Ik heb mijn vader nooit gezien, en mijn moeder kwam zelden langs. Pas veel later hoorde ik van mijn voogden hoe ik in het kindertehuis belandde. Ik was ongeveer één jaar toen ik longontsteking kreeg. Helemaal op van de ziekte stopte ik met huilen, viel stil in mijn ledikantje en stierf langzaam weg, terwijl mijn verdrietige moeder in de kamer naast me jenever zat te drinken.
Ik werd geboren in een familie met een moeder die van een borrel hield. Dagenlang dronk ze door, en het geklots van drank hield mij s nachts wakker. De buren klaagden steeds over het kind dat maar bleef huilen, dus besloot mijn moeder op een dag me naar het ziekenhuis te brengen. Toen de verpleegkundige me kwam onderzoeken, schrok ze zich rot: ik stond letterlijk in brand. Mijn kleren stonden in lichterlaaie en het kostte drie mensen om de vlammen te blussen. Vervolgens werd ik naar de Eerste Hulp gebracht, waar ze mijn brandwonden verzorgden. Gedurende mijn verblijf daar kwam mijn moeder niet één keer opdagen.
De tevredenheid die ik in het kindertehuis vond, bleef ook hangen toen mijn eerste kind geboren werd. Ik kreeg een goede opleiding, vond een leuke baan, en mijn appartement in Utrecht was ruim en smaakvol ingericht. Het wonen daar gaf me echt plezier. Samen beleefden we wonderen als een soort familie-avant-la-lettre. Het enige wat miste, was ons eigen kleine boefje…
Mijn man en ik besloten een meisje van twee te adopteren uit een kindertehuis. Iedereen had zo zijn mening en riep niet doen!, maar wij sloegen die goedbedoelde adviezen in de wind. We namen haar mee toen we naar Amsterdam verhuisden en waagden het erop wat als ze een of andere nare erfelijke ziekte had? Maar sinds haar komst is ze kerngezond!
Elke dag dank ik het lot of Sinterklaas, het mag dat ik mijn eigen keuzes kon maken en niet altijd naar anderen heb geluisterd. Geen van de wilde waarschuwingen van dokters kwam uit: ons kind is gezond en groeit als een kool. In mijn ogen is het véél te makkelijk om alle problemen van een kind slechte genen te noemen. Alsof je daarmee de dagelijkse zorg, het huishouden, de liefde, totaal buitenspel zet. Alles draait om liefde en het gevoel dat je nodig bent; dát maakt van een kind een goed mens.
Binnenkort is het vijf jaar geleden dat ik haar heb geadopteerd, en heel eerlijk ik ben best zenuwachtig. Ik hou van mijn zoon net zoveel als van dit meisje, dat uit het kindertehuis mijn dochter werd ze horen allebei bij ons. Maar ergens ben ik bang dat Roos straks ontdekt dat ze geadopteerd is en daar verdrietig van wordt. Hoe begin je dat gesprek, als je het haar écht zelf wilt vertellen? Zal ze het begrijpen? Dat idee jaagt me meer de stuipen op het lijf dan de gedachte dat iemand anders haar voor is!






