Linda was slecht.
Echt slecht, zo erg dat je bijna medelijden met haar kreeg, zo slecht was die Linda.
Iedereen probeerde haar dat ook duidelijk te maken, dat ze verkeerd bezig was.
Niet alleen slecht, maar ook nog eens ongelukkig.
Geen man, zoon al volwassen en uit huis.
Linda helemaal alleen, niemand die haar nodig had.
Op maandag kwam ze op haar werk en iedereen vertelde trots wat ze in het weekend gedaan hadden: wassen, poetsen, het huis aan kant.
Eén had op de volkstuin gewerkt, een ander had jam staan maken.
Maar Linda bleef stil, wat moest zij vertellen? Niets, haar man was er niet, kind uitgevlogen, dus klemde ze haar lippen op elkaar en glipte weg.
Vandaag vroeg weg van kantoor, zoals ze elke maand wel een paar keer deed.
Afkeurende blikken, want iedereen wist waar Linda naartoe ging: ze ging vast weer naar al haar minnaars.
Op kantoor waren ze er heilig van overtuigd: Linda had een stuk of wat minnaars, want ja, ze was nu eenmaal zo slecht.
Linda, dat was andere koek.
Zij waren allemaal keurige getrouwde dames, druk met hun huishouden, maar Linda? Die was slecht.
Linda, zegt haar moeder, waarom ben je toch zo?
Zo hoe, mam?
Zo alleen, je zou toch op z’n minst een man op kunnen duikelen, echt waar hoor, meisje. Je kunt zelfs nu nog een tweede kind krijgen, tegenwoordig doen ze dat allemaal na de veertig.
Maar mam, waarvoor zou ik zomaar een man nemen? Of nog een kind met zomaar iemand? Waarvoor? Ik heb mijn zoon, Guus, meer dan genoeg…
En zo’n man, zoals jij het noemt, wat moet ik daar nou mee? Ik heb Leo.
Linda! roept haar moeder uit, Meid, doe normaal! Leo is niet jouw man!
Hoezo niet? Natuurlijk wel lacht Linda hij neemt me eens per week mee uit eten, geeft cadeautjes, regelt mijn vakantietripjes, zeurt niet, stuurt me niet naar zijn moeder om ramen te lappen, vraagt me niet zijn sokken te wassen, verwacht geen avondeten, laadt zijn problemen bij zijn vrouw. Hij ligt niet op mijn bank, lekker makkelijk.
Geweldig toch?
Ja, dat is inderdaad geweldig, alleen moet zijn arme vrouw er nu aan geloven.
Wil jij soms dat dat allemaal op mijn nek terecht komt?
Kom nou, mam, ik ben net iets over de veertig, ben al twee keer getrouwd geweest, ja twee keer, en was er elke keer als de dood vandoor.
Mijn eerste man, Guus’ vader, herinner je je nog, je wilde zo graag dat ik met hem trouwde toen ik net achttien was, want hij was ouder, verstandiger, hield van me, was rijk, hè mam?
Vijf jaar lang zat ik daar gevangen, mocht niet studeren, geen vriendinnen zien, mocht zelfs nauwelijks met mijn eigen kind bezig zijn: te jong, ik zou het vast verkeerd doen, alleen maar zwoegen voor hem en zijn moeder.
Maar ja, ik had gouden sieraden, dat dan weer wel.
En eenmaal per maand nam hij me mee de deur uit, als een showdier, zodat mensen konden zien wat voor keurige jonge vrouw hij toch had, niet van die popjes waar anderen mee liepen.
Hijzelf scharrelde wel bij die popjes langs
En toen ik eindelijk weg was en de scheiding regelde, dankzij oma, eiste hij alles terug, zelfs mijn sokken
Bij de tweede keer trouwde ik uit liefde, studeerde en werkte, weet je nog mam?
Overdag college, ‘s avonds in de schoonmaak, wilde niet op jullie kosten bij jou en pa blijven zitten…
Linda! Hoe kun je dat nu zeggen? Alsof ik je ooit heb verweten dat je wat at of een kom soep vroeg aan je moeder, of aan Guus?
Jij niet, mam Maar zo zijn er wel meer Je weet wel, die bang waren dat ik op je nek zou springen samen met mijn kind.
Waar heb je het over?
Over papa, over wie anders. En mijn broer, Mart, die het tot zijn dertigste nog niks voor elkaar had en zich nergens druk om maakte want mama regelde alles.
Jij werkte op twee plekken, haalde boodschappen, want ja, de tuin zat vol hongerige kuikens: de één op de bank, de ander achter zn computer
Koken, schoonmaken, de was doen.
