Ik bevond me ineens in een vreemdsoortige droom, waarin ik getrouwd was met een man die eerder met een andere vrouw getrouwd was geweest. Hij had twee kinderen uit zijn vorige huwelijk. Mijn man, Harm Jan, was al lang geleden gescheiden, maar onderhield nog steeds contact met zijn ex-vrouw, zoals het in Nederland vaak heel normaal is. Hun gesprekken gingen bijna altijd over de kinderen Sietse en Fenna. Voor hen betaalde Harm Jan keurig elke maand kinderalimentatie, typisch overgemaakt in euros via internetbankieren. Kortom, Harm Jan was altijd volledig op de hoogte van wat zich afspeelde bij zijn kinderen, zijn ex-vrouw en zelfs zijn vorige schoonmoeder, mevrouw Bakker.
Toen, als uit het niets of misschien uit de mist van het IJsselmeer hoorde ik op een avond ineens dat Harm Jan had besloten zijn ex-vrouw financieel bij te springen. Alsof iemand op klompen over het dak van mijn huis liep kwam het nieuws binnen. Blijkbaar had zijn ex zich in de schulden gestoken. Drie jaar geleden had ze een zakelijke lening afgesloten bij de Rabobank om een kleine stroopwafelkraam te beginnen, maar om redenen zo wazig als ochtendmist op de heide was het misgegaan. Geen geld meer om af te lossen, de schulden stapelden zich inmiddels op tot boven het dak van haar flatje in Amersfoort. Uit angst voor de deurwaarder had ze zelfs geprobeerd haar huis op naam van haar moeder, Trijntje, te zetten. Anders zou ze met Sietse en Fenna op straat terechtkomen.
Harm Jan kwam laatst thuis met een gezicht als een druilige herfstdag en begon voorzichtig te hinten: “Je weet, mijn ex heeft financiële moeilijkheden, en het gaat natuurlijk ook om Sietse en Fenna… Zou het een idee zijn als ik haar een beetje help? Misschien raken de kinderen anders met haar betrokken in die schuldenspiraal.”
Gisteren deed hij het voorstel hardop. “Ik denk erover om de helft van mijn salaris maandelijks aan mijn ex te geven. Zo kan ze haar schulden sneller afbetalen. Wat vind je daarvan?”
Zelfs mijn linkerwenkbrauw maakte een sprongetje en ik voelde me opeens zo licht als in een droom wanneer je geen zwaartekracht hebt. “Ben je wel goed bij je hoofd, Harm Jan? Ze is je ex. Ze hoort er niet meer bij, ze is net zo vreemd voor jou als een voorbijganger op de Kalverstraat. Waar slaat die hulp op?”
Maar Harm Jan hield voet bij stuk, met doortastendheid als een Groningse boer: “Maar mijn kinderen wonen daar, en als de schulden oplopen kan het op hun naam komen. Ik kan niet anders dan helpen.”
Ik zei dat hij al alimentatie betaalde en dat de kinderen niets tekort komen. “Bovendien stort jij regelmatig extra geld, dus je plicht vervul je ruimschoots. Laat je ex de boel zelf maar regelen. Haar schulden zijn niet jouw probleem. Waarom zouden wij op een houtje moeten bijten voor haar? Echt niet!”
Daarna werd het stil, zoals alleen in Nederlandse huiskamers stil kan zijn, met het tikken van de houten klok als enige geluid. Harm Jan was gekwetst, trok zich terug in zichzelf als een mol in de wortels van een tulpenveld.
En ik vroeg me af, terwijl ik langs de grachten van mijn droom dwaalde: heb ik het nou echt mis?






