Knoopjes

Knoopjes

Ach, wat heb je nú weer uitgespookt, Femke? Wat heb je gedaan?

Nel van Dijk stak haar hoofd om de deur van de woonkamer en zag haar favoriete kleindochter middenin de kamer staan, handen stiekem achter haar rug, ogen als schoteltjes, en die onmiskenbare blik waaruit ze meteen kon opmaken: vandaag geen rust in huis. Maar ach, wanneer is het hier ooit rustig geweest? Sinds Femke bij haar logeerde, was het huis altijd gevuld met vrolijkheid, kattenkwaad en een stortvloed aan emoties. En hoe ouder Femke werd, hoe ludieker het allemaal werd. Nel plantte haar handen in haar zij, trok haar wenkbrauwen samen, en bereidde zich voor op het ergste.

Helemaal niks!

Helemaal niks, zeg je? Wat bedoel je daar precies mee? Nel keek zo argwanend, dat Femke automatisch haar pose imiteerde: handen in de zij, wenkbrauwen omhoog. Een ware mini-Nel! Hoe doet ze dat toch?

Ik zei toch: niksssss!

Nel liet haar blik over de kamer glijden. Op de rugleuning van de bank lag oude kater Bram, met zijn vlassige staart driftig zwiepend, net zo nors als altijd. Even opende hij zijn groene oog, schoot Nel een spottende blik toe, en sloot het daarna vlug weer. Ruziën jullie? Prima, zo lang je mij maar met rust laat.

Aangezien Bram altijd bovenaan Femkes lijstje met mogelijke kattenkwaad-steken stond, was Nel extra op haar hoede. Als hij niet in een kinderwagen was vastgesnoerd (waar Femke zelf pas kort daarvoor niet meer in paste), of niet rondrende in een foeilelijke prinsessenjurk van een vergeeld oud gordijn, of probeerde te ontsnappen aan de kleverige havermout die Femke hem in zijn bek probeerde te duwen, dan kortom, als hij gewoon lag te chillen dan stond Nel een ramp te wachten Iets van een kaliber waar zelfs de vaste bezoeker van het malle-huishouden nerveus van zou worden.

Femmeke, kom op, vertel het nou! Ik beloof dat ik niet boos word.

Oh ja joh? Jij belooft dat altijd, maar dan O god, hou me tegen! Femke imiteerde Nels klaagzang zo goed dat Nel haar gezicht bijna brak van het lachen.

Echt waar deze keer! zei Nel, achteruit schuifelend richting haar oude oorfauteuil. Je weet maar nooit, zittend vang je minder harde klappen.

Femke was kort in dubio: nu meteen haar verrassing onthullen of wachten tot het toetje? Ze wist best dat oma net tompoucen gebakken had, en lopen het risico die niet te krijgen was toch levensgroot. Aan de andere kant zien hoe oma zou reageren op haar ochtend-bijna-meesterwerk was onweerstaanbaar. En als haar moeder vanavond kwam, dan kreeg ze die tompouce vast wel alsnog haar blauwe ogen werkten immers als magie. Heel gek, maar als mama niet in de buurt was, was omas opvoeding ineens een tikkeltje strenger. Vreselijk: soms moest ze zelfs in de hoek staan! Maar goed, zij was al bijna zes, dus wat moest dat nou? Kom nou!

Femke trommelde nukkig richting het raam en trok het gordijn open. Het zicht dat Nel kreeg, deed haar zachtjes kreunen en haar hand naar haar hart grijpen.

Hou me tegen fluisterde Nel, terwijl Femke trots naar haar oma keek.

Mooi, hè? Heb ik helemaal zelf gedaan! Opa wilde niet helpen, die zei dat jij boos zou worden, en ik snap wel waarom.

Waar is hij dan? Die zat toch met jou?

Die is gevlucht! Hij is bang voor jou. Zie je wel, oma, jij jaag ons allemaal de stuipen op het lijf! Schaam je niet?

Ik? Nel trok verbaasd haar wenkbrauwen op en kwam overeind.

