In een volle lijnbus belanden een jonge vrouw en een oudere man naast elkaar: op haar schoot wiebelt een onrustige puppy, terwijl hij trots een enorm, opvallend boeket bloemen vasthoudt dat meteen de aandacht trekt van iedere instappende passagier

Ik zat laatst in de bus van Leiden naar Haarlem en naast elkaar zaten een jonge vrouw en een oudere man. Die jonge vrouw, Fenna heette ze trouwens (zon naam hoor je alleen bij ons), had een klein druk hondje op schoot, zo’n springerige pup die echt alles en iedereen wil bekijken. Die pup trok aan haar wollen trui je zag zo dat het beestje flink wat kattenkwaad in de kop had.

De man naast Fenna, een keurige heer van een jaar of zeventig, hield een megabos bloemen vast. Je kent het wel zon kleurrijke, volle bos waar iedereen zijn hoofd wel even voor omdraait zodra ze de bus in stappen. Je kon echt niet om die bloemen heen.

We zaten er denk ik een minuut of dertig, maar Fenna was na vijf minuten haar geduld al kwijt. Die pup had duidelijk nog geen opvoeding gehad en Fenna wist ook niet precies hoe ze m in toom moest houden de ene keer sprak ze hem streng toe, dan weer begon ze zachtjes te smeken dat hij rustig moest zijn. En dat hondje had niet eens een naam! Je hoorde het al: ze was niet de echte bazin, eerder een tijdelijke oppas.

De oudere man keek geamuseerd toe, met zon warme, open glimlach. Toen het hondje nog meer opwinding liet zien dat blaffen en piepen begon wat mensen te irriteren boog hij zich zachtjes naar Fenna toe en zei vriendelijk: Mag ik misschien helpen?

Fenna keek een beetje verloren op, waarop hij geruststellend glimlachte. Ik zie dat je nog niet veel ervaring hebt met deze druktemakers. Zullen we ruilen? Hou jij de bloemen even vast?

Zonder verder af te wachten, legde hij de bloemen voorzichtig bij Fenna op schoot en nam de pup bij zich. Het beestje werd meteen rustig en begon nieuwsgierig aan de jas van de man te snuffelen.

Thuis heb ik een kat, legde hij uit. Daarom ruikt hij zeker zo aandachtig. Hij stak zn hand uit. Ik ben Huub van der Laan.

Fenna. Aangenaam, bloosde ze een beetje. Dit is gewoon een pup, zonder naam. Iemand heeft m bij onze flat achtergelaten. Mijn ouders willen hem absoluut niet houden. Ik dacht, misschien wil een buur hem adopteren, alleen blijven ze allemaal klagen dat ik een vreemde hond eten geef

Huub luisterde aandachtig en aaide ondertussen geduldig de oortjes van het hondje. Dat werd met de seconde rustiger in zijn armen, alsof er nergens een betere plek was.

En, waar heen nu met hem? vroeg Huub zacht.

Naar mijn oma, in een dorpje bij Amersfoort, zei Fenna met een treurig stemmetje. Maar ze heeft al twee honden Ik hoop dat ze hem eventueel kan houden, of anders helpt ze vast wel een goed plekje te vinden. En u? Met zon prachtige bos bloemen, mag ik vragen waar u naartoe gaat?

Het was zon elegante bos, Fenna was wat onder de indruk. Huub glimlachte een beetje weemoedig. Ze zijn voor mijn vrouw, haar lievelingsbloemen. Het is vandaag een bijzondere dag…

Hij leek nog meer te willen zeggen, maar op dat moment stopte de bus bij een klein stationsplein en de chauffeur kondigde een korte pauze aan.

De pup werd weer wat onrustig. Huub stelde voor: Zal ik even met hem naar buiten? Dan kan hij zn energie kwijt. Daar is een mooi grasveldje. Ga je mee of blijf je liever zitten?

Ik blijf hier even, antwoordde Fenna.

Ze keek door het raam en zag hoe Huub heel anders dan net tussen het gras dollend met de hond sprong, lachend, alsof hij weer een jongen was. De bloemen lagen op haar schoot, bijna te mooi om echt te zijn. Ze dachten: “Hij is ouder dan mijn ouders Maar ik kan me niet herinneren dat zij ooit zo hebben gelachen. En bloemen die hadden wij thuis eigenlijk nooit. Hoe komt dat toch?”

Na een tijdje kwam Huub weer terug, rood van het lachen en met stralende ogen. Wat een dondersteen is het toch! Maar nu hij die stok heeft, blijft hij wel even zoet. Hoever moet jij nog trouwens?

Ik ga tot de eindhalte, dat is nog zon uurtje, zei Fenna. En u?

Ik moet er straks uit bij de begraafplaats.

Ze reden een tijdje samen in stilte. Fenna snoof de geur van de bloemen op, terwijl Huub de pups liet dutten met zn stokje tussen de tanden. Toen draaide Huub zich naar haar toe.

Fenna Ik zie wel dat die bloemen je gelukkig maken. Wat denk je ervan als we ruilen? Jij neemt de bloemen, ik de pup. In dat dorp zit hij toch maar in de wachtkamer, en wij hebben al een klik, die dondersteen en ik.

Zijn ogen vroegen om haar instemming, je voelde het echt. Fenna aarzelde ze gunde de hond een thuis, en in Huubs armen hoorde hij duidelijk thuis. Maar die bloemen die voelden bijna verboden, te mooi en te persoonlijk.

En uw vrouw dan? Het is toch jullie dag fluisterde ze.

Huub zuchtte, een beetje verdrietig maar ook zacht. Maak je geen zorgen, mijn lieve Fenna. Ze had het mooi gevonden. Ze zou het prachtig vinden dat ik nu zon maatje krijg. Weet je, ik weet al hoe ik hem noem Bosje. Voor de herinnering aan vandaag.

Een paar minuten later reden we alweer weg van het station. Fenna zat bij het raam, de bloemen stevig vasthoudend, en keek Huub na toen hij met opgeheven hoofd richting de begraafplaats liep, af en toe voelend of de pup zich daar fijn verscholen hield onder zijn jas. En terwijl hij verdween achter het smeedijzeren hek, begreep Fenna opeens voor wie die prachtige bloemen eigenlijk waren bedoeld.

Rate article