Twee uur voor middernacht had ik de kinderen gepakt en was ik onderweg naar mijn moeder allemaal dankzij weer zon staaltje van mijn man.
Weet je zeker dat die hoeveelheid huzarensalade genoeg is? Het ziet er nogal karig uit, zo’n bodempje, klonk de stem van mijn man met de typische Randstad-klaagtoon, boven het gepruttel van de afzuigkap.
Marleen boog zich over de snijplank en hakte wortelblokjes zo secuur als een Zwitsers horloge. Nog geen vier uur tot twaalf! Haar voeten voelden alsof ze vanaf Groningen was komen lopen en de geur van bietjes en ui zou waarschijnlijk de rest van het jaar aan haar vingers blijven kleven. Ze legde mes en wortel neer en trok haar wenkbrauwen op naar haar man.
Joost stond in de deuropening, al helemaal festival-chic: een crispy overhemmetje (die zij vanochtend nog had gestreken, nota bene in plaats van haar hard verdiende REM-slaap) en een pantalon met zo’n scherpe vouw die je alleen ziet bij mensen die plassen vinden in een Brabantse winkelstraat. Hij hield een glas cognac vast, hoewel de gasten nog lang niet gearriveerd waren, en keurde het kristallen schaaltje alsof het om haute cuisine ging.
Joost, het is gewoon huzarensalade. Een schaal vol huzarensalade, om precies te zijn. Drie kilo. Wat bodempje, hield Marleen zich zo kalm mogelijk. Je zou trouwens beter even brood kunnen snijden of bij de kinderen checken. Dirk en Fieke zijn weer aan het knokken om die tablet, hoor ik.
Marleen, je weet toch dat ik niet ben gebouwd om te broodjes snijden? Das geen klus voor deze handen, grijnsde hij, en nipte van zijn cognac alsof hij net een zakenoverleg had afgesloten. Laat de kinderen lekker; het is toch feest. Gooi die energie dr maar uit. Maar eh… die eend gaart die wel goed? Je weet hoe die familie De Vries is. Als daar nog een spatje bloed op het bord ligt, heb ik een jaar lang gezeur.
Marleen draaide zich om naar het raam, waar knoepert-sneeuwvlokken dwarrelden in het licht van de lantaarnpaal. In haar borst begon iets te broeien. Dit zou hun rustige Oud & Nieuw worden gewoon thuis, met z’n vieren: zij, Joost, Dirk van zeven, Fieke van vijf. Mandarijnen, oudejaarsconference en voor twaalf uur naar bed. Ze kon het hele jaar wel schreeuwen van vermoeidheid: ontslag in de zorg, klusjes voor andermans keukens, het schilderen van moeders flat. Totaal gesloopt was ze erdoor.
Maar een week terug had Joost zich ontpopt tot feestorganisator: army-makker Karel, diens vrouw Linda en hun dochters kwam even aanwaaien. Ze zitten hier vast, in het hotel is het ongezellig! geen tegenspraak werd geduld. Dus Marleen hield haar mond, slikte het weg. Gastvrijheid is heilig had moeder altijd gezegd. Maar met de dag werd haar todo lijst langer en Joost zijn eisen navenant: het menu ging al drie keer op de schop, de Gall & Gall plunderde hij alsof het koopzondag was en zij mocht poetsen tot het huis voelde als een redactie van Libelle.
Je eend komt wel goed, bromde ze, terwijl de wortelstukjes in de schaal plonzen. Misschien kun jij dan de tafel uitdraaien. Tafelkleed heb ik al gestreken, ligt op het dressoir.
Komt goed, joh, ik heb zeeën van tijd, wuifde Joost. O ja, Linda belde: ze vroeg of we glutenvrij brood hebben. Haar oudste dochter doet nou weer zon hippe dieetding.
Marleen verstijfde. Het mes tikte op het bordje.
Joost… meen je dit nu? Het is 31 december. Acht uur! Alles is bijna leeggeplunderd, de AH heeft rijen tot in de winterwortelen. Waarom heb je het me niet eerder gezegd?