Omi? Femke deinsde terug, zich wikkelend in het gordijn dat ze nog stevig vasthield. Ik wil niet in de hoek! Ik heb honger!

Nel strompelde naar het raam, zakte met moeite op haar knieën en streek over Femkes kunstwerk. Knoopjes! Ze zaten vastgenaaid in het gordijn precies zoals Nel het haar had geleerd stevig, met zwarte draad, waardoor het witte vitrage aan de achterkant in een soort spinnenweb veranderde. De oude blikken koekjestrommel, gekregen van háár oma, zat tot de nok toe vol knoopjes en stond nog verscholen achter het gordijn. Femke, verstrikt geraakt in haar creatie, struikelde over het deksel, dat met een jammerlijk geluid op de parketvloer kletterde.

Rustig! Niet bewegen! Straks ligt alles overal! Nel schoof de trommel opzij en raapte het deksel op. De op het blik getekende Sneeuwpop danste nog altijd sierlijk door het Hollandse winterlandschap Nel werd ineens emotioneel en slikte, en meteen maakte Femke zich zorgen:

Omi! Niet huilen! Ik doe het nooit meer! Maar jij zei altijd dat meisjes alles zelf moesten kunnen. Dus ik oefen maar vast! Soep maken mag nog niet van mama, want messen zijn verboden, ze zei dat ik dan niet mee mocht naar het strand. En dat risico neem ik niet!

Ach, Femke Nel veegde haar tranen snel weg, haar gezicht al half verzonken in een glimlach Zon rare gesprekken! Wie liegt er? Mama? Het lijkt de hoek op jou nu!

Je huilt toch echt zelf, hè oma? Maar waarom eigenlijk? voorzichtig schoof Femke naderbij en klemde haar armen stevig om haar omas nek, zodat Nel naar adem hapte.

Meisje, je stikt me nog! Nel knuffelde de kleine deugniet terug en haalde haar op schoot. Jij weet ook wel dat ik van je hou. En ik huilde heus niet, hoor, ik werd gewoon even een beetje gevoelig.

Gevoelig? Wat is dat? vroeg Femke.

Dat iemand even vrolijk en een beetje weemoedig tegelijk is. En dat je best een traantje mag laten als je aan iets moois denkt.

Waar dacht je aan dan?

Nou ja Nel streek met haar vingers over het deksel van de trommel. Koud, met een vreemd zacht fluwelen gevoel. Hoe kan metaal nu zacht aanvoelen? Maar dit blik was altijd zo, al sinds ze een meisje was. Knoopjes sorteren, voelen, dromen over magische bontjasjes en lang, blond haar.

Alle vrouwen in onze familie hebben altijd deze trommel gevuld. Jij straks ook, Femke.

Hoe dan? Femke wiebelde zodat ze lekkerder zat. Ze voelde allang dat het gevaar geweken was; gestraft werd ze toch niet meer. Zo had ze het geleerd: sterke draad gebruiken, netjes de knoopjes vasthouden, alleen het knopen maken ging haar nog niet makkelijk af. Op een gegeven moment had ze het opgegeven en gewoon een heel lange draad gebruikt. Waarom steeds de draad afknippen, toch? En die knoopjes: alleen de mooiste uitgezocht. En zo goed vastgenaaid dat oma ze nooit zomaar loskrijgt. Alleen hopen dat oma het gaatje, dat per ongeluk met de schaar was ontstaan, niet ontdekt. Daar zat nu haar grootste knoop op maar je wist het nooit zeker.

Nel streek met haar vingers door de knoopjes en liet ze ratelend door haar hand glippen.

Hoe, vraag je? Heel langzaam, Femke. Zie je hoeveel knopen er zijn?

Een heleboel!

Ja! En allemaal anders! Kijk maar, elk knoopje heeft een verhaal.

Vertel! Femke keek op, verwachtingsvol.

Allemaal? Dat gaat me niet lukken hoor, ukkepuk. Ik ken de helft zelf niet meer!

Dan die jij wél weet! Femke sloeg dwingend met haar voet in de lucht.

