maar ik ben er niet meer echt bij; ik dwaal af. Steeds verder van haar, steeds dichter bij Froukje.

Na het gesprek schenkt Froukje wijn in. Ik liet me verleiden, het werd laat. Ze vertelde over haar knullige collega die altijd te laat is, ik lachte echt, voor het eerst die week. Het voelde fijn.

Toen belde Jorinde nog eens. Door de tropische regen viel haar meditatie uit. Kunnen we verder praten? vroeg ze. Froukje stond op, wilde naar de keuken gaan.

Wie is daar bij jou? vroeg Jorinde, speurend naar de achtergrond.

Froukje, ze bracht net wat koek en thee. Blijft een momentje.

Laat haar zien! Ik mis haar!

Froukje schoof achter mij in beeld, ongemakkelijk, glimlachend.

Hoi, Jorinde. Hoe gaat het daar?

Prachtig! Ik ga volgende week tien dagen op stilteretraite geen telefoons, geen mensen, alleen mediteren. Kun je het je voorstellen?

Tien dagen geen contact. Naast maanden afwezigheid, nu dit erbij.

Na het gesprek met haar verlangde ik alleen al naar Froukjes kalme aanwezigheid. Ze stond op om afscheid te nemen. Ik wist ineens dat ik haar niet zomaar kon laten gaan.

Blijf nog even. Gewoon, voor de gezelligheid.

Ze keek verbaasd op, maar knikte. We zaten zwijgend naast elkaar, terwijl op het scherm Jorinde uitweidde over energiebanen. Ik draaide het volume zachtjes terug. Haar stem werd fluisterzacht, en wij, wij waren de enigen in de kamer.

Voor ik wist wat ik deed, pakte ik Froukjes hand, liet haar niet gaan. Ze keek alleen maar, met kwetsbare, grote ogen. Rutger…

Niet praten. Niet nu.

Wat volgde ging vanzelf. Het was rauw, armoedig, onsamenhangend. Maar ook… onvermijdelijk.

Later huilde ik, maanden van eenzaamheid en afstand vielen als een nat wolkendek op me neer. Froukje huilde ook, zacht, haar gezicht verborgen in mijn hals.

Op het scherm zat Jorinde in meditatie, haar rug recht, handen in een onbekende mudra. Ze was daar, ver weg, in haar wereld. Onbereikbaar.

Toen alles voorbij was, vertrok Froukje haastig. Ik moet gaan. Sorry Rutger, echt waar. Vergeet wat er is gebeurd. Het mag niet, ik kan dit niet. Niet tegenover Jorinde, niet tegenover mezelf.

Ze was weg voordat ik iets kon zeggen.

De nacht kwam en ging. Slaap kwam nauwelijks. In de ochtend lag er een briefje op de deurmat.

Rutger. Ik schaam me diep. Voor jou, voor mezelf, vooral voor haar. Ik kan haar niet meer aankijken als ze terug is. Ik denk dat het beter is als ik je niet meer opzoek. Vergeef het me niet, want ik kan het mezelf niet vergeven. Froukje.

De uren slopen voorbij, iedere seconde mezelf hatend. In de loop van de dag kreeg ik een bericht van Jorinde: Schrik niet als ik enkele dagen niets van me laat horen. Ik begin aan de stilteweek. Ik denk aan je. Kus.

Ik schreef alleen: Ga goed. Neem de tijd. Wees lief voor jezelf.

Tien dagen stilte. Tien dagen zonder haar overpeinzingen, zonder verhalen over energieën en zelfontwikkeling. Alleen ik, mijn fout, en een ongemakkelijke leegte. En ergens in dat alles, misschien ook ruimte om na te denken.

s Avonds een bericht van Froukje: Mag ik komen? We moeten praten.

Ze kwam in de schemer, haar stem trillend. We moeten er eerlijk over zijn. Ik kan niet doen alsof er niks is gebeurd. Ik weet niet wat het was tussen ons gisteravond. Maar het voelde als een afscheid. Van ons drieën. Ik kan Jorindes vriendin niet meer zijn. En jouw vriendin wil ik evenmin zijn. We moeten door, alleen.

Ze stond op, keek me even aan, en was weg. Deze keer definitief.

Nu zit ik hier, tussen de resten: chocoladekoekjes, een lege wijnfles, stilte. Buiten klinkt de ochtendspits al weer op gang. Overal licht, behalve bij mij.

Jorinde is straks dagenlang stil. Froukje keert niet terug. Ik heb niets te zeggen en geen enkel excuus. Mijn leven is even leeg als deze kamer.

En mijn schuld… die is nog nooit zo tastbaar geweest.

Misschien is dat wel typisch Nederlands: niet praten, alles opkroppen en wachten tot het vanzelf weer overgaat. Maar dit kruipt overal doorheen. Door mijn dagen, mijn slaap, mijn hele bestaan.

Ik bid stilletjes, zonder veel hoop: sorry Froukje. Sorry Jorinde. Misschien ooit maar vandaag niet kan ik mezelf vergeven. Misschien.

Rate article