“Een verrassingsactie van je ex”

Verrassing van de ex

Jeroen, wacht nou! riep Marlies uit het open raam.

Maar haar vriend hoorde haar al niet meer.

Hij was al in zijn Volkswagen Polo gestapt en draaide de sleutel in het contact. Marlies greep haar mobiel en stoof de deur uit.

Terwijl ze als een wervelwind de trap af stormde van de vierde verdieping helemaal naar beneden belde ze hem wanhopig, tevergeefs. Jeroen nam niet op.

Ze dacht aan maar één ding: Ik moet hem nog tegenhouden!

De goden waren haar toch aardig gezind, want toen Marlies buiten aankwam, stond Jeroen nog steeds met zijn motor te pruttelen. Toen hij haar zonder jas naar buiten zag stuiven, keek hij eerst verbaasd, draaide het raampje omlaag en zei: Wat is er, je ziet eruit alsof je een geest gezien hebt!

Onder… onder je auto…

Marlies was zo buiten adem dat ze niks zinnigs meer uit kon brengen. In plaats daarvan viel ze op haar knieën in de vieze drabsneeuw en kroop onder de auto door, giechelende buurvrouwen ten spijt.

Jeroen stond er met zn handen in zijn jaszakken ongemakkelijk bij te kijken. Toen Marlies weer tevoorschijn kwam, hield ze een nogal haveloze, broodmagere kater in haar armen.

Mar, wat dóe je nou weer? Is dit een of ander straatcabaret? Ik moet naar mijn werk!

Er zat een kat onder je auto! Ik zag hem net uit het raam en ik was bang dat…

Een kat? Jeroen grijnsde. En daarvoor vlieg je zo naar beneden? Tjongejonge…

Jij denkt zeker dat katten niet willen leven? Marlies keek hem boos aan.

Nou, als dat beest wilde leven, was hij wel weggelopen toen hij mn auto hoorde starten. Hij had niks te zoeken onder die Polo. Zonde van je spijkerbroek, trouwens.

Hij kón niet weg! hield Marlies vol, terwijl ze de kat beschermend vasthield. Kijk dan, hij heeft nog geen kracht om te miauwen.

Ach, Mar, goed gedaan. Je hebt een kat gered. Neem lekker een stroopwafel thuis en plaats een bericht op Instagram. Ik ga, tot vanavond!

Ze keek hem zwijgend na Jeroen, de held op sokken die haar altijd zo charmant had gevonden, maar nu vooral opviel door gebrek aan gevoel. Op iets als katten had hij sowieso weinig op met zijn nuchtere West-Friese roots, maar zo ongevoelig was nieuw voor haar.

Thuis trok ze snel wat warms aan, tikkie versaagd, pakte haar tas en belde een taxi voor een rit naar de dierenarts. Ja, want OV en haveloze katten: niet ideaal.

Waarheen, mevrouw? vroeg de taxi-chauffeur vriendelijk.

Naar de beste dierenpraktijk die je kent. Het is nogal dringend. Hij heeft hulp nodig!

Geen zorgen hoor, ik ken dé plek, zei hij. Daar halen ze dode honden letterlijk van het asfalt en zetten ze weer in elkaar.

Vijftien minuten later zat Marlies zwetend in de wachtkamer tussen een bont gezelschap huisdieren en baasjes.

Wat is er met dié van jou? vroeg een oma met een Schapendoes.

Ik vond hem net onder een auto, in de kou… waarschijnlijk zat hij daar heel de nacht al.

Ach gos, in de kou? Jij mag voor hoor. Wij hebben alleen controle met Woutertje. Ga maar lekker snel.

Eindelijk mocht Marlies met kat (die toevallig nog naamloos was) bij de arts op consult. De stress sloeg haar om het hart. De arts deed onderzoek en stuurde haar daarna de gang weer op voor uitslagen. Traag kropen de minuten voorbij.

Jeroen belde een paar keer, maar Marlies drukte m weg. Geen tijd voor zijn aardappelsaladehumor nu.

Mevrouw, sprak de dierenarts later serieus, ik begrijp dat u m op straat vond? Tja, hij heeft onderkoelingsverschijnselen. Maar dat is niet alles: deze kat is een wandelend medisch dossier. Behandeling duurt lang. En goedkoop is het niet… Kunt u dat echt opbrengen, zon verantwoordelijkheid?

Marlies keek in de ogen van de kater (nu vol overgave Biscuit genoemd, voorlopig in haar hoofd, maar dat wist de arts gelukkig niet).

De kat smeekte niet, zeurde niet, keek haar alleen dankbaar aan. Alsof hij wilde zeggen: Geef je het op, geen probleem.

Ik doe het, zei Marlies vastbesloten. Ik zorg voor hem, desnoods zn hele leven.

Mooi, knikte de dierenarts. Hij blijft twee weken bij ons, daarna krijgt u een behandelplan mee voor thuis.

Dank u wel, echt, stamelde Marlies, bijna in tranen.

