Marijke toetste het nummer van haar man in terwijl ze op een akelig harde houten bank zat bij de balie van het ziekenhuis. Buiten miezermiezerde oktoberregen en haar onderrug zeurde na uren wachten op haar beurt bij de cardioloog.
Piet, kun je me ophalen? Ik ben zo klaar, vroeg ze, haar mobiel stevig tegen haar oor gedrukt.
Er volgde een pauze, veel te lang voor zon doodnormale vraag.
Eh… Marij… Kan nu even niet. De auto… staat bij de garage. Plots kapotgegaan joh! Moest met spoed naar Van Hout Auto Service.
Maar kapot? Gisteren deed-ie het nog, zei Marijke, verbaasd.
Ik weet het niet… iets met de motor. Neem maar even een taxi, ik maak wel geld over, ja?
Op de achtergrond klonk ineens zulk vrolijk meisjesgelach dat zelfs haar eeuwenoude Nokia het niet kon negeren. Zon opgewekt honinglachje, van een meisje dat nog niet eens dertig is.
Piet… Wie lacht daar? vroeg ze langzaam.
Wat? Niks, hoor niks. Slechte verbinding, zeg! Ik bel zo terug!
De lijn werd zo abrupt verbroken dat het leek alsof de telefoon Piet aan zn vingers gebeten had.
Marijke keek wezenloos naar het zwarte scherm. Ze voelde het koude onheil steeds dieper haar borstkast inkruipen. Iets klopte er nietdat gevoel knaagde al weken, maar nu was het niet meer te negeren.
Op weg naar huis in de bus staarde ze naar haar tas vol pillendoosjes. Zesenveertig jaar getrouwd. Zoveel dagen wakker geworden naast dezelfde man, eindeloze kopjes koffie gezet, overhemden gestreken, kinderen gebaard, samen de magere jaren doorstaan, het verlies van ouders, kleine en grote rampen. Kon je na achtenzestig jaar ineens het contact met je levensgezel verliezen?
Die avond kwam Piet laat thuis, ruikend naar parfum waarvan de geur weinig subtiel was. Marijke merkte het gelijk toen hij haar gewoontegetrouw op het voorhoofd kuste.
En, auto weer werkend? vroeg ze als ze het avondeten klaarzet.
Ja joh, stelt niks voor. Peanuts, mompelde hij zonder op te kijken.
Marijke plaatste een bord gehaktballen voor zijn neus en ging zitten. Ze bekeek hoe hij als vanouds de mond afveegde, zijn gezicht vertrok als hij oud kroonwerk voelde zeuren. In maart was hij zeventig geworden, bescheiden gevierdalleen directe familie, de kinderen gaven een hotelbon, die Piet nooit gebruikte want hij had altijd iets te doen.
Wat kostte die reparatie? vroeg ze zogenaamd achteloos.
Niet veel. Prutswerk. Laten we het niet over die auto hebben, Marij, ik ben bekaf.
Piet vluchtte de woonkamer in en zette de tv aan. Marijke ruimde af. Haar handen deden automatisch haar werk, maar in haar hoofd draaide alles om één ding: hij liegt. Piet jokt. En het stomme is, ze voelde het aan elk sprieterig haartje op haar arm.
s Nachts lag ze wakker, starend in het donker, luisterend naar zijn snurkconcert. Hij was de laatste tijd anders. Snel geïrriteerd, met zijn telefoon stiekem onder het kussen, uren van huis met vrienden en laatst, geheel uit het niets, een fonkelnieuwe jas, jong en flitsendmisschien om zich minder bejaard te voelen. De ouderdomscrisis, maar dan op de late toer, dacht ze.
De volgende ochtend, toen Piet de deur uit was, liep Marijke naar de garage. Hun beige Volvo Driesterdrie jaar terug gekregen van de kinderen met hun 40-jarig jubileum, een geschenk dat haar ontroerde tot tranenstond gewoon op zijn plek. Ze stapte in, streek over het dashboard en schrok toen haar oog op de kilometerteller viel. Vorige maand samen gereden, 123.000 kilometer. Nu 128.000. Vijfduizend kilometer in twee weken, terwijl de auto amper van zijn plek kwam?
Ze trok het dashboardkastje open. Tussen papieren en doosjes kauwgum lag een snoeppapiertje. Noch zij, noch Piet kauwden op fruity bubble. Op de achterbank vond ze lange blonde haren én een plukje oranje hondenhaar. Ze hadden nooit een hond gehad.
Met bonkend hart vergrendelde ze de auto en vluchtte naar binnen voor een glas water. Ze was niet gek aan het worden. Dit waren geen hersenspinsels.
s Avonds probeerde ze het opnieuw.
Piet, waarom heeft onze auto eigenlijk ineens zo veel extra kilometers?
Hij keek niet op van zijn telefoon.
Je beeldt je van alles in, Marijke. Ben je verveeld, ga je maar dingen verzinnen?