Nel liet de knopen weer ratelen tussen haar vingers:

Vooruit, maar wel even op de bank; straks sta ik niet meer op. Soep staat op het vuur en als die overkookt is het alleen maar beschuiten bij de lunch.

Of stroopwafels! Femke klom op de bank en gaf Bram een aai over de magere kattenlijf.

Opa vind dat niet goed. Die wil vlees en warm eten. En Bram moppert ook als hij geen vlees krijgt. Nel kreunde en trok zich omhoog uit de stoel.

Alles doet inmiddels zeer, de leeftijd begint zich te roeren. Ach, ze was ook geen jonge blom meer. Maar wat ze allemaal had meegemaakt! Twee kinderen opgevoed, kleinkind doorgemaakt, man leeft nog en is op zijn manier gezond. Wat moet een vrouw eigenlijk meer? Zelfs die verrassing toen ze op haar veertigste na helemaal geen plannen tóch zwanger bleek, veroorzaakte aanvankelijk alleen maar gêne, maar had uiteindelijk het grootste geluk gebracht. Haar zoon, al student, snapte er weinig van, maar was ook weer trots. En haar dochter Femkes moeder, Marleen was het lichtpuntje van haar leven. Arts geworden, net als haar broer, maar dan kinderarts. En de kinderen bleven gek op haar.

Maar Femke, tja, die was niet te temmen. Eerste kind, hé? Nel had haar zoon ook best verwend maar alles met mate. En hij was hartstikke goed terecht gekomen. Want zo is het nou eenmaal: teveel liefde kan ook best, als je het hoofd maar koel houdt. Blessuretijd van hun jeugd kun je toch niet tegenhouden hooguit lief begeleiden.

Femke, ik krijg het idee dat Bram niet blij is dat je hem als model gebruikt!

Jawel hoor! Femke stak haar tong uit naar de kat Hij slaapt teveel, dat is pas ongezond!

Hoezo dan?

Dat zegt mama! Toen ik zaterdag de hele dag wilde slapen, riep ze dat ik op moest staan. Beweging is leven! klonk het ineens streng.

Femke sprong rond op de bank, waardoor de knopen uit de doos als snoepjes de kamer invlogen en Bram zich het apelazerus schrok.

Jij bent inderdaad het levende bewijs! Nel greep haar en drukte een zoen op haar haren. En nu: even zitten!

Is goed! antwoordde Femke ineens wel érg snel, zodat Nel haar argwanend opnam.

Kijk niet zo! Vertel! Over deze knoop, wil je?

Een minuscuul wit knoopje lag in Nels handpalm. Niet bijzonder qua vorm, maar toch speciaal.

Die is van de eerste doktersjas van je moeder! Ik had precies genoeg knoopjes voor die jas gekocht, maar zij raakte ze elke keer kwijt. Een extra doosje was nodig en de naalden lagen nooit in de kast.

Waarom naaide mama ze niet zelf, dan? Ze moet t toch kunnen, jij zegt dat altijd!

Dat kan ze ook! Maar ze had het zo druk, werken én studeren! Ik deed het met liefde, dat is echt geen moeite hoor, voor wie je van houdt.

Femke knikte serieus, en Nel drukte een luchtkus op haar kruin.

Slimmerik. Welke wil je nog meer horen?

Deze!

Een goudkleurige, dof geworden knoop, vreemd gevormd, zonder poot.

Hoe naai je die eraan? vroeg Femke.

Niet, schatje. Kijk, die mist zn pootje. Die is van opa. Toen hij in Indonesië werkte en het ziekenhuis daar werd aangevallen, raakte hij gewond. In zijn hand vond men, toen ze hem later terugbrachten, dit knoopje. Niemand weet hoe het daar kwam, zelfs hij niet. Maar hij heeft me altijd laten beloven deze te bewaren. Zolang het knoopje niet wegraakt, blijft alles goed, zei hij.

Waarom vechten mensen eigenlijk, oma? Femke balde de knoop zo in haar vuist dat het pijn deed.