Dus ja, toen ben ik maar weer getrouwd, uit liefde deze keer, zonder liefde had ik al geprobeerd.
Wat veranderde er?
Niks. Ik kreeg er alleen meer werk bij. Was ik eerst Linda, werd ik Linda-die-alles-moet.
Lief lag op de bank, Linda naar het werk, daarna gauw Guus halen op het kinderdagverblijf, niet zeuren man, want is niet jouw kind, zelfs al was het wel zo, dat is dan ook niet mannelijk, een man is al moe genoeg.
Onderhand nog boodschappen gesjouwd, kind, spullen, auto had ik niet.
Waarom? Tsja, de man had hem nodig voor zijn werk, zeker niet met de tram heen!
Alle vrouwen leven zo, wat bedoel je dat je moe bent? Wie maakt dan het avondeten?
Koken, tafel dekken, eten geven, wassen, strijken, en daarna hup man tevreden houden, want als hij niet op tijd zn portie liefde krijgt, is hij zo weer weg naar een ander, de schat…
Kom je geld tekort? Dat is voor jouw kind tekort, als het zijn kind was, zou het anders zijn, misschien zou hij zijn best doen. Nu niet, sorry, zoek maar een domoor die voor jou én je kind betaalt.
Sorry meid, niet de juiste plek gevonden.
Wat bedoel je, geen geld voor mijn auto? Ja, het is míjn auto, maar we zijn toch een gezin?
Vergelijken hoeveel je verdient zonder iets te hoeven doen en wat ik moet doen voor mijn geld.
Jij hebt geluk
Hoezo vertrek je?
Ja, doei, wie wil jou nu, alleenstaande moeder, haha.
Zo, mam, zo is het mij vergaan: getrouwd met een die meer verdiende en een die minder verdiende. Geen verschil.
Voor allemaal was het prima, behalve voor mij, mam, alleen voor mij.
Linda, iedereen leeft toch zo, wat zeur je nou kind.
Nou, laat ze lekker, maar ik niet mam! Ik wil niet.
Hoe was jouw zaterdag dan?
Nou Mart en Iris kwamen, gooiden hun Oskar en Vera bij ons met opa, ik ging naar buiten, pannenkoeken bakken, beetje gestofzuigd, afgenomen, vloer gedweild, wasje gedaan, s avonds kinderen op bed gelegd, vader eten gegeven, gestreken, en daarna eindelijk zelf op de bank gevallen, was dik na twaalven.
s Ochtends kids weer vroeg op, pannenkoekjes wilden ze, dus weer bakken, daarna kwam Mart terug met Iris, heb ik kip gegrild, salades gesneden, pizza gebakken, met zn allen gegeten, opgeruimd, en toen was het elf uur en viel ik op de bank in slaap. Midden in de nacht maakte vader me wakker, dat ik naar bed moest
Mam, ik kan me niet herinneren dat jij ooit zo op Guus opgepast hebt voor mij, dat ik je mn kind heb opgedrongen zodat ik lekker uit kon rusten?
Jij was altijd zo zelfstandig, de anderen och, geen woorden voor
Weet je wat ik vorig weekend deed mam? Guus belde vrijdagavond, of ik Binkie op zou kunnen halen, zij gingen een weekendje naar de heuvels.
Tuurlijk nam ik Binkie, waarom niet?
Binkie is het katje van Guus vriendin Myrthe, en mam, als je niet zo druk was geweest met Mart en zijn gezin, wist je misschien wat je oudste kleinzoon zoal deed.
Dus vrijdag brachten zoon en zijn vriendin de kat, namen pizza mee, en vertrokken.
Heb ik heerlijk pizza zitten eten en series gekeken, want ik hoefde niet om zes uur mijn nest uit zaterdag.
s Ochtends kat gevoerd, koffie gezet, wat afgestoft, een was gedraaid, jou nog gebeld of je meeging naar het museum of gewoon koffie, maar jij had het druk, handen vol sop, telefoon op speaker.
Papa noemde me een lanterfanter, zei dat mijn moeder hard werkte met de kleinkinderen en ik, ik liep als een dame rond in musea.
Ik wilde bijna boos worden, maar waarom? Papa heeft altijd gelijk.
Naar het museum, wist je dat daar een expositie was van jouw favoriete schilder? Dat wist ik nog.
Daarna koffietje, wat winkels in, thuis kwam ik pas weer en Binkie sliep.
Wilde nergens meer heen, ben gewoon op de bank gevallen en opnieuw series gekeken.