Vergeten, haalde hij zijn schouders op. Doe effe relaxt, joh. Loop even langs de Jumbo heb je meteen mayonaise, je zei zelf dat je weinig had.
Ik ga nergens heen, articuleerde ze langzaam. Sinds zes uur vanochtend sta ik al aan. Ik ben moe, Joost. Glutenvrij brood? Ze nemen het zelf maar mee, of jij sprint zelf naar buiten.
Het gezicht van Joost vertrok. De glimlach smolt weg als ijs op een verwarmde vensterbank, zijn ogen knepen tot streepjes.
Wil je me belachelijk maken voor mijn vrienden? Mijn geld heb ik gestoken in die hele show vanavond krijg jij niet eens een broodje geregeld? Jouw rolletje als huisvrouw komt niet erg uit de verf zo!
Ik breng ook geld binnen! knetterde Marleen. En alles in huis is voor mijn rekening. Ook de kinderen. Jij loopt hier alleen maar de grote chef te spelen!
Mond dicht! schreeuwde hij ineens, hard genoeg om zelfs de triptrapstoeltjes te laten beven. Jij gaat NU brood halen. Met een glimlach, want ik wil geen gezeik met zn allen straks aan tafel. Kijk naar Linda: altijd opgepoetst, altijd vrolijk, dáár moet je van leren.
Marleen keek naar haar man en vroeg zich af of ze hem eigenlijk ooit had gekend. Of juist nu, pijnlijk duidelijk. De laatste maanden was-ie veranderd in een bazige, bitsige man die haar constant vergeleek met vrouwen die haar volstrekt koud lieten.
Met trage bewegingen maakte ze haar handen schoon, schort uit, ja knoop doorgehakt.
Goed, zei ze zacht. Ik ga.
Joost knikte zelfgenoegzaam, alsof-ie weer een kleine overwinning had behaald.
Kijk, dat bedoel ik. Huppakee, hop, hop!
In de gang werd ze opgewacht Fieke, in het ijsprinses jurkje waar Marleen twee nachten voor had zitten zwoegen.
Mama, waar ga je heen? We zouden de lichtjes in de boom aanmaken!
Ben zo terug, lieverd. Even naar de winkel. Let jij op Dirk?
Ze trok haar jas aan, stampte haar laarzen in en dook de frisse vrieslucht in. De kou voelde verkwikkender dan een bak ijskoffie. Haar wangen gloeiden van verontwaardiging. Ze kocht gewoon het brood niks glutenvrijs te bekennen en een tube mayo. Terugkeren naar huis duurde langer: haar benen leidden een eigen leven en vertraagden automatisch bij het portiek.
Eenmaal terug op haar verdieping hoorde ze het feestje al uit de deur komen. Gelach, muziek, vreemde stemmen. Waren de gasten nu al binnen? Ze vond haar weg naar binnen.
In de gang geuren van andermans parfums, plassen gesmolten sneeuw, stapels jassen die niet van haar kinderen waren. Het gegier van Joost en onbekend vrouwengelach uit de woonkamer zorgden voor een lichte kramp in haar maag.
Marleen liep naar binnen, met het brood nog in haar hand. Ze bleef even staan.
Aan de uitgetrokken tafel zat het hele circus: Karel, een bonkige vent met tomatenhoofd, Linda, smal en strak in een of andere designerjurk, twee puberdochtertjes verdiept in hun Snapdragon-telefoons. Maar er was nog iemand: een jonge vrouw met felrood haar zat tegen Joost aan geplakt. Marleen herkende haar dat was Brenda van Joost’ werk, de sfeerbehoudster, zoals hij haar altijd noemde.
Kijk, daar is de chef-kok! riep Karel, schalend van de jenever. Nou, wij zijn alvast begonnen hoor, het oude jaar moet toch op! Joost zei dat je nog even extra lekkers ging halen.
Joost, blozend als een aspirant-wethouder, deed geen moeite op te staan. Hij gebaarde slechts naar een plek aan het uiteinde van de tafel, pal naast het prinsessenservies van Fieke.
