Ik doe lekker waar ik zelf zin in heb

Ik ga het gewoon op zn Nederlands doen, goed? Nou, dus Geert, dat is de man van Marleen, werd ineens helemaal wild van het idee om een vakantiehuisje te kopen. Niet een beetje fantaseren, nee, echt vandaag bedenken, morgen wil hij gaan kijken!

Waar is dat toch goed voor, pap?! moppert hun zoon, Ties, terwijl hij met zijn lange lijf aan de keukentafel hangt. Zijn jeans zakken bijna van zijn heupen en bij zijn knieën zitten enorme gaten, waardoor je zijn magere benen zo ziet zitten. Geert ergert zich stiekem dood aan die broek, maar zegt niks. Pure geldverspilling, echt. Waarom niet gewoon lekker op vakantie zoals vroeger? Moet je nagaan hoeveel keer je voor dat geld gewoon een weekje Mallorca kan boeken!

Ik ga nergens heen met dat vliegtuig, dat weet je best. Krijg het al koud zweet als ik er een zie vliegen! Laat me nu maar, Ties, ik wil gewoon een eigen stek hebben. Zie het als de grillen van een oude man, maar ik wil een tuinhuis! Geert tikt met zijn vuist op tafel, half lachend. Gewoon zon schuurtje waar ik aan mijn oude kever kan rommelen, scheppen tegen de wand, barbecue bij het prieeltje, vrienden uitnodigen. Ach, je snapt er niks van! En hij zwaait even met zijn hand.

Marleen zit tegenover hem, keurig gekapt en altijd een tikje te netjes voor een tuinfeestje, klein van stuk alsof ze met gemak zon porseleinen danseresje in de vitrinekast zou kunnen zijn al is haar huid een stuk tintjes bruiner en haar haar jongensachtig kort. Ze doet alsof er niets gebeurt, roert rustig haar koffie in zon chique kopje, terwijl straks misschien wel twintigduizend euro uit hun spaarpot verdampt. Je weet toch, vakantiehuis betekent: nooit klaar, altijd kosten.

Mam! Zeg er wat van! Jij draait straks overal voor op! blijft Ties doordrammen. Hij rekende juist deze zomer op een scooter of een nieuwe telefoon, en nu begint zn vader ineens over een tuin!

Marleen neemt kalm nog een slok, zet dan haar kopje precies in het midden van het schoteltje, vouwt haar handen voor zich.

Ach, jongen toch, waarom maak je je zo druk? Je pa en ik zijn op een leeftijd dat je jezelf wel eens wat mag gunnen. Straks ga je vast en zeker het huis uit. Toch? Ze kijkt hem aan, een beetje plagerig, een beetje serieus, maar Ties weet eigenlijk niet zeker of hij dat nou wel wil.

Ik? Dat weet ik nog niet Maar dat is toch niet het punt! zucht hij.

Jawel, want straks krijg je je eigen leven jij naar de uni, wij een eigen tuinhuis, pa wordt lek gestoken door de muggen, en ik? Misschien ga ik eindelijk parachutespringen. Tijd om je dromen waar te maken, Ties. Nu kan het… Ze zucht een beetje en tuurt naar buiten. Ties wordt altijd gek als zijn moeder zo dromerig het raam uitstaart, alsof ze in zo’n eindeloos boek van Couperus zit. Nergens op slaan volgens hem.

Geert kijkt met een soort dankbare blik naar Marleen. Wat heeft hij toch geboft dat hij zon vrouw trof! Andere vrouwen stonden op de barricade naast hun zoon en begonnen over onkruid wieden en bloemen waar je op moet letten omdat je nagels anders breken, allemaal gedoe. Maar zijn Marleen, die is anders wijs, vrolijk, altijd zichzelf. Hij feliciteert zichzelf alleen maar weer met zijn goede keus.

Nou vooruit dan maar! Doe maar wat je wilt! Maar ik ga nergens heen, hoor! Ties staat op springen, zn dreads trillen bijna van opwinding, alsof ie even een egel wil nadoen.

En je gaat wel studeren? vraagt Marleen.

Ja, naar de universiteit, maar ik blijf hier wonen, hoor.

Nou Geert, dan moet het misschien een wat kleiner perceeltje worden, goed? Ze glimlacht en is dan alweer op weg naar haar werk. Kopje omspoelen, handtas, klaar.

Ties sloft dan ook maar de keuken uit, struikelt nog bijna over zn sportschoenen, zoekt de deur en verdwijnt naar zn kamer om te mokken over die scooter die er niet komt en een telefoon die sowieso alweer verouderd is.

“Mijn ouders zijn echt van het padje!,” bromt hij later tegen zn vriend Thijs, terwijl hij half in zn gameheadset hangt. “Pa wil een kneuterig tuinhuis, mam wil uit een vliegtuig springen, en ik? Ze wilden me zowat buiten zetten! Iedereen zn eigen droom, zeggen ze dan. Maar op hun leeftijd kom op zeg!”