Zondag sliepen de kat en ik uit tot elf uur, wilde jou bellen voor een rondvaart door de grachten, maar Iris nam op, volle mond, je was vast aan het afwassen, opruimen.
s Avonds belde Leo, of ik uit eten wilde, en weet je mam, ik ben gegaan. Waarom zou ik niet?
Ik ben vrij, vraag hem nooit naar zijn gezin, we praten er niet over, hij valt mij niet lastig met zijn sores en ik hem niet met de mijne.
Heerlijke avond gehad, lekker geslapen, maandagochtend fris naar mijn werk.
Ik heb ook geprobeerd te daten met ongebonden mannen, mam.
Ook geen pretje.
Het zijn of jochies die een moeder zoeken, óf mannen die zijn stukgelopen op hun ex, met tig kinderen, helemaal opgebrand.
Waarom kijk je zo, mam?
De wereld is veranderd.
Eentje zei zelfs dat ik verplicht was om zijn kinderen te accepteren, want ik was vrouw en vrouwen houden nu eenmaal van kinderen, alle kinderen.
Hij zou naast alimentatie voor de kinderen en zijn ex zorgen, want ja, zij blijft de moeder. De rest van zijn geld ging naar zijn hobby: vissen.
In ruil daarvoor wilde hij mij verwennen met verse vis.
Vroeg ik of hij dan iets kon betekenen voor mijn kind, werd hij boos: Guus heeft toch een vader laat die maar voor zijn eigen kind zorgen.
Logisch?
Ja logisch, daarom heb ik hem de deur gewezen. Guus heeft een vader én een moeder, dat ben ik.
Nu ben ik natuurlijk een verschrikkelijke vrouw geworden: berekenend, gierig, een kreng. Ik wilde zogenaamd een arme man belasten met mijn kind en luxe luieren
En dus kreeg ik Leo.
Ja, mam, in jullie ogen ben ik slecht, maar ik voel me er totaal niet schuldig over.
Het doet me vooral pijn dat jíj zo leeft mam, daarom probeer ik je mee naar buiten te sleuren, zoals vandaag: ik loog tegen jou en papa dat ik hulp nodig had, alleen maar om je even weg te krijgen.
Mam, met mij gaat het goed. En nu gaan we samen iets leuks doen, me-time voor jou en voor mij, je dochter.
Ben je gek geworden, Linda, en papa dan?
Wat is er met papa? Is hij ziek?
Nee, maar het eten
Alsof jij geen eten klaar hebt staan, kom mam.
Het moet nog opgewarmd, en Mart
Mam! Nu word ik echt boos hoor Je weet dat ik zogenaamd slecht ben, laat mij nu eens iets goed doen, ga nou mee, even ontspannen, alsjeblieft
Op maandag delen de vrouwen op kantoor hoe moe ze zijn van hun weekend.
En Linda? Die glimlacht ondeugend, iedereen weet dat Linda slecht is, ze loopt lichtvoetig door de gangen, glimlacht om iets wat alleen zij weet.
Want het is voor iedereen duidelijk, van die Linda, die gedachten natuurlijk slecht.
Lina was slecht. Heel slecht, werkelijk zielig gewoon, zo slecht was die Lina. Iedereen probeerde het aan de vrouw duidelijk te maken: zij was slecht. Slecht, en ook nog ongelukkig. Natuurlijk, geen man, zoon al volwassen, woont op zichzelf. Lina is alleen, door niemand nodig. Ze komt maandagochtend op kantoor, iedereen loopt op te scheppen over hoe ze het hele weekend hebben staan wassen en poetsen. Wie op de volkstuin heeft gezwoegd, wie jam heeft staan koken. Maar Lina zwijgt – wat moet ze zeggen? Ze heeft immers geen man, haar kind is groot, dus zwijgt ze als het graf. Ze vraagt vandaag eerder vrij, iedereen weet dat ze een paar keer per maand te vroeg vertrekt. Ze schudden afkeurend hun hoofd – iedereen weet waar ze heengaat: naar haar talloze minnaars. Op haar werk zijn ze ervan overtuigd dat Lina vol zit met minnaars, want ze is tenslotte slecht. Heel erg slecht. Zijzelf zijn keurige getrouwde dames, druk met hun huishoudens – maar Lina is slecht. ‘Lina,’ zegt haar moeder, ‘waarom ben je nou zo?’ ‘Zo, mam?’ ‘Zo niet-gesetteld, kon je niet op z’n minst een of andere vent vinden, echt waar, dochter. Het is zelfs nog niet te laat voor een tweede kind, iedereen krijgt nu kinderen na hun veertigste!’ ‘Waarom zou ik een vent zoeken, mam? Waarom een tweede kind? Ik heb toch een zoon, ik red me wel, mam… Waarom een vent, wat moet ik ermee? Ik heb Oleg.’ ‘Lina! Oleg is jouw man niet!’ ‘Hoezo niet? Hij vraagt me uit, geeft cadeautjes, regelt vakanties voor me, zeurt niet, stuurt me niet naar zijn moeder om ramen te lappen of sokken te wassen, stelt geen eisen… Zaligheid!’ ‘Ja, dat is fijn voor jou, maar zijn arme vrouw krijgt al die lasten!’ ‘Wil jij dat dat dan allemaal op mij neerkomt? Ik ben begin veertig, ben twee keer, ik herhaal: twéé keer getrouwd geweest, en ik heb voor dat ‘geluk’ altijd op de vlucht geslagen.’ Mijn eerste man, de vader van Lesja – dat was op jouw aandringen, mam, hij was ouder dan ik, dus zogenaamd verstandiger, hield van me, was rijk… Vijf jaar heb ik daar in een gevangenis gezeten. Niet leren, geen vriendinnen, zelfs m’n zoon mocht ik nauwelijks opvoeden: te jong nog, doe het vast niet goed. Alleen hollen en ploeteren voor hem en zijn moeder. Maar ik had goud, ja. Eén keer per maand mocht ik even mee naar buiten, als een showdier: kijk dan, zo hoort een vrouw te zijn! Zelf ging hij naar andere meisjes… En toen ik wilde scheiden, dankzij mijn opa en oma, eiste hij alles terug, zelfs mijn ondergoed… De tweede keer trouwde ik uit liefde, toen zat ik op school, werkte overdag, weet je nog, mam? Overdag zwoegen op de studie, ’s avonds werken, omdat ik bij jullie geen profiteur wilde zijn… ‘Lina! Hoe durf je? Heb ik je ooit een bord soep geweigerd?’ ‘Jij niet, mam… Maar er is meer dan jij. Papa bijvoorbeeld. En Nikita, mijn broer, die zich nooit ergens druk over maakte – waarom zou hij, als mama altijd alles wel doet?’ Dus ben ik uit liefde in dat huwelijk gestapt, want zonder liefde had ik al genoeg geleefd. Maar wat veranderde er? Niks. Meer zorgen, meer werk, vrouw-voor-iedereen. Man op de bank, ik naar werk, dan kind ophalen, boodschappen doen, alles alleen, want een auto was alleen voor mijn man. Koken, huishouden, hem tevreden houden – want stel je voor: hij zou ontrouw worden als hij zijn portie affectie niet kreeg! Geld tekort? Jammer, dat is voor mijn zoon, niet voor jou – had je zelf maar kinderen moeten krijgen! Dacht hij echt dat ik alles zou betalen? Vergeet het maar! ‘Je verdient zelf meer dan ik.’ Tuurlijk, want jij doet ook niks. ‘Dus je gaat?’ ‘Wie wil jou nou hebben, met kind en al, haha!’ Daarom, mam, ben ik weer getrouwd, met een rijkere, met een armere, maakte niks uit. Altijd goed voor de ander, maar slecht voor mezelf, mam. ‘Lina, zo leeft toch iedereen?’ ‘Laat dan maar, mam! Ik niet meer.’ ‘Hoe was je zaterdag?’ ‘Nou, Nikita had z’n kinderen bij ons gedropt, ik heb gewandeld met ze, poffertjes gebakken, verder niet veel gedaan… Beetje gepoetst, kinderen naar bed, opa eten gegeven, gestreken, en toen laat pas naar bed… De volgende ochtend weer vroeg op, pannenkoeken gebakken, Nikita kwam weer, kip gebraden, salades, pizza, opgeruimd en uitgeput op de bank in slaap gevallen.’ ‘Mam, ben jij ooit zo voor Lesja ingesprongen? Ik kan me niet herinneren dat ik jou ooit mijn kind heb opgedrongen en zelf ben gaan rusten?’ ‘Lina, jij was altijd zelfstandig, maar met deze… ik heb er geen woorden voor…’ ‘Wil je weten hoe ik vorige weekend had, mam? Vrijdagavond belde Lesja: of ik de kat van Marina (zijn vriendin) het weekend wilde verzorgen, want ze wilden naar de Ardennen. Tuurlijk, geen probleem. Ze brachten de kat en pizza langs, en vertrokken. Ik heb me volgegeten aan pizza en ben op de bank series gaan kijken. Geen wekker op zaterdag! Uitslapen, koffie, huisje opruimen, wasje draaien. Jou geprobeerd te bellen, je was weer druk – papa zei dat ik een nietsnut was die niks uitvoerde, terwijl mama zich uit de naad werkte bij Nikita thuis. Ik wilde boos worden, maar ach, laat ook maar… Daarna naar het museum, café, winkels. De kat sliep. Even serie kijken, slapen. Zondag uitgeslapen, wilde jou meenemen op rondvaart, maar Masha nam op – jij was aan het afwassen natuurlijk. Oleg belde: uit eten. Ik ging, wie houdt me tegen? Vrije vrouw, geen gezeur, geen problemen van anderen op je schouders. Heerlijk avondje, lekker slapen, maandag uitgerust aan het werk. Ik heb geprobeerd te daten met ongetrouwde mannen, mam. Maar dat is helemaal niets. Of ze zoeken een moederfiguur, of ze komen met verhalen over exen en kinderen die ik volgens hen ‘moet’ verzorgen. En als ik vraag of ze dan ook mijn kind willen accepteren: natuurlijk niet, want Lesja heeft z’n vader toch nog? Dus ja, ik ben slecht, egoïstisch, berekenend. Maar ik schaam me niet voor hoe ik leef. Jij leeft zwaar, mam, dat doet me pijn. Daarom probeer ik je mee naar buiten te krijgen, zoals nu – ik heb maar wat gelogen zodat je met me meegaat. Kom, we gaan samen eropuit, geniet van het leven, samen met mij. De lunch is vast al klaar, Nikita redt zich wel. Gun het jezelf, mam, laat mij voor één keer de goede zijn! Ga je mee?’ Op maandag op kantoor, de vrouwen klagen over hun vermoeiende weekend. Maar Lina glimlacht stiekem – iedereen weet dat Lina slecht is, terwijl zij met een vrolijke pas loopt, en in haar hoofd alleen haar eigen geheimpje koestert. Iedereen weet het zeker: wat Lina ook denkt, het zal wel slecht zijn. — Lina was slecht. Heel slecht, zo slecht dat het bijna zielig was, die Lina. Iedereen probeerde duidelijk te maken aan de vrouw, dat ze slecht was. Slecht, en bovendien ongelukkig. Natuurlijk, geen man, zoon volwassen, woont apart. Lina alleen, niemand heeft haar nodig. Maandag op kantoor, iedereen schept op hoe ze gewassen en gepoetst hebben het hele weekend. Wie heeft geklust op de tuin, wie heeft jam gekookt. Lina zwijgt, wat moet ze zeggen? Ze heeft geen man, kind is groot, dus ze zwijgt. Ze vraagt vroeg vrij, iedereen weet dat ze een paar keer per maand eerder weg gaat. Ze schudden hoofd afkeurend, iedereen weet waar ze heen gaat: naar haar talloze minnaars. Op het werk zijn ze ervan overtuigd dat Lina talloze minnaars heeft, want ze is immers slecht. Lina is slecht. Echt heel erg slecht. Zij zijn goed, getrouwde dames, druk met huishouden – maar Lina is slecht. ‘Lina’, zegt haar moeder, ‘waarom ben je zo? Wat, mam? Niet gesetteld, kon je niet tenminste een of andere man vinden, serieus dochter. Het is niet te laat voor een tweede kind, iedereen krijgt kinderen na hun veertigste. Mam, waarom zou ik een man zoeken? Waarom een tweede kind? Ik heb een zoon, hij is genoeg voor mij… En een man, zoals jij het noemt, wat moet ik ermee, wat moet ik ermee doen? Ik heb Oleg.’ ‘Lina!’ roept haar moeder. ‘Lina, word wakker! Oleg is niet jouw man!’ ‘Hoezo niet mijn man? Hij nodigt me uit, geeft cadeautjes, regelt vakanties, zeurt niet, laat me niet klusjes doen voor z’n moeder, wil niet dat ik zijn was doe, vraagt geen diner, deelt geen problemen, hangt niet de hele dag op de bank… Hemels toch. Natuurlijk, dat hemelse leven, maar zijn arme vrouw krijgt al die lasten! Wil je dat dat allemaal op mij neerkomt? Nee hoor, ik ben begin veertig, ik ben twee keer, ik herhaal: twee keer getrouwd geweest, en ik heb voor het ‘geluk’ zo hard mogelijk gevlucht.’ Dit is het verhaal van Lina – de vrouw die iedereen slecht vindt, maar eigenlijk gewoon voor zichzelf kiest, op z’n Nederlands vrij en zelfstandig – en daar eindelijk gelukkig mee is.