Kom erbij, Marleen. Dit is Brenda, onze boekhouder. Had geen plek om te vieren, dus ik zei: hoe meer zielen, hoe meer vreugd! Plaats zat, joh!
Brenda knipoogde met overdreven schattigheid: Marleen, joh! Hoop dat je het niet erg vindt. Joost zei dat je een feestmaal had klaargezet. Ik heb trouwens appeltaart meegenomen, hoor.
Marleen keek eens goed naar de tafel. Chaos. Haar zorgvuldig opgebouwde salades waren al half opgegeten, lepels staken uit dezelfde schalen, de eend (de eend!) stond al praktisch geslacht op tafel, ergens voor halfelf. Kinderen zaten vergeten op de bank, een beetje bleek en hongerig.
Joost, haar stem trilde maar ze hield zich stevig. Kun je even mee naar de keuken?
Toe nou, ga niet doen, rolde Joost met zijn ogen. Niet nu! Geen scène, Marleen. Eet gewoon gezellig mee. Heb je brood gehaald?
Keuken. Nu.
Doodse stilte viel, Linda maakte een tss-geluid, Karel goot nog wat jenever weg terwijl Brenda een rondje borsten-decolleté deed.
Joost schoof met veel drama zijn stoel naar achteren en volgde.
In de keuken draaide Marleen zich om.
Wat is dit? Wie is zij? Waarom zijn de gasten te vroeg en vreten ze mn hoofdgerecht op? En waarom niks gezegd over Brenda?
Moet ik je elke stap uitleggen? siste Joost, doordrenkt van cognac en het parfum van een ander. Brenda is alleen, ik vond het zielig. En die familie kwam vroeger door geen files. Ga ik ze op de stoep laten wachten tot jij klaar bent met je winkeltrips? Bovendien, je was belachelijk lang weg. Toch geen stiekeme afspraakjes aan de telefoon?
Ík? Jij sleurt een vreemde vrouw ons huis binnen, zet haar naast je alsof t je vriendin is, terwijl ik ren voor jóuw boodschappen? En de kinderen, vult die zichzelf vol met sloffen witbrood?
Die eten wel als ze honger hebben. Niet zo zeuren! hij greep haar arm. Ga straks lachen aan tafel, schenk Brenda een glas in, doe eens normaal. Ik wil genieten! Ik heb het hele jaar hard gewerkt! Ik heb recht op een gezellige avond!
Gezellige mensen, dus. Maar ik en de kinderen zijn het personeel?
Draai het niet om. Verpest de sfeer niet. Anders…
Anders wát?
Anders krijg je geen geld meer. Ga je het maar uitzoeken met je deeltijdbaantje.
Precies op dat moment stak Brenda haar hoofd om de deur.
Joost? Kom je nog? Ze willen proosten. O, Marleen, schat, hebben we nog mayo? De salade is zo droog.
Joost transformeerde; brede glimlach, vette knipoog naar Brenda. Kom eraan, Bren! Marleen regelt het wel. Ze is gewoon een beetje overbelast.
Zonder zich nog om zijn vrouw te bekommeren slofte hij terug.
Marleen bleef achter. Ze keek naar de tube mayonaise in haar hand. Er knapte iets. Luid, onaangenaam als een schaats die door het ijs zakt. Jaren had ze doorgeslikt, bespaard, cadeaus geregeld, domme smoesjes aanvaard en nu mocht ze de viezigheid ook nog afruimen. Terwijl een andere vrouw haar plaats aan de tafel innam. Tijd voor actie, dacht ze plots. Koud en helder, als ochtendmist aan het IJsselmeer.
Ze pakte haar spullen en liep niet richting woonkamer maar de kinderkamer.
Lieve schatjes, fluisterde ze. We gaan op reis.
Uh, nu? vroeg Dirk verbaasd. Zonder papa? En vuurwerk dan?
We kijken naar een ander vuurwerk. Papa is bezig met zijn feestje. Kom, laarzen aan, warme trui. Pak een knuffel mee.
