Toen mijn zoon ongeveer zeven jaar oud was, ging ons kleine gezin op een zomerse dag op reis door het Nederlandse platteland. Het was heerlijk: de zon scheen warm, we genoten van een hoorntje ijs van de ijskar en praatten vrolijk met elkaar. Maar plotseling sloeg de sfeer om. Mijn zoon draaide het autoraam open en gooide achteloos het papiertje van zijn ijsje naar buiten.
Op dat moment zette ik direct de auto langs de kant van de smalle polderweg. Mijn handen beefden, maar ik wist dat ik direct in moest grijpen. Ik stapte kalm uit, haalde een paar vuilniszakken tevoorschijn die ik altijd in de achterbak had liggen, en riep mijn zoonThomasom met me mee te komen.
Ik knielde naast hem neer in het gras en sprak hem streng toe dat het niet alleen zijn taak was om zijn eigen afval terug te vinden, maar dat hij bovendien ook het zwerfafval van anderen moest opruimen. Mijn vrouw Marijke wilde nog tussenbeide komen, maar ik vroeg haar vriendelijk om in de auto te blijven en naar de radio te luisteren, terwijl ik dit samen met onze zoon moest oplossen.
Met stevige stem maakte ik duidelijk dat we daar zouden blijven, net zo lang tot Thomas zijn les geleerd had. Tot die tijd zouden we het niet meer hebben over uitjes of nog meer traktaties, en het beloofde zakje stroopwafels was van tafel. Thomas was diep teleurgesteld en zijn gezicht vertrok, de tranen rolden over zijn wangenmaar ik bleef vastberaden.
Toch zag ik op een gegeven moment hoe zijn blik veranderde. Thomas pakte de vuilniszak en begon, met een ruk aan zijn mouwen, geconcentreerd al het afval te verzamelen dat hij kon vinden in de berm. Ik pakte een tweede zak en samen bogen we ons, vader en zoon, over het gras en het riet om jacky papieren bekers, blikjes en plastic te rapen. Binnen een halfuur was de berm weer schoon.
Terug in de auto vertelde ik Thomas rustig waarom deze les belangrijk was. Ik sprak over hoe we de natuur in Nederland schoon moeten houden, zodat iedereen kan genieten van de schoonheid van ons land. Ik gebruikte voorbeelden uit het park bij ons in Leiden; sprak over eenden en reigers. Het was begrijpelijk voor hem.
Toen hij mij vroeg waarom ik meedeed aan het opruimen, gaf ik eerlijk toe dat, als vader, ik waarschijnlijk niet duidelijk genoeg was geweest in mijn opvoeding. Als hij zijn papiertje uit het raam gooide, had ik ergens iets gemist en moest ik samen met hem boeten.
De jaren zijn voorbijgevlogen. Inmiddels is Thomas dertien en heeft hij twee jongere zusjes. Het maakt me trots te zien dat hij hen nu zelf leert hoe belangrijk het is om afval op te ruimen en zorgvuldig met de natuur om te gaan. Elke keer als ik dat zie, denk ik terug aan mijn eigen vaderJandie me dit inzicht ooit zelf bijbracht en mij steeds is blijven inspireren in mijn vaderschap. Zijn wijsheid blijft onbetaalbaar en het fundament waarop ik nu mijn eigen gezin opvoed.






