Hij Huurde een Heuvel in Limburg om 30 Varkens te Houden, Liet Alles Achter voor 5 Jaar – Toen Hij Terugkeerde Bevroor Hij bij Wat Hij Zag…

27 oktober 2023

Vandaag, vijf jaar nadat ik alles had achtergelaten, liep ik weer die oude heuvel op, net buiten Apeldoorn. In 2018 was ik, Bram van Dijk, 34 jaar oud en vastbesloten om een nieuw leven te beginnen, weg van de drukte. Met mn laatste spaargeld, plus een flinke lening van de Rabobank, huurde ik een stuk Veluwse heide bij boer Smit. Ik bouwde stallen, groef een bron en kocht dertig biggen.

Op de dag dat de eerste biggen arriveerden, keek mijn vrouw Femke me met haar grote blauwe ogen aan, nerveus én hoopvol. Wacht maar af, Fem. Over een jaar hebben we genoeg om een huis te bouwen, beloofde ik.

Maar de werkelijkheid was hard. Geen succesverhaal zoals die op tv, waar boeren binnen no-time financieel binnenlopen.

Na amper drie maanden sloeg een varkenspest toe in Gelderland. Eén na één werden varkensbedrijven geruimd. De lucht boven de hei stond vol met rook van gedwongen ruimingen. Sommigen verbrandden hun hele stal om verspreiding tegen te gaan.

Femke drong aan: Bram, verkoop ze nu het nog kan. Maar ik wilde volhouden. Dit waait wel over. We moeten even doorbijten, zei ik eigenwijs.

Door alle stress en slapeloze nachten was ik op. Ik belandde zelfs een week in het ziekenhuis in Deventer. Daarna herstelde ik bij de ouders van Femke in Friesland.

Toen ik terugkwam op de heide, waren de helft van de biggen gestorven. Varkensvoer was ineens tweemaal zo duur geworden. De Rabobank belde bijna elke dag: wanneer ik mijn aflossingen kwam betalen.

Elke avond, als de regen op het golfplaten dak van de stal kletterde, had ik het gevoel dat alles waarvoor ik had gewerkt, uit mijn handen glipte.

Na weer een nacht van zorgen besloot ik: Het is voorbij. Ik leverde de sleutel in bij boer Smit, en liep van de heuvel. Ik kon het niet aanzien hoe alles waar ik zo hard voor had gewerkt, instortte.

Vijf jaar lang keerde ik niet terug.

Femke en ik verhuisden naar Almere en vonden werk aan de lopende band in een fabriek. Een eenvoudig leven. Niet rijk, wel rustiger.

Als het over varkens houden ging, zei ik altijd met een wrange glimlach: Ik heb mijn euros aan de Veluwe gevoerd.

Totdat boer Smit onlangs belde. Zijn stem klonk vreemd. Bram, kom eens kijken bij je oude stal. Er is iets gebeurd.

De volgende dag fietste ik een uur richting de heide. De zandweg was overwoekerd met gras en jonge boompjes, alsof niemand er al een tiental jaar was langsgekomen.

Mijn hart klopte in mijn keel. Was alles ingestort? Of was er niets meer over?

Toen ik bij de stal kwam, moest ik stil blijven staan.

Het was niet de stal die ik achterliet. De daken waren volledig overwoekerd met klimop. De modderige hokken waren één geworden met de natuur. Bomen verhulden bijna het hele terrein; het pad was bijna niet meer te herkennen.

Maar dat was niet wat me verstijfde.

Er klonk gemompel en gesnuffel tussen het hoge gras. Knor knor…

Ik liep dichterbij en kon mijn ogen niet geloven.

Varkens. Niet slechts één of twee, maar hele groepen. Grote zeugen, zelfs met biggetjes.

Die dertig biggen die ik had achtergelaten waren uitgegroeid tot een complete kudde.

Dat kon toch niet waar zijn?

Smit kwam naast me staan. Ik zei het nog zo, zei hij. Ze zijn niet verdwenen.

Maar hoe dan? vroeg ik verbijsterd.

Een paar varkens ontsnapten destijds. Ik dacht dat ze het niet zouden overleven, maar kijk nou

Achter de stal bleek een klein beekje te stromen, verstopt tussen varens en bramenstruiken. Wilde aardappelen, eikels en paddenstoelen groeiden er omheen.

Ze leerden zichzelf redden, zei Smit. En ze bleven zich voortplanten.

Terwijl ik naar de kudde keek, knorde er een grote beer luid en kwam naar het hek. Roodbruin met een scheur in zijn oor mijn allereerste big.

Die herkenning voelde ik tot diep in mijn botten.

Alles waarvan ik dacht dat ik het voorgoed kwijt was, leefde.

Niet alleen nog in leven, maar volwassen geworden.

Smit keek me aan. En nu, Bram? Wat ga je doen?

Ik zweeg even. Mijn blik dwaalde over het land, de stal en de opgroeiende varkens, alsof de afgelopen vijf jaar niets hadden betekend.

Plotseling moest ik lachen. Echt lachen, voor het eerst in lange tijd.

Misschien is mijn droom toch niet over, fluisterde ik.

En daar, op die overgroeide heuvel bij Apeldoorn, besefte ik iets wat ik was vergeten:
Soms, zelfs als je een droom laat schieten, blijft die ergens op je wachten.

Rate article