Ik kwam er net achter dat ik kanker heb.
Die ochtend stond ik op zoals altijd, met mijn to-do-lijst voor de bruiloft in mijn hand. Nog maar twee weken te gaan, en ik moest het menu met de cateraar nog bevestigen. Mijn telefoon ging net toen ik aan mijn ontbijt zat. “Mevrouw Van Dijk? Hier spreekt dokter De Jong. Kunt u vandaag langskomen om de uitslag van uw onderzoek te bespreken?”
Zijn stem klonk anders. Serieuzer. Mijn hart begon te bonken. “Kunt u het me niet gewoon aan de telefoon vertellen?” “Ik bespreek dit liever persoonlijk.”
In de spreekkamer zat ik met trillende handen. Wout had mee willen komen, maar ik zei dat het niet nodig was. Wat had ik het mis. “Gaat u zitten.” De dokter keek me niet aan. “De uitslag bevestigt borstkanker. Er is een tumor van drie centimeter.”
De woorden kwamen binnen als klappen. Kanker. Ik. 28 jaar oud. Twee weken voor mijn trouwdag. “Wat… wat betekent dit? Ga ik dood?” “Met de juiste behandeling zijn de vooruitzichten goed. Maar we moeten snel handelen.”
Ik liep de praktijk uit alsof ik op automatische piloot stond. Ik moest het Wout vertellen. De bruiloft afzeggen. Mijn ouders bellen. Mijn perfecte wereld stortte in.
Die avond, tegenover Wout in ons appartement, kwamen de woorden er niet uit. “Wat zei de dokter? Je ziet zo bleek.” “Wout, ik moet je iets vertellen.” Ik haalde diep adem. “Ik heb kanker.”
Zijn gezicht verstrakte. Hij sprong van de bank en omhelsde me. “We komen hier samen doorheen,” fluisterde hij tegen mijn haar. “Samen.” “Maar de bruiloft… we moeten alles afzeggen. De behandeling, de chemo…” Wout liet me los en pakte mijn handen. “Ben je gek? Juist nu wil ik met je trouwen. Meer dan ooit.” “Wout, je weet niet wat je zegt. Ik word ziek, kaal, zwak…” “In voor- en tegenspoed, weet je nog? Dat gaan we beloven.”
Die nacht huilde ik in zijn armen, maar voor het eerst sinds de diagnose voelde ik me niet helemaal verloren.
Twee weken later liep ik naar het altaar met een blonde pruik die mijn zus had uitgezocht. Mijn jurk zat wat los omdat ik van de spanning was afgevallen, maar Wout keek me aan alsof ik de mooiste vrouw ter wereld was. “Wil je Wout als echtgenoot aannemen, in voor- en tegenspoed?” vroeg dominee Van der Berg. “Ja,” zei ik, met meer kracht dan ik dacht te hebben. “Wil je Anne als echtgenote aannemen, in voor- en tegenspoed?” Wout kneep in mijn handen. “Ja, vooral in tegenspoed.”
De kerk vulde zich met nerveus gelach en tranen.
Die nacht, tijdens onze staycation-huwelijksreis omdat de behandeling snel zou beginnen, hielp Wout me mijn pruik af te doen. “Weet je wat het meest ironische is?” vroeg ik, terwijl ik in de spiegel keek naar mijn kale hoofd. “Wat dan?” “Dat ik dacht dat kanker onze perfecte plannen verpestte.” Ik draaide me naar hem toe. “Maar ik denk dat we nooit een eerlijkere bruiloft hadden kunnen hebben. Eéntje die echt was.”
Wout glimlachte en kuste mijn kale voorhoofd. “Perfecte plannen zijn overschat. Ik wil een imperfect leven met jou.”
Uiteindelijk verwoestte kanker ons liefdesverhaal niet. Het gaf het gewoon een ander begin. Eentje dat ons vanaf dag één leerde dat ware liefde niet gaat over de makkelijke momenten, maar over elkaar kiezen als alles moeilijk wordt.