Thijs sabbelt op zn broodje pindakaas en mompelt terug, maar het contact valt weg en Ties staart ontevreden naar buiten. Ouders zijn gewoon dinos toch? Die moeten over het leven en de dood nadenken, dromen zijn echt alleen voor Ties! En hoe nu verder, hoe leef je zonder spijt? Daar komt-ie zelf ook niet uit.

Ondertussen loopt Geert zingend door de gang terwijl hij zijn schoenen strikt. Ik moet mijn schoonmoeder bellen! denkt hij tevreden. Goed nieuws moet je delen. Zin in de discussie met Marleens moeder, Truus van Dijk, had hij minder die was nooit snel tevreden.

Zijn eigen ouders, Jaap en Hennie, wist hij al lang van zijn plannen. Die waren een en al support zelfs aangeboden wat spaargeld bij te leggen.

Ook Truus, Marleens moeder, vond het een topidee. Zie je nou wel, Geert, ik zei het je toch een huisje in de natuur is goed voor Ties. Lekker z’n eigen sla telen, hij moet naar buiten, niet in die stad in het uitlaatgas blijven hangen! Wij huurden altijd een huisje op de Veluwe, prachtig was dat!

Marleen denkt daar zelf toch anders over. Haar moeder vond nooit iets goed dichtbij huis; nee, het moest altijd een huisje in Friesland zijn, of ergens bij de Waddeneilanden. En dan ook niet licht bepakt in de auto, maar met busladingen vol spullen, alsof ze emigreerden! Truus kon niet uit een vreemd kopje drinken, sliep alleen in haar eigen lakens, dus werden die allemaal meegenomen. Meubels, stapels boeken, je kon het zo gek niet verzinnen. En zwemmen of vissen met haar was al helemaal uit den boze. Echt zitten in je nette kleren, thee drinken op het terras, en dan mijmeren: “Och, vorig jaar was de zomer toch wel beter”

Marleen mocht niet buiten de tuin ravotten, want straks krijg je teken en met de jongens uit het dorp voetballen of tikkertje doen was uit den boze “Dat hoort niet, en je jurk wordt vies”. Zelfs de aardbeien? Die moet je goed wassen voor je ze eet! Sjonge

En dus haatte Marleen het hele idee van vakantiehuisjes, net als jurkjes, strikjes, en sandalen met kant. Pas op haar achttiende, direct na haar eerste maand op kamers in Amsterdam, liet ze haar haar kort knippen en kocht eindelijk spijkerbroeken. Haar moeder kreeg bijna een rolberoerte.

Ze trouwde met wie ze zelf wilde, kreeg Ties de naam was al een puntje van discussie en fietste altijd met hem door het Vondelpark, gooide steentjes in de vijver “om te kijken hoeveel keer ze stuiteren”, en lag in het gras zonder zich zorgen te maken over mieren. Ze wilde leven zoals zij het wilde!

Vroeger wilde ze trouwens, net als alle stoere buurjongens, leren parachutespringen bij de club in het dorp naast die vakantiehuisjes maar dat mocht dus echt niet van Truus. “Springen uit een vliegtuig! Dat doe je toch niet, Marleen!” Ze had wel eens gepoogd om mee te glippen, maar de poort zat altijd op slot, bang dat struikrovers haar moeders porseleinen beeldjes zouden pikken.

Tot die ene keer dat haar moeders vriendin haar meenam naar het Rijksmuseum en haar vader thuis bleef met Marleen. “Kom, dit is je kans,” knipoogde hij. Ze reden naar het vliegveldje, Marleen in een sportoutfitje, mocht alles proberen en was zelfs klaar om te springen, tot de wind opstak en het werd afgeblazen. Haar moeder was die avond bij die vriendin blijven logeren groot gelijk ook.

Maar goed, die zomer veranderde er veel. Haar vader kwam erachter dat zijn vrouw een geheime vriend had, en sindsdien was het gedoe met huisjes en gedwongen familie-uitjes wel klaar.

Marleen deed daarna alles lekker zelf. Muziekschool? Geschiedenisles? Alleen als ze het zelf wilde. Ze liet haar haar nog korter knippen, liet zelfs een kleine tattoo zetten gewoon om Truus te plagen.

Haar vader vond het allemaal prachtig en gaf haar bloemen. “Niet nodig, pap!” foeterde ze. “Jawel, laat je oude vader maar,” lachte hij dan.

Van hem mocht ze zijn wie ze werd.

En dus, toen Marleen ouder werd, beloofde ze zichzelf: haar gezin zou nooit zo leven als haar ouders vroeger. Geen schijnvertoningen of verplichtingen. Geert snapte dat meteen: Als je ooit op me uitgekeken bent, zeg het dan. Geen geheimen, nooit.

En toen werd Ties geboren. Grootouders Anja en Pieter vonden hem klein en zwakjes (moet eigenlijk naar de kinderarts!” Of volgens Truus: Geef kruiden en een homeopaat!). Anja schrok zich een ongeluk. Truus was boos: Dat komt door haar vrije leventje! Typisch.

