Mijn nieuwsgierige buurvrouw stal ’s nachts zakken vol mest uit mijn tuin. Gisteravond heb ik er flink wat gist aan toegevoegd!

Weet je nog, laatst met mijn buurvrouw? Nou, luister dit dan. Midden in de nacht stal ze altijd zakken vol van mijn mesthoop. Echt waar, Janny, mijn buurvrouw aan de andere kant van de schutting, was haar gewicht in goud waard qua brutaliteit. Gisteren heb ik trouwens lekker royaal een flinke lading gist erdoorheen gemikt.

Heb je nou weer met je emmers bij mijn hoop gestaan? vroeg ik niet echt, het was gewoon overduidelijk.

Janny stond daar, nonchalant leunend op haar schoffel, alsof ze keihard onschuldig was. Alsof ík haar zomaar zat te beschuldigen.
Kom op hoor, Marieke, waar maak je je druk om? Je hebt toch genoeg! Het is toch wat, een beetje delen met je buurvrouw van vroeger?

Het is geen beetje delen, Jan. Dat is voor meer dan tweeduizend euro aan koemest, inclusief de bezorging, knikte ik naar de steeds kleiner wordende hoop in mn achtertuin. En het is nog steeds van mij, hè.

Tjongejonge, doe niet zo benauwd! Ze rolde dramatisch met haar ogen. Ik nam gewoon een paar emmertjes, mijn pensioentje is niks waard, hè. Denk dat ik me hele laadbakken kan veroorloven?

Ze weet precies hoe ze me kan raken altijd dat slachtoffer spelen. Bij Janny ligt het altijd óf aan de gemeente, óf aan de regen, óf aan mij. En uiteraard zijn mijn tomaten steevast eerder rood dan die van haar.

Geïrriteerd liep ik weer naar binnen. Het ging me heus niet om die paar kilo mest, of het geld vooral die onbeschaamdheid en dat ze je voor dom verslijt, dat steekt.

s Nachts rond tweeën hoor ik het altijd. Niet een emmertje, hoor Janny gaat grof te werk. Zwarte vuilniszakken, stampvol. Alsof ze schansen bouwt op een strategisch punt.

Marco zat in de keuken, broodje in zn mond, puzzelde nog wat in zn Volkskrant.
Weer gesjouwd vannacht? vroeg hij, zonder op te kijken.
Ja, en ik ben nu ook nog krenterig volgens haar.
Zet dan een val.
Ja leuk, mag ik straks uitleggen waarom Janny een teen mist. Nee, daar moet iets slimmers op.

Ik keek uit het raam naar haar kas. O, die kas: het pronkstuk van de wijk, vol speciale rassen als je Janny mag geloven. Mijn hand is licht, zegt ze dan. Nou, vooral als ze bij mij steelt.

Die avond kon ik niet slapen. Honden blaffen, krekels, en toen weer sjrrt-sjrrt. Schep die met een droge krak in mijn zorgvuldig gedekte hoop ging. Ik had die hoop liefdevol afgedekt, beschermd, en zij komt gewoon haar voorraad mee vullen, alsof het niets is.

s Ochtends stond Janny weer parmantig bij haar groentebedden.
Goedemorgen, Marieke! Heb je gezien dat je courgettes alweer geel worden? Niet ziek hè?

Zelden zie je iemand zo blij zijn, helemaal onder de mest, want ze was weer flink op rooftocht geweest s nachts.

Ochtend, Janny. Wacht maar af.

Mijn oog viel in het schuurtje op die grote zak met droge gist; die had ik ooit voor de aardbeien gekocht. En toen schoot me een plannetje te binnen.

Janny stouwde alles altijd nauwsluitend in bouwzakken, die ze in haar broeikas liet liggen. Lekker warm, broeigaar. Precies wat gist nodig heeft!

In een emmer water loste ik de laatste suikerresten uit de kast op, volledige zak gist erbij. Het schuimde meteen, rook naar een thuisbrouwerij en eerlijk mijn rechtvaardigheidsgevoel werd heerlijk geprikkeld.

Toen het schemerde, liep ik onopvallend naar haar favoriete doorgang in de schutting. Precies daar goot ik de gistmix in de hoop en husselde wat. Neem gerust, dacht ik, geniet!

