Ik was nooit op zoek naar mijn ‘eerste liefde’ – ik ben 62 jaar… Maar toen een van mijn oud-leerlingen mij interviewde, ontdekte ik dat hij mij al 40 jaar zocht… En dat was nog maar het begin… Later kwam ik achter zijn ware verleden: hij bleek alles te hebben verloren…

Ik was niet op zoek naar mijn “eerste liefde” ik ben inmiddels 62 jaar oud en geloof me, op mijn leeftijd zoek je eerder je leesbril dan romantiek. Maar toen één van mijn leerlingen een interview bij mij wilde afnemen, ontdekte ik dat hij mij al 40 jaar aan het zoeken was… En dat was nog maar het topje van de ijsberg! Niet veel later kwam ik zijn ware verleden op het spoor. Toen viel mijn mond echt open

Ik ben dus 62 jaar, en ik geef al bijna veertig jaar Nederlands op een middelbare school in Haarlem. Het leven kabbelt rustig voort: surveillances in de gangen, Multatuli, lauwe thee uit de docentenkamer en opstellen die zich sneller opstapelen dan oud papier bij het milieuperron.

Elk jaar in december geef ik mijn leerlingen een project: Interview een oudere over hun mooiste herinnering aan de feestdagen. Meestal leidt dit tot collectief gezucht in het lokaal.

Een verschrikkelijke opdracht, vinden ze dat.

Maar dit jaar kwam de stille, een beetje dromerige, Lotte naar me toe direct na het belsignaal.
Mevrouw van Leeuwen, mag ik u interviewen? vroeg ze, het formulier met opdracht tussen haar vingers.

Ik schoot in de lach: Och meisje toch, mijn herinneringen zijn stráálend saai. Vraag je oma, de buurvrouw, of iemand die tenminste ooit op een piratenschip gezeten heeft!
Maar Lotte gaf niet op typisch Nederlands, koppig maar vriendelijk: Nee, ik wil juist u interviewen. Haar blauwe ogen fonkelden van vastberadenheid.

Uiteindelijk zei ik: Vooruit dan maar; morgen na de les. Maar als je het over kerststol hebt, geef ik hem een onvoldoende!
Ze grinnikte: Deal!

Nostalgie en herinneringen

De volgende dag zat ze keurig tegenover mij, haar notitieboekje geopend, schommelend op haar stoel alsof ze zich alvast voorbereidde op wat zwaars.

Ze begon met: Hoe vierde u vroeger de feestdagen?

Ik vertelde over mijn vaders mislukte kerststol, mijn moeders dwang om elk jaar weer O Denneboom te zingen, en die keer dat onze kerstboom scheef stond als een echte Amsterdammertje.

Mag ik iets persoonlijkers vragen?

Toen vroeg ze voorzichtig of ik ooit tijdens de feestdagen verliefd was geweest, en ik voelde een steekje in mijn oude doch springlevende hart.

Op hem, hij heette Bram. Wij waren jong, verliefd op het leven, en natuurlijk vol plannen waar niets van terechtkwam.

Veertig jaar gezocht

Een paar dagen later kwam Lotte terug, met een telefoon in haar hand en een blik alsof ze net Sinterklaas had ontmaskerd.
Mevrouw van Leeuwen, ik geloof dat ik hem gevonden heb!
Ik keek haar hoofdschuddend aan: Wie heb je gevonden?

Ze stak triomfantelijk haar beeldscherm in de lucht. Gezocht: het meisje dat ik al veertig jaar niet kan vergeten.
Mijn hart klopte als een hamer.

En daar een zwart-witfoto van een slungelig meisje in een blauwe jas, met een spleetje tussen haar voortanden.
Ik dus. Zeventien jaar.

Wilt u dat ik hem een bericht stuur? vroeg ze, haar ogen groter dan een stroopwafel. Mijn mond droog als een beschuit.

Uiteindelijk durfde ik het toch aan. We stuurden berichten heen en weer hij had mij inderdaad gezocht, al die tijd.

We spraken af in een café in een klein straatje in Leiden. Ik koos een outfit waarin ik op zn best oud maar gezellig uitstraalde, met een vleugje HEMA-chic.

Een ontmoeting die alles veranderde

En daar zat hij dan: duidelijk ouder, een buikje rijker, maar met ogen waar je nog steeds in kon verdwalen.
Johanna, zei hij zacht, en ik wist precies: sommige verhalen zijn nooit echt voorbij.

We haalden herinneringen op aan krakende schaatsen op de sloten, aan ons eerste en laatste kampvuur (stond de brandweer nog op de stoep?) en hoe we elkaar uit het oog waren verloren.

Jij bent voor mij altijd iemand speciaals geweest, fluisterde hij.

Plotseling voelde ik de hoop in me opborrelen als zuurkool in een pan. Misschien was het leven nog lang niet afgeschreven. We hadden toen geen kans, maar misschien kunnen Bram en ik nu ons verhaal helemaal opnieuw beginnen.

Conclusie

We hebben allebei ons portie pech en voorspoed gehad, maar die ontmoeting met Bram leerde mij één ding: er is altijd hoop. En is dat niet precies waar het in het leven om draait? De kans om opnieuw te beginnen desnoods met een koude kop koffie en een boterham met hagelslag. Ik kijk met een flinke dosis nieuwsgierigheid én vrolijk wantrouwen uit naar wat ons nog allemaal te wachten staat.

Rate article