6 juni 2023
Vandaag moest ik echt even alles van me afschrijven. Soms begrijp ik werkelijk niet waar mensen het lef vandaan halen.
Zes jaar geleden hebben mijn man Pieter en ik een heerlijk zomerhuisje gekocht in de buurt van Giethoorn. Het was nog echt een bouwval toen, maar samen hebben we alles verbouwd met onze eigen handen. De tuin hebben we rustig aan aangepaktgeen uitbundige moestuin, maar wat rijen met komkommers, tomaten, verse kruiden zoals bieslook en peterselie, een paar uienplanten, wat courgettes en paprika. Gewoon precies genoeg om s zomers van te genieten, maar niet te veel werk.
We hadden het huisje gekocht van mensen die dol waren op fruitstruiken, denk ik, want er stonden al mooie struiken met frambozen en aalbessen, en er groeiden volop aardbeienplantjes. Vaak nam ik verse aardbeien, frambozen of aalbessen mee naar mijn werk in Amsterdam, om met collegas te delen. Iedereen vond dat natuurlijk fantastisch.
Dit jaar hadden we een nieuwe collega, Annemiek, die overkwam van een andere afdeling. Ze leek in het begin vriendelijk en opgewekt. Toevallig had ik net weer wat aardbeien meegenomen, dus ik gaf haar er ook een paar. Ze smulde ervan en begon enthousiast over de smaak. Daarna stelde ze veel vragen over mijn vakantiehuisje en de tuin. Ik vond het gezellig en vertelde haar alles.
Een paar dagen later kwam Annemiek ineens naar me toe. Haar dochter wilde graag met haar kinderen een paar weken naar buiten de stad, zo zei ze, en omdat mijn man en ik er toch een weekje niet zouden zijn, vroeg ze of ze de sleutels mocht lenen van ons huisje. Het zou zo goed zijn voor de kleinkinderenlekker frisse lucht, weg van het drukke leven in Utrecht. Ik vond het echt een brutale vraag en heb vriendelijk maar beslist nee gezegd. Annemiek keek meteen beledigd, maar liet het erbij.
Twee weken daarna sprak een andere collega, Marjolein uit Den Haag, me aan bij het koffieapparaat. Ze vroeg me doodleuk hoe ze het beste bij ons huisje kon komen. Ik vroeg verbaasd waarom ze dat wilde weten. Toen vertelde ze me dat Annemiek haar, en nog meer collegas, had uitgenodigd voor haar verjaardagsfeestje in óns zomerhuisje. Iedereen moest alleen zelf uitzoeken hoe ze er moesten komen.
Ik stond echt met mijn oren te klapperen. Met verbijstering ben ik naar Annemiek toe gelopen en vroeg wat ze van plan was.
Ze keek me vrolijk aan. Ach joh, wat maakt het uit, als ik mijn verjaardag daar vier? Het is maar voor één dag, niemand blijft er slapen. Je gunt het me toch wel?
Maar nee, ik gun dat helemaal niet. Dit huisje en die tuin betekenen veel voor mealle uren die Pieter en ik erin hebben gestoken, al het werk in de tuin. Wat als ze dwars door mijn bloemenperk lopen, de struiken kapot maken of de muren besmeuren?
En het ergste: ze had me niet eens gevraagd, laat staan uitgenodigd voor haar eigen feestje! Hoe durf je zoiets te regelen buiten de mensen om van wie het huis is?
Ik heb het haar duidelijk laten weten dat het niet doorging. Annemiek was weer beledigd, maar dat interesseert me inmiddels niets meer. Al die jaren deel ik graag mijn fruit met collegas, maar niemand is zo schaamteloos geweest als zij. Sommigen snappen echt niet waar de grenzen liggen.
Vanavond ga ik weer naar Giethoorn. Even mijn hoofd leegmaken tussen de struiken, met een verse aardbei.