Voor Marleen was het allemaal nieuw, spannend, eng. Soms, midden in de nacht, schrok ze wakker naast Geert: Wat als ik een slechte moeder ben? Wat als Ties mij later gaat haten? Geert suste haar altijd. Jij bent écht, Marleen, Ties is gek op je. Echt.

Geert lag dan nog uren wakker, want stiekem was hij net zo onzeker. Hij kon niet klussen, was niet gespierd, hield keukengerei verkeerd vast. Maar Marleen had altijd vertrouwen in hem en dat gaf hem kracht.

Ze trouwden jong, direct na hun studie, en werden ouders voordat ze goed en wel geweest waren. Al die dromen uitstapjes maken, luierdagen op de bank, filmavonden werden even geparkeerd. Daar baalde Marleen van.

Zo wil ik niet leven, Geert! klaagde ze, moe van de slapeloze nachten met Ties. Haar vriendinnen gingen naar het Gardameer of het nachtleven in, terwijl zij alleen maar kon vertellen hoe je babys wiegt en spenen afleert. Was haar eigen leven nu afgelopen?

Geert bood aan om meer te doen (“Wil jij anders een dagje weg? Ik fix alles!”). En dus sprak Marleen af met haar vriendinnen: shoppen, even door het Vondelpark, misschien een wijntje, en dan… clubben.

Het werd laat, het werd wild, en ergens stond ze ineens in een steegje met een jongen die haar in haar nek kuste. Moeder in haar hoofd die toeterde dat het echt niet kon! en vader die bloemen aanreikte. Uiteindelijk voelde ze zich misselijk, stortte ze in, en haar vriendinnen brachten haar tegen de ochtend thuis. Geert stond in de gang slaapdeprivatie in zijn ogen, huilende Ties op zijn arm en haar moeder Anja was er ook nog.

Marleen sloot zich op met Ties en huilde.

Toen stond Geert op de drempel, serieus. Kijk Marleen, als jij echt denkt dat je niet alles hebt kunnen doen wat je wilde, ga dan maar. Ik hou je niet tegen. Maar dan is het wel definitief. En ik houd Ties bij me. Hij is nog zo afhankelijk. Ja, ik wil zelf ook weleens los, maar we zijn nu zijn hele wereld. Dat heet verantwoordelijkheid. Denk er maar over na.

Uiteindelijk verzwijgt Marleen niet meer waar haar verlangens vandaan komen. Ze wil niet meer leven ‘tegen haar moeder in’, maar omdat ze simpelweg zichzelf mag zijn.

Het is zwaar, soms bijna ondraaglijk, om je dromen langdurig uit te stellen maar Geert bleek een geweldige, wijze man. Zodra Ties groter werd, kwam er weer ruimte. Geert vond een leuk tuinhuisje ergens in Brabant, Marleen zocht een parachutecursus.

Geert deed stoer (“He, parachutespringen is niks aan, heb ik vroeger ook gedaan!”), maar had zich klem geschreeuwd van angst. Toch sprong hij samen met Marleen. Ties stond daar beneden met een camera, en ineens was alles overweldigend mooi. Daar in de lucht snapte Marleen: alles komt op z’n tijd als je het maar toelaat.

Een jaar later had Geert zijn stekkie vrienden over de vloer, barbecue op de veranda. En daar kwam Ties op een dag aan met zijn nieuwe vriendin, Lotte. Zij had óók altijd dromen, dacht dat je alles kon bereiken als je maar echt wilt.

“Klopt helemaal, Lotte. En als je echt gelukkig wilt worden, moet je soms dingen doen die je vroeger niet zag zitten. Wil je wat frambozen? Geert heeft een hele kom geplukt, en die blijven niet lang goed, hoor!”

Ze lagen samen in de hangmat, zomaar, de hele zomer.

En? vroeg Lotte Is het echt waar dat jullie uit een vliegtuig zijn gesprongen?

Ja, zeker! Marleen glimlachte.

Duurde het lang voor je durfde?

Ach, ik heb er mn hele leven op gewacht…

Dat is toch zonde, zei Lotte. Zo lang wachten. Ook als ik met Ties trouw, stop ik nooit met wat ik wil. Kiezen voor jezelf, altijd.

Zo dacht ik vroeger ook, lacht Marleen. Maar soms wil je ineens iets heel anders… Jij kunt prachtig tekenen, trouwens! Je moet daar echt weer wat mee doen.

Ja, dat deed ik vroeger om mijn moeder te plagen. Achteraf gezien dom, want ik mis het nu

Oh, ze roepen! Ties heeft een egel gevangen! Lotte springt op, op blote voeten naar haar vriend. Net zo chaotisch en vol ideeën als Marleen vroeger. Maar het komt allemaal goed, dacht Marleen. Zolang je niet alleen ‘tegen’ iemand leeft, maar ook voor jezelf kiest. Dat weet ze nu eindelijk.

Rate article