Fieke voelde de ernst en trok haar mooiste maillot uit de kast. Marleen pakte vlug kleren voor een paar dagen, opladers, legitimatie, handen trilden een beetje, maar ze handelde doelbewust.
Tien minuten later stonden ze bepakt in de gang. Uit de woonkamer galmde André Hazes. Marleen trok haar jas dicht.
Waar ga jij naartoe, halve gare? schalde Joost ineens vanuit de woonkamer, een augurk op zijn vork, Brenda aan z’n zij.
Wij vertrekken, antwoordde Marleen. Naar mijn moeder.
Wat? Naar je schoonmoeder? Je bent toch niet helemaal goed? Over anderhalf uur is het achtklapper! En wie doet het warme eten dan? Schoonmaken?
Nou, dat laat je voortaan maar aan Brenda over, Marleen wees naar de rode van Joost zn werk. Ze is immers de ziel van het gezelschap. Ik ben moe, Joost. Extreem moe. Rust!
Marleen, niet! schreeuwde Joost. Als je nu wegloopt kun je wegblijven, hoor je? Als gescheiden vrouw met twee kinderen wordt niemand vrolijk van je! Denk maar niet dat ik achter je aan kom!
Gelukkig niet. Blijf maar fijn bij je favoriete mensen, Joost. Dirk, pak je jas.
Dag, pap, mompelde de jongen zonder op te kijken.
Joost zag knalrood. Loop maar weg! Hysterica! Morgen kom je terug als je geld op is!
Marleen trok de voordeur dicht ze hoorde het feestgedruis en Joost’ geschreeuw niet meer.
Buiten loeide de wind. Ze bestelde een taxi, zwaar gecorrigeerd tarief, drie keer de prijs. Het interesseerde haar niet. Haar vakantiegeld stond nog op de rekening dan maar geen tripje naar de Ardennen komende zomer.
Mama, is papa stout? vroeg Fieke, bibberend bij het portiek.
Nee, schat. Papa is een beetje verdwaald. Hij is vergeten wat familie is. Maar wij niet, hè?
De taxi arriveerde snel. De chauffeur, een oudere man met imposante snor, keek verbaasd naar moeder met twee kinderen en een bizarre hoeveelheid bagage op oudejaarsavond. Maar, zoals elke goede Nederlander, zei hij niks. Hij zette de verwarming op standje crematie en vroeg:
Zacht muziekje, mevrouw?
Lekker aan laten, glimlachte Marleen, kijkend naar de lichtjes van de stad.
Veertig minuten later een eeuwigheid in een slapende stad onder de sneeuw stuurde ze een korte app: We komen eraan. Met kids. Leg je uit. Ben je wakker? Moeder reageerde prompt: Natuurlijk, kaastaart klaar. Kom binnen, lievelings.
Haar moeder stond al in de deuropening, in haar geruite ochtendjas die naar appeltaart en kaneel geurde. Geen hyperactieve gasten. Geen karaokemachine, geen idiote discussies over voetbalclubs. Alleen een minikerstboom en het zachte geknetter van kaarsen.
Binnenkomen, lieverds. Kom, warm je op, zei moeder, terwijl ze de kinderen uit hun jassen wurmde. Je ziet grauw, Marleen. Straks een kopje thee met citroenmelisse, komt goed.
Ze schoven aan bij de keukentafel. De moeder sneed een eigengebakken zuurkooltaart, zette jonge kaas en augurken neer. Overheerlijk. De kinderen, eenmaal gevoed, doken onder een fleecedeken met hun favoriete tekenfilm aan.
Vertel maar, moedigde haar moeder aan terwijl ze thee inschonk. Heeft hij het weer voor elkaar?
Marleen knikte en vertelde alles. Glutenvrij brood, Brenda, en lautere scheldpartijen.
Je hebt groot gelijk, kind, knikte haar moeder krachtig, haar hand warme troost. Respect, dat is de pijler van een gezin. Als dat ontbreekt, stort alles in. Die Joost die snapt het gewoon niet. Zijn verlies.
