Mama, nu doe je het weer! Femke klapte met afschuw het deksel van het toilet dicht en drukte de spoelknop. Hoe moeilijk is het nou om door te trekken!
Stormachtig verliet ze de wc en liep naar de kamer van haar moeder.
Joke van der Linden zat ineengedoken op het bed. Klein, broos, bijna doorzichtig. Wanneer was ze veranderd van stevige, trotse vrouw naar zon fragiel figuurtje?
Femke, ben ik het weer vergeten? Ja? Joke keek haar dochter verschrikt en hulpeloos aan. Sorry, lieverd, je weet dat het niet expres is.
Mam, wat moet ik nou met je? Vandaag heb ik het weer gezien, maar Bas en Tom zien het ook.
Sorry, sorry Femke, ik zal er beter op letten, zei Joke haast smekend.
Ach, je kunt er niks aan doen, Femke schudde haar hoofd en liep de kamer uit.
Haar moeder werd in razend tempo ouder. Femke herinnerde zich nog goed hoe Joke van der Linden niet zo lang geleden nog zelfstandig, krachtig en slim was. Je kon altijd bij haar aankloppen voor raad, voor hulp of gewoon voor een gezellig praatje.
Joke was breed ontwikkeld en had een scherpe blik, maar tegelijk was ze geweldig lief en altijd opgewekt. Femkes vriendinnen zeiden dat ze mazzel had met haar moeder, dat zon moeder bijna niemand had.
Heel haar leven had Femke geweten dat ze altijd terug kon vallen op Joke, haar moeder, haar rots in de branding. En nu had de ouderdom zich sierloos, koud en plakkerig in hun huis genesteld. Aangenaam ruikend was het niet, en haar moeder werd steeds verwarder.
Nu kon je met haar niet meer praten; geen advies vragen, niet gezellig tegen haar aan zitten, niet huilen over je baan of moeiheid. Joke was nu zelf een kind, traag en onhandig.
Femke liep de keuken in, waar haar man Bas en hun vijftienjarige zoon Tom aan de tafel zaten, verdiept in een puzzel. De geconcentreerde gezichten van de mannen brachten Femke een beetje tot rust.
Mam, mompelde Tom ineens. Waarom snijd je het vlees in de soep zo grof?
Ik weet het niet, jongen, stamelde Femke. Vind je het niet lekker?
Jawel… Tom draaide een puzzelstukje rond in zijn hand. Alleen, oma krijgt het niet weg. Ze haalt het uit haar mond en legt het op tafel.
Vind je het vervelend? vroeg Femke begripvol, schaamte in haar stem. Ik zal het tegen oma zeggen.
Nee hoor, het is goed, Tom tuurde naar de puzzel. Maar zo eet oma weinig. Das niet goed voor haar gezondheid.
Aha, Femke keek haar zoon verbaasd aan. Ik zal het fijn snijden.
Als je gewoon gehaktballetjes maakt, Tom keek op. Zoals je vroeger deed, toen ik mijn tanden kwijt was en niet kon kauwen. Oma deed dat voor jou vroeger ook.
Ja, dat deed ze, Femke voelde dat ze bloosde.
En Fem, voegde Bas er zachtjes aan toe. Je hoeft Joke niet zo te corrigeren om het toilet. Wij kunnen er tegen, echt. Jij zegt er wat van, maar dan schaamt ze zich. Laat het los.
Ja mam, niet boos zijn op oma, Tom keek met grote ogen naar Femke. En ik beloof dat ik jullie niet zal corrigeren als jullie oud zijn.
Goed, jongen, Femke slikte haar tranen weg en verliet de keuken.
Ze bleef even in de gang staan, tot haar adem rustig werd. Toen liep ze naar haar moeders kamer.
Mam, riep ze Joke, die op een stoel voor het raam zat en naar buiten keek. Mama.
Ja, Femke? Joke draaide zich om. Is er wat, lieverd?
Omdat ik zo onhandig en hard ben, Femke legde haar hoofd op Jokes knieën. En zo ongeduldig. En onaardig.
Femke, doe eens normaal, zei Joke streng. Ik vind het niet fijn als je zo over jezelf praat. Wat is er toch?
Beloof me dat je niet doodgaat, vroeg Femke ineens, en ze huilde.
Meisje, wat is er? Joke streelde haar hoofd. Natuurlijk ga ik niet weg. Dat ben ik niet van plan.
Ik ben bang dat je verdwijnt. Wat moet ik zonder jou?
Femke, ik ben er toch. Je bent niet alleen. Wat is er met je?
Nee, niets, alles is goed, Femke veegde haar tranen af en stond op. Ik ga het eten maken. Soep met gehaktballetjes, goed?
Ja, heerlijk, Joke glimlachte breed.
En waarom ben ik zo fel tegen haar?, dacht Femke. Zelfs Tom gaf me opmerking. Schaam je, volwassen vrouw. Een puber snapt het beter dan ikzelf. En ik ben zo bang om zonder haar te zijn. Ik zal haar niet meer corrigeren. Laat het maar, als God me straft als ik nog eens uit mijn slof schiet!Ze liep naar de keuken, waar het licht warm scheen over de tafel met de puzzel, de lege borden, en het leven dat daar gewoon verder ging. Femke pakte het gehakt, rolde met natte handen balletjes zoals haar moeder haar vroeger had geleerd, terwijl Tom en Bas zachtjes grinnikten om een verdwaald puzzelstukje.
Ze hoorde Joke in de kamer zachtjes zingen een liedje van vroeger, bellenend als een beekje. Toen de soep klaar was, zette Femke een bord voor Joke neer. Joke glimlachte: Dat ziet er lekker uit, Femke.
Femke streelde haar moeders hand. Je hebt me zoveel geleerd, mama. Nu leer ik van jou wat geduld is, en van Tom wat liefde is. Van jou leer ik het loslaten. Maar ik hou je vast, zolang het kan.
Joke kneep zacht in haar hand en keek haar doordringend aan. Het is goed zo, mijn lieve meisje. Je doet alles precies zoals het moet.
Toen viel het avondlicht door het raam. De puzzel werd opgelost, het soepbord leeggegeten. En terwijl Femke haar moeder toedekte en haar een kus op het voorhoofd gaf, wist ze: liefde hoefde niet perfect te zijn om te blijven.
Die nacht sliep Joke voor het eerst sinds weken rustig en Femke, met het hart vol tranen en dankbaarheid, wist: morgen zou ze opnieuw haar moeder zijn, en dat was genoeg.