Er lagen vreemde spullen, haren, hondenhaar!
Marijke, luister. We waren vorige week bij Sanne, dat ben je zeker vergeten? Zij heeft een hond. Vandaar.
Ze zweeg. Ze waren inderdaad bij hun dochter geweest. Maar Sannes hond, Loesje, was pikzwart, geen oranje plukken. Ze hield haar mond, want Piet werd al zichtbaar giftig. Hij had haar nog nooit zo aangekeken.
De volgende dag, toen Piet weg was, belde Marijke naar Van Hout Auto Service.
Hallo! Mijn man bracht pas onze Volvo Driester voor reparatie. Beige. Kenteken…
Momentje, mevrouw. Even in het systeem zoeken. Wanneer precies gebracht?
Eh… Eergisteren?
Nee, bij ons staat er niks. Weet u zeker dat u het juiste garagebedrijf heeft?
Marijke hing op, duizelig, en liet zich op een stoel zakken. Dus hij loog zelfs over de garage.
Het drong ineens tot haar door, als een koude douche: Piet, zeventig, had misschien gewoon een vriendin. Zon idiote gedachte, maar… hoe verklaar je anders die meisjesstem, parfum, alle leugens?
Ze besloot haar vriendin Lianne te bellen, al sinds de lagere school haar baken in alle stormen.
Lianne, ik denk dat Piet me bedriegt, fluisterde Marijke, terwijl de tranen over haar wangen tuimelden.
Wát?! Ben je gek geworden!
Marijke vertelde alles. Lianne was even stil. Misschien verhuurt hij onze auto stiekem als taxi? Dat doen tegenwoordig zóveel mensen.
Marijke schoot rechtop. Zonder mijn medeweten?
Ja joh, mannen denken altijd dat vrouwen overal dwars voor liggen. Misschien heeft hij gewoon geld nodig.
Of misschien voor een jonge scharrel, dacht Marijke, en haar hart hamerde pijnlijk in haar borst. Ze had nog niet zo lang geleden een online artikel gelezen over overspel op latere leeftijd en had het toen weggekliktdat gold niet voor haar.
Lianne, wil je me helpen het uit te zoeken?
Tuurlijk, vriendin. Altijd.
De volgende dag vroeg Marijke haar kleinzoon Job, zestien jaar en geboren telefoonhacker, om langs te komen.
Job, zei ze terwijl ze hem een stuk appeltaart gaf, kun jij op de Volvo een tracker zetten? Zodat ik altijd zie waar hij uithangt?
Job keek haar bizar aan, maar omdat de generatie alles met een app oplost, had ze binnen twintig minuten een dashboard vol ritten en locaties op haar telefoon.
Kijk, oma, legde Job haar uit, hier is de routegeschiedenis. Dit waren de tochtjes van gisteren, dit die van eergisteren.
Marijkes maag kromp samen. Die Volvo kroop van het ene winkelcentrum naar het andere station. Taxi-ritten. Typische Uber-rodeotracks.
Dankjewel, jongen, zei ze.
Toen Job weg was, bestudeerde ze haar telefoon en voelde de tranen over haar wangen stromen. Piet gebruikte hun Volvo-droom als taxi. Hun gezinscadeau, hun herinnering, was gedegradeerd tot zomaar een bijverdienste.
En het geld? Dat zag ze nergens terug; Piet had juist laatst geklaagd dat de AOW niet te rekken was.
Ze bladerde die avond gedachteloos door oude fotoalbums: jonge Marijke met bloemen van het veld, hij omarmde haar bij het Amstelparkstudentenhuis. Hun bruiloft, hun eerste flatje, kleine Sanne en Martijn. Zoveel geleefd, samen.
En nu was hij een vreemde geworden.
Later op de avond bewoog de stip op haar telefoon naar een hip café aan de rand van de stad, Bar Limonade.
Lianne pikte Marijke op en samen vielen ze undercover neer in een onopvallend steegje naast de zaak. Daar stond hun Volvo prominent geparkeerd.
Na een kwartier kwam er inderdaad een jonge blondine met een leren jack de deur uit, sleutels zwaaiend. En toen verscheen Piet, zijn kale hoofd glimmend in de regen, een overdreven bos bloemen onder zijn arm en een doos bonbons.
De rest verliep in slowmotion: Piet stak het boeket en geld doer het raam, de blondine lachte datzelfde luchtige lachje uit de telefoon, Piet boog zich vooroverkus.
Marijke wachtte niet langer. Ze liep met knikkende knieën op de twee af, haar hoofd vol watten. De blondine vertrok snel; Piet stond stokstijf, betrapt als een scholier met een lege tas na een toets.
Kom mee naar huis, Piet, zei Marijke. Er viel niks meer te zeggen.
Thuis zaten ze zwijgend in de woonkamer met nog meer valeriaandruppels dan boterhammen op tafel.
Je verhuurt dus al maanden onze auto? En die centen?
