De buurvrouw stal s nachts grote zakken van mijn stalmest. Gisteravond heb ik haar een royale schep bakkersgist als cadeau meegegeven.
Ben je weer met emmers naar mijn hoop gegaan? Mijn toon was allesbehalve vragend; het was een vaststelling van het onmiskenbare.
Joke, de buurvrouw van het huis naast me aan de Zuiderlaan, kruiste haar armen nonchalant over haar schort en keek koel terug. Ze stond daar in haar moestuin, steunend op haar oude schoffel, met een blik alsof ik haar onterecht beschuldigde.
Ach, Liselot, maak je toch niet zo druk. Je hebt toch een hele berg van dat goedje liggen? Kun je dat nou echt niet missen aan je buurvrouw, je jeugdvriendin?
Dit is geen goedje, Joke. Daar zit een goeie tweeduizend euro aan paardenmest in, plus bezorgen. En het staat op mijn erf omdat het van mij is.
Joke trok haar neus op, kuchte overdreven. Nou, laat je het er in stikken dan! Ik heb alleen een paar emmers gepakt voor mijn komkommers, daar kan jij met je dikke pensioen vast prima tegen. Sommige mensen moeten sr. gewoon creatief zijn!
Ze wist precies waar ze op moest drukken. Joke was een meester in zichzelf als slachtoffer neerzetten: de gemeente, het weer, de zonnevlammen, zelden lag het aan haarzelf. En altijd lag het aan mij dat mijn tomaten eerder rood kleurden dan de hare.
Binnen voelde ik mijn woede als een steen in mijn keel groeien. Het ging niet om een emmer meer of minder. Het was de brutaliteit, het idee dat ze mij weer dom dacht te kunnen houden.
Elke nacht, rond een uur of twee, hoorde ik het geritsel bij de schutting. Geen geluidje van een emmertje Joke ging groots te werk, stopte zware bouwzakken vol en sleurde ze als een ware smokkelaar naar haar kant, alsof ze zich voorbereidde op een belegering.
Arie zat aan de keukentafel, kauwde op een kaasboterham en bladerde door zijn krant.
Weer betrapt? vroeg hij, zonder op te kijken.
Weer. En ik ben weer de gierigaard volgens haar.
Zet dan een rattenval neer.
En dan kan ik verklaren waarom de buurvrouw zonder voet zit? Nee Arie, hier moet je slim zijn, niet bot.
Ik tuurde naar haar kas, haar trots, waar ze altijd vol lof sprak over haar geheime zaden en gouden handen. Gouden handen ja vooral als het om stelen uit andermans mesthoop ging.
De nachtrust was ver te zoeken. Ik lag te luisteren naar het geblaf van Mees van drie huizen verder, naar de krekels, en daar, weer het geritsel, het blikkerende schrapen van haar schop. Ze kwam als een dief in de nacht, pakte waar ik zorgvuldig zo over gewaakt had.
s Ochtends stond ze al druk bij haar courgetteplanten. Goeiemorgen, Lottetje! kweelde ze. Ik zie dat je courgettes geel worden, gaat alles wel goed daar?
Ze straalde de sporen in het natte gras verraadden dat er afgelopen nacht minstens drie zakken ontvreemd waren.
Morgen Joke. Laat maar, ik red me wel.
Op weg naar de schuur bleef mijn blik hangen bij de plank met tuinmiddelen: zaadjes, pokon en een grote gele zak bakkersgist. Plotseling viel alles op zn plek in mijn hoofd.
Joke borg haar gestolen lading altijd in die benauwde, warme kas: broeierig vochtig, ideale omstandigheden voor een experiment waar ze geen idee van had.
Met een emmer warm water, de rest van de suikerpot en de hele zak gist, maakte ik een borrelende brouwsel waar menig amateurbrouwer jaloers op zou zijn. Een zoete wolk van gerechtigheid hing boven het mengsel.
Die avond, toen haar licht nog uit was, sloop ik naar de bekende opening in het gaas aan haar kant van de schutting. Daar goot ik de hele emmer giststarter over de bovenkant van haar stapel. Graag gedaan, Joke.
Binnen waste ik mijn handen en kroop met een tevreden gevoel in bed.
Waarom zon grijns? murmelde Arie slaperig.
Goede dromen. antwoordde ik, en trok het dekbed strakker om me heen.
Die nacht bleef het stil. Geen gekrabbel, geen geritsel bij het hek, zelfs geen takje dat beweegde. Joke was blijkbaar extra voorzichtig geweest.
