Het kostte me vijftien jaar om te beseffen dat mijn huwelijk was als dat sportschoolabonnement waar je op 1 januari vol goede moed aan begint — eerst boordevol goede voornemens, daarna het hele jaar leeg.

Het duurde me vijftien jaar om te beseffen dat mijn huwelijk net zoiets was als een sportschoolabonnement dat je op 2 januari afsluit: vol goede bedoelingen in het begin, en daarna leegnet zo leeg als de Noordzee op een stormachtige woensdagochtend.

Alles begon op een volstrekt doorsnee dinsdag, waarbij de lucht boven Utrecht zachtblauw was, en ik moe thuiskwam na een dag tussen het toetsenbord en stroopwafelkruimels. Thuis lag hij languit op de bank, hand in een zak paprikachips, voor de derde keer dezelfde serie over wandelende klompen-zombies.

En het avondeten? vroeg hij, zonder zijn ogen van het scherm af te halen.

Bij mij sloeg er iets om. Zon klikgeluid, zoals wanneer je je laptop terugzet naar fabrieksinstellingen.

Geen idee, schatje. En het avondeten? kaatste ik terug, terwijl ik mn linnen tas op de grond liet ploffen.

Hij keek me aan alsof ik ineens Fries was gaan spreken.

Hoe bedoel je? Jij kookt toch altijd?

Oh ja? Kijk aan. Interessante observatie. Tot straksik ga uit eten met vriendinnen.

Zijn gezicht was als een gedicht. Eerder een limerick dan een sonnet. Kort, maar zeer geconcentreerd.

Die avond at ik gerookte makreel, dronk een glas witte wijn van Nederlandse bodem (niet slecht), en lachte tot mijn buikpijn veranderde in achtbaangevoel. Ik kwam om elf uur thuis. Hij had pizza besteld. De kinderen waren in extase.

Mam, waarom eten we niet altijd zo? vroeg de jongste, met currysaus op haar neus.

De week daarop ging ik een stap verder. Letterlijk.

Ik ga vrijdag naar Griekenland, zei ik tijdens het ontbijt, boven een beker karnemelk.

Hij verslikte zich bijna in zijn koffie.

Wat bedoel je, Griekenland? En de kinderen dan?

Die zijn bij jou. Jij bent toch hun vader? Ik vertrouw op je.

Maar ik heb vergaderingen! Echt belangrijke dingen!

Ik keek hem strak aan.

Dat is toevallig. De afgelopen vijftien jaar had ik óók belangrijke dingen te doen. En wonder boven wonder, het lukte me iedere keer. Jij met dat briljante verstand van je krijgt het vast ook wel voor elkaar.

En weg was ik. Solo. Of nou ja, met een verre nichtmaar dat doet er niet toe.

De eerste dag kreeg ik zeventien appjes:

Waar is het sportshirt?
Hoe werkt de wasmachine?
Moet spaghetti nou in koud of heet water?
Kunnen de kinderen cornflakes eten als avondeten?

Ik antwoordde op eentje:
Google is ook jouw vriend.

Op dag drie werden de berichtjes anders:

Ze willen weer kipnuggets.
Doen kinderen altijd zóveel huiswerk?
Waarom zijn er zoveel tienminutengesprekken?

Ik reageerde niet. Ik was bezigmet een koude cappuccino aan het strand bij een zonsondergang die naar Appelbollen rook, een boek waar niemand tussendoor mam! riep.

Toen ik thuis kwam, was het huis een orkaan in Delfts Blauw-versie. Sokken op het plafondtot op de dag van vandaag weet ik niet hoede hond, Moos, liep parade met een sok als muts, en mijn dochter Jessie had haar kamer paars geverfd met mijn lippenstiftcollectie.

En hij lag ineengedoken op de bank in foetushouding.

Je bent terug, piepte hij hees. Dank je.

Hoe ging het? vroeg ik, gebruind en kalm.

Ik snap niet hoe dóe je dit alles dagelijks? Dit is bovennatuurlijk.

Bijna een fulltime baan, toch?

Hij zweeg. Op tv gromden de zombies. Hij gromde een beetje mee.

Sorry, zweette hij eindelijk uit. Echt, sorry.

Sindsdien is er wat veranderd. Hij heeft leren kokendrie gerechten sort-of. Goed, twee-en-een-halve, want zijn pasta heeft een lichte crunch. Hij weet waar de wasmachine staat, hoe oudergesprekken werken, en dat Wat eten we? niet telt als hij niet kookt.

Ik ben elk kwartaal op pad. Soms solo, soms met vriendinnen. Altijd zonder schuldgevoel.

Vorige week vroeg buurvrouw Petra met wijd opengesperde ogen:
Laat jij je kinderen gewoon bij je man achter als je weggaat?

Dat klopt, glimlachte ik. Hij is hun vader. Niet de oppas.

Maar als het nou misgaat?

Dan leert hij het net als ik, toen ik alles alleen moest doen omdat hij belangrijke vergaderingen had in het café.

Ze knikte langzaam. Een maand later zag ik haar op Schiphol, ticket naar Italië in de hand.

Karma blijkt niet altijd een boze boeman. Soms is het een geduldige docent die je lessen bijbrengt waarvan je niet wist dat je ze miste. En als je niet leert? Dan krijg je verplicht bijles in Realiteitskunde.

Nu pocht hij zelfs bij vrienden dat hij vlechten kan maken in Jessies haar. Het lijken meer vissersknoopjes, maar het gebaar telt.

Gisteren vroeg hij:
Ga je binnenkort weer weg? Gewoon dat ik me kan voorbereiden.

Denk aan Portugal voor mijn verjaardag

Hij slaakte een diepe zucht van berusting.

Hoeveel dagen?

Tien.

Prima. Ik weet inmiddels waar de pleisters liggen.

Ik gaf hem een kus op zijn voorhoofdzoals je een dapper kind kust dat net een prik krijgt.

Ben ik de enige die vindt dat iedereen voor het huwelijk verplicht Huishouden 101 moet halen, of zijn er meer van ons?

Rate article