Piet mompelde iets over kleine uitgaven. Bloemen, bonbons, parfumde basics, blijkbaar.
Dan komt er een soort vulkaanutbarsting uit Marijke; al die jaren opbouwen voor dit. Je gaf de auto om aan je studentenschatje. Ons kado van de kinderen, Piet! Ik heb heel mn leven in jou geïnvesteerd. En jij jij verkoopt de Volvo voor rozen aan een meisje half zo oud als onze kleindochter.
Piet, overmand door een soort late midlifecrisis, barst plots uit: Ik ben bang om oud te worden, Marijke! Altijd maar zorgen, problemen, ziekte Zij liet me weer even leven! Kan jij dat niet snappen?
Geen kracht meer voor drama. Marijke slaapt op de bank en kondigt aan dat ze de kinderen om raad vraagt.
Dochter Sanne komt langs, hoort het hele verhaal en draait bijna door. Pap, ik herken je niet, man! Dat je dit mamma aandoet. Weet je wat? Mam, ga jij lekker bij mij wonen, hij mag het lekker uitzoeken!
Marijke twijfelt. Na zesenvijftig jaar getrouwdscheiden, uit elkaar? De rauwe werkelijkheid dringt pas door als hun zoon Martijn haar ook belt.
Ma, bij mij is er altijd plek, zegt Martijn.
Ze peinst, dag in dag uit, met Lianne aan de telefoon als klankbord.
Op een dag vindt ze tussen de rekeningen een bonnetje van dure hartmedicijnen voor Piet. Van háár geld. Terwijl hij datzelfde geld uitgeeft aan rozen voor Annelot of Esmée of hoe ze ook heet.
Uit woede grijpt ze een glas water, stort richting de woonkamer waar Piet net een spelletjesquiz zit te kijken.
Heb je enig idee wat jouw pillen kosten? En ondertussen bloemen voor haar kopen? Van mij, van ons geld!
Piet kijkt schuldig. Ik heb de Volvo vandaag verkocht. Morgen wordt hij opgehaald. Jij krijgt het geld. Alles.
Nee, daar hoef ik niet van te leven, zegt Marijke, dat geld is net zo smerig als jouw leugens.
De dag erop wordt de Volvo opgehaald. Marijke blijft binnen. Zelfs het geluid van de ronkende motor bij vertrek voelt als een dolk in haar hart.
s Avonds schuift Piet stilletjes een envelop over de tafel.
Ik heb het met haar uitgemaakt, zegt hij, bijna fluisterend, al een week geleden. Ze miste me niet eensik was gewoon een oude sukkel met wat euros.
Marijke zwijgt.
Weet je wat ik nu pas goed door heb? Ik ben alles kwijt wat er toe doet. En ik ben nog steeds bang voor de dood. Alleen ben ik nu ook nog eens echt alleen.
Marijke draait zich om naar het raam. Dat is dan je eigen keuze. Toen je begon te liegen, heb je mij al verloren.
Zo scharrelen ze voort. Serge eh, Piet naar de psycholoog, Marijke traag herstellend op de bank, contact met de kinderen en Lianne als lijmlijn.
Op een avond geeft Piet haar een doos met vergeelde brieven, die hij schreef toen zij jong waren: Lieve Marij, ik mis je, als ik terug ben, maken we een mooie toekomst.
Ze leest de brieven, huilt om die jonge man en beseft dat de tijd niet terug kan.
Oudjaar vieren ze samen, nors en mat, tafel vol half opgemaakte huzarensla en koude oliebollen.
Ik wil het goedmaken, Marij. Ook al weet ik dat je me misschien nooit meer volledig kunt vertrouwen.
Ik wil geen beloftes meer, Piet. Alleen daden.
Zo sleept de winter zich voort, elke dag een beetje minder kil. Soms lacht ze weer om zijn oude grappen, koopt hij haar favoriete oranjekoek, repareert hij een kapotte kast.
Op een lentedag breekt Marijke: Ik weet niet of ik je kan vergeven, Pieter. Echt niet. Maar ik durf net zo min alles los te laten. Misschien moeten we maar samen een beetje verder strompelen, ieder met onze barsten.
Piet knikt alleen maar, snuit demonstratief hard zijn neus en sleept twee koppen thee naar de bank.
En zo zijn ze, halverwege zestig, weer terug bij het begin: samen, soms op twee meter afstand, soms hand in hand. In een huis zonder Volvo, zonder geheimen, maar met net genoeg liefde om het vol te houden tot de volgende regenbui.
En misschien, heel misschien, komt er ooit weer een dag dat Marijke hem wél weer gelooft als hij zegt: Ik ben er voor je.
Maar voorlopig leeft ze vooral voor zichzelf, met haar trackerapp, want één keer gefopt is nog tot daar aan toe, maar een tweede keer? Nee hè, Marijke mag dan oud zijn, gek was ze nooit.






