Lieve dagboek,
Wat een reis was dit toch. Laat ik je even meenemen naar hoe het allemaal begon ik, Sophie van Dijk, getrouwd met Vincent de Boer, moeder van twee energieke kinderen, dacht dat deze kerstvakantie gewoon een gezellige familie-uitstap naar Friesland zou worden. Gewoon wat rust, tijd met zn allen en mooie herinneringen maken voor de kinderen; dat idee.
Vincent is iemand die zich enorm inzet voor zijn werk altijd druk, altijd met zijn hoofd in een andere wereld. Ik snap dat goed hoor, maar soms lijkt hij te vergeten dat een moeder zijn ook geen wellnessdag is. Dit keer sloeg hij de plank volledig mis. Ben je er klaar voor?
Hij zou de vliegtickets regelen (dat leek me heerlijk, weer een ding minder om me zorgen over te maken). Dus wij staan die ochtend op Schiphol, te klooien met koffers, twee kinderen die niet stil kunnen staan, en ik vraag gespannen: En schat, waar zitten we dan straks? Vincent kijkt amper op van zijn telefoon, mompelt een beetje en ontwijkt mijn blik. Ik voelde de bui al hangen.
Nou ja eh, ik heb voor mij en mijn moeder een upgrade geregeld naar de businessclass. Je weet hoe zij is met lange vluchten… en ik kan dan tenminste eens goed slapen. Zonder blikken of blozen. Alsof hij een beker gewonnen had.
Dus: hij én zijn moeder, Wilma de Boer, breeduit in businessclass, terwijl ik met een peuter op mijn schoot en een schoudertas vol speelgoed en luiers in economy class zit. Ik keek hem aan in de hoop dat er een grapje achteraan zou komen, maar nee. Hij haalde zijn schouders op, Kom op, Sophie, zo erg is het toch niet? Het is maar een paar uurtjes.
Alsof het allemaal voorbestemd was, kwam Wilma aanlopen met haar felblauwe Samsonite-koffer. Och, Vincent, klaar voor een beetje luxe? Haar glimlach was er eentje om niet snel te vergeten en niet op een goede manier.
Ik keek ze na terwijl ze richting de businesslounge liepen. Mijn bloed kookte. Dit kon niet waar zijn. Met de kinderen klem tussen de tassen baande ik mijn weg naar onze plek in economy. Maar diep van binnen besloot ik: deze les zou hij niet snel vergeten.
We stapten aan boord, de verschillen konden niet groter: daar zaten Vincent en Wilma met glaasjes prosecco, ik probeerde ondertussen onze handbagage bovenin te krijgen.
Mama, ik wil bij papa zitten! piepte mijn dochtertje Fenna van vijf.
Papa zit nu even in een ander stukje van het vliegtuig, liefje. En in mezelf dacht ik: want je papa is een eikel.
Toen ik me omdraaide zag ik Vincent helemaal in zijn element in dat veel te ruime stoeltje. Maar goed, ik had één troef in handen: zn portemonnee. Tijdens de securitycheck eerder op Schiphol was ik expres traag geweestik had zonder dat hij het merkte, zijn portemonnee in mijn eigen tas gestopt. Wat ben ik toch soms een genie.
De vlucht verliep relatief rustig tot vlak voor het eten. De stewardess kwam onze kant op met droge crackers en slappe koffie. In businessclass was het een ander verhaal daar werden oesters en filet americain uitgedeeld, begeleid door wijn die wij alleen op etentjes bij mijn ouders drinken.
Ik zag Vincent uitgebreid bestellen: Mag ik de zalm, de beste witte wijn erbij en misschien ook een kaasplankje? Het bleef maar komen.
Toen kwam natuurlijk het moment dat de rekening gepresenteerd werd voor de extras. En jawel hoor, Vincent begint driftig in zijn zakken te graaien. Ik zag paniek op zijn gezicht zijn portemonnee was nergens te bekennen. Heerlijk moment.
Zonder geluid, maar met veel gebaren probeerde hij de stewardess ervan te overtuigen dat hij later zou betalen. Nodeloos gezeur natuurlijk.
Even later stond hij ineens zenuwachtig bij mijn stoel. Sophie, heb jij misschien wat geld? Ik ben mijn portemonnee kwijt…
Oh nee, dat meen je niet! Met de onschuldigste stem die ik kon opzetten. Hoeveel heb je nodig?
Hij slikte. Eh… ongeveer 1400 euro. Ik had van alles besteld…
Ik proestte bijna van het lachen. Veertienhonderd? Wat heb je besteld dan, een halve koe?
Doe niet zo flauw, siste hij. Heb je nou wat geld of niet?
Ik graaide wat door mijn tas, zo theatraal als ik kon. Ik heb hier… 80 euro. Zal ik het geven?
Zijn blik was goud waard. Ja, doe maar, alles helpt…
Toen hij zich omdraaide, riep ik met overdreven zoetigheid: Heeft je moeder anders geen creditcard? Misschien wil zij je wel uit de brand helpen! Zijn gezicht werd nog drie tinten bleker.
De rest van de vlucht was het complete stilte daar in businessclass. Zelfs Wilma kon niet genieten van haar champagne. Ondertussen had ik het best naar mijn zin: mijn kinderen sliepen eindelijk, ik was goed voorbereid met snacks en boeken, en ik voelde me heerlijk triomfantelijk.
Net voor de landing kwam Vincent nog een keer aangeslopen. Sophie, heb je mijn portemonnee echt nergens gezien? Ik word gek.
Ik deed alsof mijn neus bloedde. Nee hoor, lieverd. Misschien gewoon thuis laten liggen?
Hij zuchtte, trok zenuwachtig door zijn haar. Dit is echt een ramp…
Ik legde een hand op zijn arm. Wees blij dat je tenminste businessclass had!
Hij keek me aan alsof hij me kon smoren. Och, wat voelde dat goed.
Toen we uitstapten, had Wilma zich tactisch teruggetrokken richting de toiletten, waarschijnlijk om Vincents donderwolk te vermijden. Ik kon mijn glimlach nauwelijks onderdrukken. Zijn portemonnee zou ik nog even voor mezelf houden misschien trakteer ik mezelf op iets schoons voordat ik hem teruggeef. Een beetje creatieve rechtvaardigheid mag best, toch?
Dus, dagboek, onthoud dit: als je partner ooit in zn eentje in businessclass wil zitten en jou achterlaat met de kinderen, wees maar niet bang. Een tikje Nederlandse rechtvaardigheid en een goeie portie humor brengen je een stuk verder! Want in het vliegtuig van het leven zitten we allemaal in hetzelfde toestel zelfs als de stoelen soms wel érg ver uit elkaar staan.






