Mijn man zei altijd dat ik niet vrouwelijk genoeg was. Eerst liet hij het vallen tussen neus en lippen door – dat ik wat meer make-up moest dragen, jurken aantrekken, ‘wat zachter’ zijn. Maar zo ben ik nooit geweest. Ik ben altijd praktisch geweest, direct, niet erg ijdel. Ik werk hard, los problemen op, doe gewoon wat nodig is. Zo heeft hij me ook leren kennen. Ik heb me nooit anders voorgedaan dan ik ben. Na verloop van tijd werden die opmerkingen steeds vaker. Hij begon me te vergelijken met vrouwen die we op social media zagen, met de vrouwen van vrienden, met collega’s. Volgens hem leek ik eerder een kameraad dan een echtgenote. Ik luisterde, soms hadden we er ruzie over, en daarna gingen we weer verder. Nooit dacht ik dat het echt serieus was – ik beschouwde het als normale verschillen in een relatie. Maar op de dag dat ik mijn vader moest begraven, voelde het in één keer niet meer zo onbelangrijk. Ik was in shock. Ik sliep niet, at niet, kon nergens anders aan denken dan aan het begraven van mijn vader. Ik trok de eerste de beste zwarte kleding aan, zonder make-up, met mijn haar zoals het toevallig zat. Ik had er gewoon echt geen energie voor. Vlak voordat we het huis uit gingen, keek mijn man me aan en zei: “Ga je er zó naartoe? Kun je je niet een beetje opknappen?” Eerst drong het niet eens tot me door. Ik zei dat het me niet kon schelen hoe ik eruitzie – ik had net mijn vader verloren. Hij zei: “Ja, maar toch… mensen gaan praten. Je ziet er verwaarloosd uit.” Het voelde alsof er iets in mijn borst werd kapotgedrukt. Bij de uitvaart was hij bij de anderen. Begroette mensen, betuigde medeleven, zag er serieus uit. Maar naar mij was hij afstandelijk. Hij sloeg zelden een arm om me heen, vroeg niet hoe het met me ging. Op een gegeven moment, terwijl we langs een spiegel in de woonkamer liepen, fluisterde hij dat ik mezelf ‘wat meer moest herpakken’, dat mijn vader me zo niet zou willen zien. Na de begrafenis, eenmaal thuis, vroeg ik hem of het echt het enige was wat hem opgevallen was. Of hij niet zag hoe ik eraan toe was. Hij zei dat ik overdreef, dat hij gewoon zijn mening gaf, dat een vrouw zichzelf niet mocht verwaarlozen, ‘zelfs niet op zo’n dag’. Sindsdien kijk ik heel anders naar hem. Maar ik kan hem niet loslaten. Het gevoel dat ik niet zonder hem kan, blijft. ❓ Wat zou jij tegen deze vrouw zeggen als ze tegenover je zat?

Mijn man zei altijd dat ik niet vrouwelijk genoeg was. In het begin liet hij het vallen, terloops alsof ik wat meer make-up moest dragen, vaker jurken moest aantrekken, wat zachter moest zijn. Maar zo was ik nooit geweest. Ik was altijd rechttoe rechtaan, nuchter, en niet bijzonder ijdel. Ik werk hard, los problemen op, doe wat gedaan moet worden. Zo kende hij me ook al die tijd. Ik heb me nooit anders voorgedaan.

Die opmerkingen werden na verloop van tijd vaker. Hij vergeleek me ineens met vrouwen die we op Instagram zagen, met de vrouwen van zijn vrienden, of met collegas. Hij zei dat ik meer op een kameraad leek dan op een echtgenote. Meestal luisterde ik zwijgend of hadden we er een discussie over, en gingen daarna weer verder. Ik dacht er nooit serieus over na. Ik vond het gewone verschillen tussen mensen, tussen man en vrouw.

Op de dag dat ik mijn vader begroef, werd die hele kwestie ineens loodzwaar. Alles voelde alsof ik onder water liep. Ik sliep niet, ik at niet, kon nergens anders aan denken dan het overleven van de uitvaart. Ik trok zonder nadenken een zwarte trui en een donkere broek aan, die als eerste voorhanden lagen. Mijn gezicht liet ik zoals het was. Met mijn haar deed ik alleen het hoogstnodige. Mijn handen beefden, ik was leeg.

Vlak voordat we het huis uit moesten, keek mijn man me aan en zei:
Ga je zo? Kun je jezelf niet even fatsoeneren?
Eerst begreep ik hem niet. Ik zei dat het me niet boeide hoe ik eruitzag; ik had mijn vader net verloren. Maar hij antwoordde:
Ja, maar toch mensen zullen hun mond er vol van hebben. Je ziet er onverzorgd uit.
Er brak iets onzichtbaars in mij, een dof en zwaar gevoel verdichtte zich onder mijn borstbeen.

Bij het afscheid in het rouwcentrum stond hij keurig tussen de gasten. Hij schudde handen, sprak plechtig medeleven uit, keek ernstig. Maar bij mij was hij afstandelijk. Hij sloeg nauwelijks een arm om me heen. Vroeg me niet hoe het met me ging. Toen we door de lange gang langs een spiegel in de woonkamer liepen, fluisterde hij, dat ik me toch wat meer moest herpakken, dat mijn vader het niet zou willen zien op deze manier.

Toen we die avond thuis waren, vroeg ik hem of dat het enige was wat hij aan mij had opgemerkt, op die dag. Of hij niet zag dat ik kapot was. Hij zei dat ik niet zo moest overdrijven, dat hij alleen zijn mening gaf en dat een vrouw zichzelf niet moet laten gaan, zelfs dan niet.

Sindsdien kijk ik met andere ogen naar hem.
Maar ik kan hem niet verlaten.
Ik voel me alsof ik niet zonder hem kan.

Wat zou jij tegen haar zeggen als je haar voor je had?

Rate article