Mama is eindelijk met pensioen. Al een paar jaar nu. “Ik ben op,” zegt ze. “Mijn gezondheid laat te wensen over. Het werk was stressvol, collega’s giftig, en ik ben de jongste niet meer. Nu wil ik eindelijk van het leven genieten, gewoon voor mezelf, zonder al dat gedoe.”

Mam is een paar jaar geleden eindelijk met pensioen gegaan. Ik ben op, zei ze. Gezondheid nul-komma-nul, stressvolle baan, vervelende collegas, leeftijd begint te tellen. Nu wil ik gewoon eens tijd voor mezelf, niet altijd maar moeten rennen. Tja, niemand die daar tegen in ging bij ons in de familie. Met mam valt niet te discussiëren, daar is ze veel te uitgesproken voor.

Ze is dus lekker naar haar huisje op de Veluwe verhuisd, en leeft daar nu het goede leven: bloemen en komkommers in de moestuin, sigaretje roken op het balkon, kopje koffie (soms een scheutje oude jenever erin), en een goed boek erbij. Huisje op orde, werk achter zich gelaten, met een mengeling van afschuw en opluchting daaraan terugdenkend. En gelukkig zijn de kleinkinderen inmiddels volwassen, dus geen hele zomer meer hordes kinderen logeren.

Ze gaf ons, de rest van de familie, trouwens steevast één tip mee: Ga pas met pensioen als de kleinkinderen van de universiteit af zijn. Je moet zorgen dat ze op eigen benen staan, want anders zitten ze aan jouw AOW vastgeplakt. En voor achterkleinkinderen? Dat is later, dat is aan je kinderen en hun kinderen. Dan ben jij lekker te oud.

En echt, ze heeft het er prima voor elkaar op haar stekje: afhaalpunt voor pakketjes om de hoek, dorpswinkeltje, snel internet, rozenstruiken voor het raam, frisse lucht, buren die niet zeuren, alles heerlijk relaxed. Maar na een tijdje begon ze zich toch een beetje… te vervelen. Dus bedacht ze wat nieuws: een deel van haar grote tuin wilde ze betegelen, want ze vond de parkeerplek maar een rommeltje.

Dat moest dus steviger, netter, want volgens mijn moeder hoort een parkeerplek niet slordig. En waarom wachten tot het vanzelf beter wordt? We hebben de hedendaagse luxe: internet. Dus vond ze daar een klusbedrijfje, De Gouden Handen, dat voor alles te porren was. Tegen fatsoenlijke Hollandse prijzen natuurlijk.

Op de dag van de aanleg stonden ze op de stoepvijf man sterk, voorman heet Kees. Mam noemt hem gewoon Keesje, terwijl hij echt twee koppen groter is dan ik. Ze beginnen voortvarend, maar al snel gaat het mis. Twee cementwagens staan te draaien, wachten tot ze aan de slag kunnen. Mam staat erbij.

En ja hoor, Kees probeert z’n geluk: daar staat zon lieve oudere dame, denkt hij vast, geen idee van stoeptegels leggen, dus proberen het extra bedrag binnen te harkenwant ach, zon oma kan je wel wat wijsmaken. Dus hij begint: Deze ondergrond, mevrouw, die is helemaal verkeerd. Daar zijn extra kosten aan, dit wordt een dubbeltje op zijn kant. We moeten het dubbel rekenen, anders pakken we nu in.

Mam luistert rustig, knikt zelfs meelevend. Dus vijftienduizend euro zeggen jullie? Maar twaalf en een half zou ook kunnen? Nou, jongens, ik vertrouw jullie op je blauwe ogen. Daarna zegt ze: Laten we wedden, Kees

Kees wordt alert. Waarop dan?

Mam: Om die vijftienhonderd eurowedden dat ik jouw mannen zo efficiënt aan het werk zet, dat ze het in drie uur fatsoenlijk aanleggen, in plaats van de hele dag waar jij het over hebt? Als t lukt, krijg ik vijftienhonderd. Gaat het mis, dan betaal ik jou vijftienhonderd. Deal?

Serieus, als ik Kees was, had ik het niet gedurfd. Zelfs al zou mam gewoon maf wezenwaarom zou je het risico nemen? Maar Kees is meer van bravoure dan van nadenken, dus hij gaat akkoord.

Terwijl Kees zichzelf installeert op het bankje met een bak koffie, trekt mevrouw de laarsjes aan, en ineens bam! In vijf minuten heeft ze iedereen post gevat, aanwijzingen gegeven, precies uitgelegd welke kant op, wie wat, hoe, waar versnellen, waar je juist moet oppassen. Zelfs de mannen van de mixer krijgen instructiehoe je het moet storten, niet zomaar kiepen maar echt werken, geen tijd verliezen.

Ze heeft het hele proces tot op de seconde strak georganiseerdniks verspilde tijd, geen loze praatjes.

Serieus, een beton-wonder.

Wat die gasten normaal een hele dag zouden rekken, is nu in net iets meer dan twee uur gepiept. Strak gelegd, nergens een bedenking te bedenken. Alles spiegelglad.

Eerst loopt Kees nog grijnzend rond: komt vanzelf chaos, denkt hij. Dan verdwijnt de glimlach langzaam. Op het eind is hij lijkbleek. Hij had immers gehoopt die extra euros los te peuteren. Maar een weddenschap is een weddenschap

Kees stond letterlijk met zijn mond vol tanden. Alsof hij zich opeens realiseerde dat je met mensen soms méér te maken hebt dan je aan het uiterlijk ziet.

Wacht even stamelde hij. Vertel nou eens Hoe dan?! Hoe kreeg u dat voor elkaar? Dat zie je nooit!

Dat zie je wel, zegt mam, terwijl ze de cementstof van haar handschoenen klopt. Heb je de nieuwe fly-over bij Utrecht gezien, die enorme?

Ja

Mooi zo. Die heb ik gebouwd.

En op dat moment, zeggen ze, besefte Kees dat die lieve tante gewoon iemand was die jarenlang overleefde in een wereld waar slapjanussen snel afhaken. En dat wie met zulke types een weddenschap aangaat, zichzelf alleen maar in de vingers snijdt.

Rate article