Mijn schoonmoeder heeft een karakter zo stug dat ze een baksteen zou kunnen overwinnen in koppigheid. Haar voortdurende gekibbel en bemoeienis met ons leven maakte het voor mij en mijn man lastig om ook maar een greintje rust te vinden. Ondanks haar afkeurende blikken moesten we, door wat ingewikkelde gezinszaken, na onze bruiloft toch maar bij haar intrekken.
Bezigheden bestonden vooral uit gezamenlijke bessenpluktochten in de Veluwe, zogenaamd voor de jamvoorraad. Maar geloof maar niet dat onze eigen familie ooit een potje van die jam zag: alles verdween in haar diepvries naast de bitterballen en haringen.
In het begin ging ik alleen met haar mee in het weekend, want door de weeks werkte ik gewoon. Maar na de geboorte van onze dochter Fenna, werd het bessen plukken zowat een dagelijkse verplichting. Mijn schoonmoeder stond erop dat we zonsopgang pakten, want dat was zogenaamd beter… terwijl we tot onze knieën in de muggen en modder stonden geen Goudse kaas en geen beschutting, maar wel menig prik.
Toen mijn man Joost eindelijk zijn moed bij elkaar raapte om te praten over onze zorgelijke financiën want ook wij konden wel een beetje extra steun gebruiken liep het uit de hand. Met een frons als een dijk van tien meter serveerde ze ons een soepje waar de vleesvulling zo zuinig was dat je dacht dat het rantsoen Tweede Wereldoorlog was. Gekrenkt en sip heb ik mezelf opgesloten in de badkamer, waar ik een potje heb zitten janken dat de mussen van het dak vielen.
Uiteindelijk besloten we een knus flatje in Utrecht te huren en apart van mijn schoonmoeder te gaan wonen. De opluchting was enorm: eindelijk wat ruimte voor onszelf en geen dagelijkse drama bij de koffie. Wel kwamen we af en toe op bezoek, maar ik weigerde steevast een kopje thee als stil protest. Ik denk dat ze prima snapt waarom, al verdenk ik haar ervan dat het haar worst zal zijn.
En wat denken jullie? Is het de norse schoondochter of de koppige schoonmoeder die hier het gelijk aan haar zijde heeft?