Die avond sliep ik als een roos. Marco mompelde slaperig:
Waarom glimlach je zo?
Mooie dromen, antwoordde ik en kroop nog dieper onder het dekbed.

De nacht was ongewoon stil. Blijkbaar was Janny extra voorzichtig geweest: ik hoorde niks.

Maar de volgende ochtend geen koffie, geen vogels alleen een oerkreet, alsof iemand een reiger in haar kas had gevangen.

Marco sprong overeind, in zn onderbroek. Ik grinnikte en trok mijn ochtendjas snel aan, de frisse lucht in, die verdacht zuur rook.

Jannys broeikas stond wagenwijd open. Zijzelf zat eronder, van top tot teen besmeurd met bruine vlekken. Glansrijk toneel.

Janny, wat is er gebeurd? Heeft je leiding het begeven?

Ze draaide zich Loom om. Paniek in haar blik, vegen overal.
Het het ontplofte! Marieke! Het levende spul!

Ik keek over de schutting. Je zag duidelijk het strijdveld: waar haar zakken de avond ervoor nog netjes lagen, was nu alles letterlijk uit elkaar geknald. Drab op de muren, plafond, en haar geliefde peperplanten één grote puinhoop.

Droge gist, lekker warm, vochtig, strak in plastic: resultaat, Bols-achtige ontploffing. De zakken stoven uit elkaar zodra de druk groot genoeg was.

Wat had je erin zitten dan? vroeg ik bloedserieus.

Die zakken! gilde ze. Ik wilde checken, klapte de ene open, en toen direct nog eentje! Marieke, wat heb je in jouw mest gegooid?!

Ik? vroeg ik quasi-onnozel. Janny, die mest is gewoon van de boeren uit de Beemster. Als jij het in je kas wil bewaren, moet je het zelf weten.

Ze zweeg. Je zag haar denken: als ze toegeeft dat het míjn mest was, is het stelen. Als het haar eigen brouwsel is, is het wel heel merkwaardig dat alles ontploft. Daar stond ze dan: volledig afgedroogd letterlijk en figuurlijk.

Dit is sabotáge! wist ze uit te brengen. Je wilde me vergiftigen!

Waarmee, dan? Natuurmest? ik haalde mijn schouders op. Misschien is je kas gewoon behekst, of had je gewoon pech. Je hands-on mentaliteit hè, zei je altijd.

Marco stond nu op het terras, keek naar het schandaal en was bijna niet te houden van het lachen. Janny greep de tuinslang en begon zichzelf en de kas te schrobben alsof haar leven er vanaf hing. Maar die geur die bleef.

De rest van de dag gonste het door het hele dorp: exploderende zakken bij Janny. Niemand wist precies wat er gebeurd was verhalen over een illegale drankstokerij of een meteoriet deden de ronde. Het hoofdpersonage zelf zei niks meer.

Uiteindelijk moest ze alle planten eruit gooien en de toplaag grond vervangen: veel te hoog gistgehalte, zelfs voor haar taaiste groentesoorten. Die avond kwam Janny niet zoals anders op de koffie zeldzaam genoeg.

Week later; nieuwe mesthoop, zelfde plek, weer afgeleverd. Stilte s nachts geen geschuifel, geen gescharrel, niks.

Bij het ochtendgloren liep Janny langs mijn tuin, neus in de lucht, deed net alsof ik niet bestond. Ze koopt haar mest nu keurig bij het tuincentrum. In glanzende zakken, voor haar eigen centen.

Hé buurvrouw! riep ik nog vrolijk. En, hoe gaan de pepers?

Zij draaide zich om, geen spoor van spijt in haar stem alleen nog maar vrees voor gist-explosies.

Het lukt, bromde ze. Doe het wel zonder jouw spul.

Prima! Mocht je ooit een topmestrecept zoeken, je weet me te vinden.

Ze spuugde geïrriteerd in het grind en beende naar binnen. Ik zette thee zwarte, lekker sterk en voelde me gewoon tevreden.

Op zn plek. Geen triomf, geen leedvermaak, gewoon: iedereen houdt het bij zn eigen spullen. Zo hoort het.

Grenzen, buurvrouw, zijn niet van schuttingen gemaakt, maar van duidelijke lessen. En een open zak gist, die hou ik lekker op voorraad want ja, je weet maar nooit wanneer de volgende Colorado-kever weer denkt dat ik een mak schaap ben.

Rate article