Niemand weet dat echt, meisje. Vraag het aan iemand en iedereen zegt: nee, oorlog wil niemand. Toch komt het altijd weer ergens vandaan. Waarom? Tja Is niet goed te begrijpen.

Maar opa deelde niks met niemand toch?

Nee, schat. Hij redde mensenlevens.

Op dat moment hoorde Nel haar man Herman de gang in sloffen, snel pakte ze een opvallende, kleurige knoop.

Hé kijk! afleidend Weet je waarvan deze komt?

Geen idee!

Van mijn rode jas! Die had mijn moeder gemaakt, en mijn vriendinnen waren allemaal maar jaloers.

Waarom? Was hij zo mooi?

Ja! In die tijd draaide alles om degelijkheid, maar deze jas was felrood en met allemaal verschillende bloemknoopjes!

Femke frummelde aan het knoopje.

Zijn die met verf gemaakt?

Zeker! Door een van onze huisgenoten, André kunstenaar. Hij leerde ons schilderen. Hij had geen familie, maar was als een opa voor ons allemaal. Hij schilderde de portretten op de gang en gaf mij al die knoopjes, iedere bloem had een betekenis.

Welke bloem is die op die van mij?

Een pioenroos, lieverd. Staat voor geluk en een lang leven.

Mooi gevonden van André, oma! Jij bent én gelukkig én best wel oud!

Nel schoot zo hard in de lach dat Bram onder de bank dook, en Femke kirrend opsprong om haar oma om de hals te vliegen.

Gaan we de hele gordijn zo versieren? Toe? Daarna laten we het mam zien, ja?

Goed plan! Maar eerst lunchen soep, niet vergeten! Jij raapt even alle knopen op? Ik zet het vuur uit!

Opa Herman stond met een kop koffie in de keuken: Ben je er weer ingetrapt?

Ja hoor Femke weet me áltijd te bespelen, jij niet dan?

Ik help liever niet, straks moet ik tot aan mijn AOW aanhoren dat ik je raamdecoratie gesloopt heb! Jij kust haar, ik krijg de schuld.

Ja, wat wil je? Ik ben tenslotte vrouw! Ben jij ooit een objectieve vrouw tegengekomen?

Jawel hoor, zei Herman, grijnzend, waarop Nel uitdagend haar wenkbrauwen fronste.

Waar dan?

Wie teveel weet, wordt snel oud, grapte Herman.

Nel wilde hem een theedoek toewerpen, maar Femke stormde binnen, greep Bram, en sleepte hem tegen diens zin de keuken in.

s Avonds, toen Marleen haar dochter kwam halen, viel haar mond open van verbazing bij het zien van het gordijn, volgestikt met knopen in allerlei kleuren.

Mam! Femke stoof op haar moeder af.

Marleen tilde haar op, gaf haar een kus, en fluisterde:

Heb je streken uitgehaald?

Ehmmm… ja. Mooi, hè?

Prachtig, zei Marleen, terwijl ze al richting gordijn liep en plots bedenkelijk werd. Maar mam, daar zit een knoop van mijn trouwjurk tussen! Hoe kom je daar nou weer aan?

Nel bloosde, prutste wat, en probeerde overeind te komen zonder hulp.

Die heb ik ergens gered, geen idee Ben je hongerig?

Stik! knikte Marleen, terwijl haar ogen over het bonte knopenveld dansten.

Femke, die het niet vertrouwde, raapte in allerijl losgeraakte knopen op en trok haar moeder de keuken in.

Kom op, mam! Ik heb op je gewacht; geen tompouce gegeten nou ja, bijna niet. Kom je mee?

En zo, toen ze later samen aan tafel zaten Femke, Marleen, Herman, Bram (geen kattenbrok te bekennen, wel een halve bitterbal) en Nel, die tevreden over het leven glimlachte werd duidelijk dat het met die knopen, deze familie en met Hollandse nuchterheid wel goed zat. De verhalen waren dan misschien duizend keer verteld, maar de knoopjes, net als de liefde, werden steeds weer doorgegeven. Zo hoort het nou eenmaal in Nederland.

Rate article