Maandenlang kraakte mijn vriend steeds een vrouw af die vlak bij zijn huis woonde – nooit zomaar een losse opmerking, maar élke keer als we door haar straat liepen had hij kritiek: hoe ze zich kleedde, haar brutale lach, haar “arrogante” houding en dat haar werk nergens op sloeg. Soms dacht ik zelfs dat hij geobsedeerd was door haar. Hij bracht haar zelfs ter sprake als ze er niet was: als we televisie keken en er kwam een vrouw in beeld die op haar leek, zei hij “Die kleedt zich net als die buurvrouw”, of als iemand wat harder sprak in een restaurant, riep hij: “Precies zoals die uit de buurt!” Ik luisterde steeds, vond het wat overdreven, maar vermoedde niets — ik dacht gewoon dat hij haar niet mocht. Tot we haar samen voor het raam zagen langslopen, hij weer een gemene opmerking over haar make-up maakte en ik vroeg of hij haar eigenlijk wel kende; “Nee”, zei hij, “ik zie haar af en toe, maar ik vind haar vulgair.” Toch viel me mettertijd zijn vreemde gedrag op als zij in de buurt was: hij werd onrustig, ging zachter praten, of veranderde plots van onderwerp. Ook begon hij zijn telefoon anders te gebruiken: hij liep weg om te appen, nam zijn mobiel mee naar de wc, of liet hem expres op het scherm liggen. Tot ik op een dag door iemand uit de straat te horen kreeg dat hij regelmatig haar huis inging – zelfs op momenten dat ik dacht dat hij aan het werk was. Hij wilde zich er niet mee bemoeien, zei hij, maar vond het oneerlijk als ik het niet wist. Die nacht kon ik niet slapen. De volgende dag confronteerde ik mijn vriend met de waarheid. Eerst ontkende hij – zoals altijd – dat mensen roddelen. Maar toen ik hem exacte dagen en details noemde, viel hij stil en gaf uiteindelijk toe: hij had al maanden een affaire met haar. Al dat kwaadspreken deed hij expres, zei hij, zodat ik niets zou vermoeden. Toen begreep ik ineens alles: waarom zij altijd onderwerp van gesprek was, waarom hij zo precies wist hoe ze zich kleedde en bewoog — niemand praat zó veel over iemand die hem niks kan schelen. Maandenlang luisterde ik ongemerkt naar zijn beschrijvingen van zijn minnares. Het ergste was niet eens het bedrog, maar dat ik naast hem zat en toekeek hoe hij haar zwartmaakte — de vrouw met wie hij vreemdging — terwijl hij me recht aankeek en lachte om zijn eigen perfecte alibi. Sindsdien ben ik één ding nooit vergeten: als iemand onophoudelijk slecht spreekt over één en dezelfde persoon, verbergt hij vaak juist iets.

Maandenlang hoorde ik mijn vriend klagen over een vrouw die twee straten verderop woonde, recht tegenover dat typisch bakstenen rijtjeshuis waar hij verbleef in Utrecht. Het ging niet om een losse opmerking of een spontane uitglijernee, dit was een ware sport geworden. Elke keer als we over die straat fietsten (want lopen doe je in Nederland alleen als het echt moet), kwam er wel weer een venijnige sneer: haar kledingkeuze, dat ze zo plat praatte zoals alleen in het westen kan, dat ze zo arrogant liep met haar kikker in haar broek, haar schaterlach, hoe belachelijk nutteloos haar baan bij het gemeentehuis zou zijn. Op een gegeven moment begon ik te denken dat hij haast een abonnement op haar had genomen.

Zelfs als ze nergens te bekennen was, vond hij een manier om haar ter sprake te brengen.
Keken we Wie is de Mol en er kwam een vrouw die toevallig wat op haar leek, dan zei hij meteen: Die ziet er net zo uit als de buurvrouw.
Was iemand in het café wat luidruchtiger, bromde hij: Precies zon type als die daar van de overkant.
Jawel, ik hoorde het allemaal en ergens vond ik het nogal overdreven, maar ik dacht gewoon: tja, het zal wel niet klikken met haar.