Rond middernacht begon de toespraak van onze koning op tv, dochter omelet vuurspuwend klaar, de champagne werd ontkurkt. Toen de klok sloeg, renden Dirk en Fieke naar hun moeder toe, gillend Gelukkig Nieuwjaar!
Marleen deed een wens: niet over Joost, niet over geld. Gewoon: genoeg kracht om opnieuw te beginnen en haar kinderen straks nooit te laten pikken wat zij jarenlang had gepikt.
Marleens telefoon trilde, één keer, tien keer, appjes, Joost natuurlijk. Ze keek niet, scherm omlaag.
Ga je niet opnemen? grijnsde moeder.
Nee. Vorig jaar wel misschien. Dit jaar niet meer. In het nieuwe jaar neem ik niet meer op voor exen.
De drie dagen erna waren zalig rustig. Ze gingen naar het park, sleeën, maakten sneeuwpoppen. Op drie januari durfde Marleen haar mobiel weer aan te zetten. Veertig gemiste oproepen en een lading spraakberichten van Joost. Eerst woedend (Kom NU terug!), dan zielig (Marleen, ik heb ernaast gezeten, kom op), uiteindelijk radeloos (Het huis lijkt bombarie, waar is Dirks winterjas?).
Ze luisterde grijnzend, alsof het en scene uit F.C. De Kampioenen betrof.
s Avonds ging de bel. Daar stond Joost: afgetobd, ongekamd, in een jas die naar frituurvet rook, met een bosje halfverdorde rozen van de Appie.
Marleen, kunnen we praten? murmelde hij, op zijn sneakers tappend. Ma… eh, mevrouw.
Moeder blokkeerde de deur met haar armen.
Marleen kwam de gang in.
Zeg het, Joost, zachtjes, de kinderen slapen.
Kom op, ga gewoon met me mee terug. De feestdagen zijn bijna voorbij, tafel moet afgeruimd, kleren zijn niet gestreken, alles is een zootje zonder jou. Brenda tjonge, die was ook niet alles kotsmisselijk, kleed verknoeid. Karel en Linda bonje. Je moet terug. Echt, heb me vergist… Sorry, schat.
Hij stak haar de bloemen toe. Die glimlach van vroeger maar ze voelde niets meer.
Zonder mij is het lastig? Of zonder je huissloofje?
Ach joh, we zijn toch een gezin?
Een gezin stuurt zn vrouw niet ‘s avonds naar de Jumbo om glutenvrij brood voor andermans kind en een vreemde vrouw te plezieren. Een gezin beschermt elkaar. Wat wij hadden, was gewoon handig voor jou.
Dus je wilt scheiden? Om zoiets pietluttigs?
Om respect, Joost. Ik zet meteen de scheidingspapieren in gang na de vakantie. De kinderen blijven bij mij. Bezittingen delen we eerlijk.
Joost keek alsof ie een elektrische bbq in het zwembad had gegooid.
Je… je hebt geen idee hoe zwaar het wordt alleen, met twee kinderen!
Ik heb eindelijk mezelf weer, antwoordde Marleen rustig. En dat is meer dan genoeg.
De bos bloemen legde ze netjes naast het prikbord in het portiek.
Ga naar huis, Joost. Leer maar eens pannenkoeken bakken en de wasmachine aanzetten. Daar heb je nu tijd genoeg voor.
De deur ging op het nachtslot. De klik van het slot was het beste geluid dat ze in tien jaar had gehoord.
Ze liep de keuken weer in en gaf haar moeder een knuffel.
Vertrokken? vroeg die.
Weg, mam.
Gelukkig maar. Kopje thee? Met frambozenjam?
Graag, mam.
Marleen ging bij het raam zitten. Buiten dwarrelde opnieuw sneeuw, een maagdelijke deken over de stad. Onzekerheid, moeilijkheden, misschien zelfs een rechtszaak. Maar ergens voelde het licht alsof ze na jaren eindelijk comfortabele klompen aan haar voeten had.
Vond je het een mooie geschiedenis? Geef dan een like, abonneer je op het kanaal en laat je gedachten hieronder achter dat is heel belangrijk voor de schrijver!