Maar de ochtend. Die begon niet met koffie of merels. Plots gilde er iemand buiten zo hard dat ik bijna vergat adem te halen.
Arie sprong op, nog in zijn onderbroek, naar het raam.
Wat krijgen we nou weer?! riep hij.
Ik schoot mijn ochtendjas aan en liep naar buiten. Op de koele lucht lag een zure waas. Joke stond op haar erf voor haar fonkelnieuwe kas van polycarbonaat de deuren wijd open.
En Joke zelf was een plaatje: haar jurk en gezicht onder de bruine spetters. Ik sloeg een hand voor mijn mond om een lach te verbergen.
Joke, is er soms een leiding gesprongen bij je kas?
Ze draaide zich om. Een mengeling van paniek en, tsja, restanten mest op haar gezicht.
Het het ontplofte! bracht ze schor uit. Lot! Het leeft!
Ik gluurde door het gaas en moest mn best doen mijn gezicht neutraal te houden. Binnen was één grote chaos: waar gisteren keurig haar zakken mest lagen, was nu een explosie van epische omvang geweest.
De gist had in de hitte en het vocht van de afsluitbare zakken zijn werk gedaan. De druk steeg tot de goedkope bouwzakken het begaven en alles werd krachtig tegen de wanden en het dak van de kas geslingerd. Zelfs Jokes pepertjes zagen eruit alsof ze beschoten waren.
En wat is er dan precies geëxplodeerd? vroeg ik droog.
De zakken! piepte ze. Ik kwam even kijken, en toen BENG! En toen nog één! Liselot, wat heb jij erin gedaan?!
Ik? Ik hief verbaasd mijn handen. Joke, dat is mijn paardenmest, netjes op mijn erf. Ik heb er niks bij gedaan, buiten wat de paarden zelf leverden.
Dat het vervolgens in háár kas lag, vakkundig verpakt, nou, kijk dít was nu echt voer voor de buurtpraat.
Joke viel stil. Je zag het denken achter haar bruine spetters. Als ze toegaf dat het eigenlijk mijn mest was, dan gaf ze de diefstal toe. Maar als het van haar was, waarom ontplofte het dan als een raket?
Het is sabotage! bracht ze uiteindelijk uit. Je wilde me vergiftigen!
Waarmee? Natuurmest? Misschien is je kas gewoon niet geschikt. Of is je gouden hand ineens minder mágisch?
Arie stond in de deuropening, de slappe lach onderdrukken. Joke greep driftig naar een tuinslang en begon zichzelf en haar kas af te spoelen. Het aroma was echter te diep ingetrokken.
Die dag gonsde het hele dorp van geruchten: van clandestiene drankstokerij tot een gevallen meteoriet. Joke zelf hield zich stil en schrobde tot s avonds de kas.
De volledige plantjes gingen eruit; verse aarde werd over de bedden gestrooid zelfs de taaiste komkommers konden deze bom van bemesting niet aan.
s Avonds dook Joke niet op voor het gebruikelijke kopje thee voor het huis. Dat alleen was al nieuws voor de straat.
Een week later werd er weer een lading stalmest gebracht. Ik werd wakker van de stilte die als een deken rond het huis hing. Geen geluid bij het hek, geen gekras, geen schimmige figuur.
In de ochtend liep Joke zwijgend voorbij, een grote zak potgrond onder haar arm. Zo gaat dat dus, dacht ik. Kunstmest van het tuincentrum, netjes betaald.
Goeiemorgen buur! riep ik. Hoe is het met de pepertjes?
Ze stopte even, keek me schichtig aan spijt was er niet, maar onmiskenbaar respect voor mysterieuze tuinkunde.
Ze groeien wel. Heb jou niet nodig, dank je wel.
Prima. Je weet nu waar je bijzondere recept vandaan komt.
Snibbig spuwde ze op de tegels en liep hard door. Ik schonk mezelf thee in. Mijn gemoed was rustig geen triomf, geen wrok. Alles stond weer op zijn plek: mijn spullen bleven van mij, en niemand durfde er meer aan te komen.
Niet de schuttinghoogte, maar overduidelijke lessen bepalen de grenzen. Wie zijn neus in andermans compost steekt, krijgt soms meer mee dan verwacht.
En de gist? Die bewaar ik nu voor alle zekerheid altijd bovenop de plank. Je weet maar nooit: mocht zich ooit nog zon coloradokever aandienen, dan ben ik voorbereid.