Totdat die ene dag kwam dat ze voorbijkwam terwijl wij in de huiskamer (met uitzicht op het steegje) aan onze stroopwafels zaten.
Natuurlijk was híj de eerste die uit het raam keek en met zon typisch Hollandse grijns iets zei over haar make-upze doet dat natuurlijk alleen om op te vallen.
Ik vroeg: Ken je haar dan persoonlijk?
Nee joh, antwoordde hij zo nuchter als een haring, af en toe loopt ze hier voorbij. Hij vond haar gewoon ordinair. Ik trapte er met beide benen in; ik bedoel, waarom zou ik ook iets verdenken?

Langzaam vielen er wat puzzelstukjes.
Steeds als ze in de buurt was, leek hij zenuwachtig. Zaten we op het terrasje en fietste ze langs, werd zijn stem ineens bijna onhoorbaar. Vraagde ik wat, dan begon hij over iets totaal anders, bijvoorbeeld de prijs van kaas.
En zijn telefoon… Tja, die bleef ineens standaard met het scherm naar beneden op tafel liggen. Hij moest even bellen en stond dan buiten in de regen, of sloot zich op in de badkamer.

De waarheid kwam niet eens op een spectaculaire wijze aan het licht.
Op een doodgewone dinsdag sprak de buurman van drie huizen verder me aan bij de Albert Heijn. Gewoon, recht voor zn raap: Jij bent toch de vriendin van Martijn?
Ik zei van wel, waarop hij me eens goed opnam en meldde dat hij Martijn regelmatig het huis van die vrouw had zien binnenstappen. Zelfs op tijdstippen dat ik dacht dat dhr. aan het werk was. Bemoei me er niet mee, hoor, maar ik vond dat je het moest weten, zei de buurman schuldbewust, terwijl hij zijn boodschappen in zijn fietstassen laadde.

Die nacht was de nachtrust ver te zoeken.
De volgende ochtend gooide ik het op tafel bij Martijn. Eerst bleef hij stug ontkennen; Mensen praten zoveel.
Maar zodra ik met details kwamaantallen, tijdstippen, zelfs dat stomme roze vestje dat hij hatelijk had besprokenwerd hij stil.
Toen kwam de bekentenis. Ja, hij was al maanden met haar bezig.
Alle rotzooi die ik over haar zei, was juist om je op het verkeerde spoor te zetten, bekende hij met de moed der wanhoop. Het was een soort dekmantel.

Ineens viel alles als blokjes Gouda op zn plek.

Opeens snapte ik waarom hij elke keer haar kon beschrijven tot aan de kleur van haar fietsmandje.
Wie zoveel details weet, is óf rechercheur óf stiekem ergens heel erg bij betrokken.
Er is werkelijk niemand die zich zo druk maakt om iemand die hem niets interesseert.

Maandenlang had ik, heel gezellig, de audiobeschrijving van zijn minnares aangehoordzonder iets te doorhebben.

Het pijnlijkste was niet eens het bedrog zelf.
Het was het gevoel dat ik gebruikt was als decoratie bij zijn toneelspelletje.
Dat ik rustig naast hem zat, luisterde hoe hij iemand zwartmaakte waarmee hij naadloos samen in haar Ikea-bankje lag.
Dat hij erbij grijnsde, mij recht aankeek, terwijl hij zijn eigen alibi steigerde als waren het dijken tegen de waarheid.

Ik heb er één levensles aan overgehouden, eentje die ik nooit zal vergeten:
Als iemand niet kan ophouden slecht te praten over een ander, dan steekt daar negen van de tien keer iets raars achter.

Soms is wat te fel commentaar gewoon de schaduw van een heel foute fietstocht.

Rate article