Ik herinner me het als de dag van gisteren, hoewel het inmiddels vele jaren geleden is. Ik was pas zestien toen ik zwanger raakte van een jongen op wie ik ontzettend verliefd was. Zijn naam was Jeroen, en we waren al een jaar samen voordat het gebeurde. Jeroen was mijn klasgenoot op het gymnasium in Utrecht. Het nieuws van mijn zwangerschap sloeg in als een bom. Angstig hielden we het maanden voor onszelf; we durfden het niemand te vertellen, zeker niet onze ouders.
Mijn ouders waren altijd trots op mij. Als enig kind presteerde ik uitstekend op school en ons gezin stond bekend als het toonbeeld van respectabiliteit in onze buurt. Jeroen en ik waren beide minderjarig, en onze ouders namen uiteindelijk de beslissingen voor ons, zonder ons echt te raadplegen.
Omdat school en studeren zo belangrijk waren in ons leven en onze ouders grote verwachtingen van ons hadden ze droomden van een diploma aan de Universiteit van Amsterdam en succesvolle carrières was een kind allesbehalve welkom. Het zou alle plannen in de war schoppen.
Uiteindelijk dwong mijn moeder me om een abortus te laten uitvoeren; het was nog net op tijd. De ingreep verliep zonder problemen, al voelde mijn hart zwaar. Nadien probeerden Jeroen en ik onze levens weer op te pakken. We zagen elkaar nog steeds, maakten ons school af en gingen naar de universiteit zoals onze ouders hadden gewenst. Een jaar later trouwden we in een klein kerkje vlakbij ons huis. Mijn ouders hielden zich afzijdig en bemoeiden zich nauwelijks meer met ons.
Na enige tijd raakte ik opnieuw zwanger. Dit keer waren we gelukkig, zo blij dat we het nauwelijks konden bevatten. Mijn ouders lieten hun vreugde blijken; het leek alsof alles nu goed zou komen.
Maar in mijn zesde maand begonnen de problemen. Ik kreeg een bloeding, en onze zoontje werd veel te vroeg geboren in het academisch ziekenhuis van Leiden: hij woog slechts anderhalve kilo. Na drie uur is hij van ons heengegaan. Er traden complicaties op waarvan de artsen mij niet konden redden; ze moesten mijn baarmoeder verwijderen om mijn leven te sparen. Daarmee werd de mogelijkheid om ooit nog moeder te worden me ontnomen.
Mijn moeder kwam naar het ziekenhuis en verontschuldigde zich in tranen, brak door schuldgevoel. Ze zei dat ze spijt had van haar beslissing destijds. Maar haar woorden deden weinig om mijn pijn te verzachten.
Het verleden laat zich niet wegpoetsen. Fouten blijven bij je; ze laten littekens achter die niet helen. Sindsdien heb ik moeten leven met het besef dat ik nooit meer moeder zal zijn. Wat dit betekent voor mijn relatie met Jeroen, weet ik niet. Het is moeilijk te zeggen of onze huwelijk stand zal houden zonder kinderen, nu we ze zo graag hadden gewild. Hier in Nederland vormt een gezin met kinderen toch vaak het hart van het familieleven, en ik merk dat het gemis blijft knagen.