Nee, u bedankt. Zulke mensen zijn er te weinig tegenwoordig.

Ze aaide de kat, beloofde dat ze terug zou komen, en hij probeerde zelfs voor het eerst zacht te miauwen.

Marlies kwam pas tegen de avond thuis, doodmoe en klaar om niks meer te doen behalve domweg slapen, want morgen moest ze weer werken.

Maar wie wachtte daar, ongeduldig: Jeroen. En het was duidelijk geen goede bui.

Waar zat jij? Ik heb tig keer gebeld. Wat is dat nou?

Sorry, het was gewoon een loodzware dag. Ze zette haar jas weg en zette ondertussen Jeroens sneakers zoals altijd achteloos in de gang recht.

Hè? Jij had toch een vrije dag? Of ben jij tegenwoordig gemeenteraadslid? Wat heb je uitgespookt?

Ik zat bij de dierenarts. Met de kat van vanochtend, weet je wel?

Welke kat? O wacht! Die uit mijn Polo? Je bent toch niet serieus de hele dag met zon straatkat bezig geweest?

Wat maakt het uit of het een straatkat is. Hij had hulp nodig.

Nou, ik heb honger en niemand die me eten geeft. Kwam thuis, geen eten, geen vrouw. Goh, romantisch.

Jeroen, je bent geen kleuter. Er liggen bitterballen in de vriezer, joh. Had je die kunnen bakken. Ik weet best dat je van pulled pork houdt, maar ja, honger? Probeer maar.

Ik ben geen zwerver, hoor, dat ik diepvriesbitterballen ga eten! Ik heb de hele dag gewerkt. Mag toch wel wat verwachten? mopperde Jeroen, t typische voorbeeld van Hollandse verwendheid.

Marlies, al die tijd al aan het eind van haar Latijn, zuchtte diep en ging dan toch maar eten voor hem maken. Iets met aardappelen, want dat ging er altijd wel in.

Twee weken later mocht ze eindelijk Biscuit (nu officieel Mirko) ophalen bij de dierenarts. Ze had alles al gekocht voer, kattenbak, krabpaal maar voor Jeroen hield ze het nog even stil.

Die avond gebeurde het dan: Jeroen stuitte op de kat, en zijn hoofd werd tomaatrood.

Jij hebt die kat dus écht mee naar huis genomen? Ben je wel goed bij je hoofd, Marlies? Of ben je gezwicht toen je onder mn auto lag?

Rustig nou, ik ben gewoon verantwoordelijk voor hem.

Wat heb je allemaal uitgegeven aan die kat? Mijn autokosten zijn al niet misselijk!

Maakt dat uit? Het is mijn geld. Jij koopt trouwens nooit boodschappen, maar eten lust je wel.

Die ouwe Golf vreet olie als stroopwafels en ik heb het druk op werk! Waarom draai je het altijd om? Het gaat nu over háár… sorry, over dat beest!

Hij heet Mirko.

Je hebt hem een naam gegeven? Marlies, serieus, je moet naar een psych moeten.

Die nacht sliep Marlies alleen. Gelukkig had ze een appartement met twee kamers. Ze lag te woelen en peinsde maar door. Jeroen, altijd mopperend, steeds botter, steeds eisender hoe lang hoopte ze nog dat het goed zou komen?

Toch vond ze dat iedereen één kans verdiende. Zelfs Jeroen.

Maar nee. Hij hield niet op met zijn drama om Mirko. Altijd weer: Dat beest hoort buiten. Tot ze hem, ergens halverwege een chagrijnige dinsdagavond, eindelijk recht aankeek:

Jeroen, ik hou niet van je. Jij niet van mij. Tijd om uit elkaar te gaan, klinkt verstandig toch?

Wat probeer je te zeggen?

Morgen pak je je spullen en zoek je een ander optrekje. Ik wil rust en Mirko blijft. Dit is mijn huis.

Je haalt een zwerfkat in huis zonder mij te vragen, en ík ben degene die drama zoekt? Hoe ben je zo geworden?

Als jij niet kunt leven met Mirko erbij, zoek je iemand zonder kat. Of ga lekker je eigen huis kopen. Kun je daar wél tiranniseren.

Dat was dat. Jeroen ving het signaal op, maar hij twijfelde nog.

Die ochtend pakte Jeroen langzaam zijn spullen. Marlies duwde hem een beetje op, want met zijn slakkengangetje werd het niks. Ondertussen belde haar baas:

Marlies, schat, ik wéét dat je vroeg vrij had gevraagd, maar kom alsjeblieft even langs, het is chaos!

Marlies keek met een vermoeide glimlach naar Jeroen, die zwijgend zijn laptop en gereedschap van het balkon wurmde.

Echt niet handig nu, maar ik kom eraan… Gewoon de sleutels in de brievenbus, graag!

Op haar werk was ze snel klaar, dus binnen drie kwartier belde ze alweer een taxi.

Hoi, met jouw kat nog alles goed?

Ze keek verbaasd naar de chauffeur en grinnikte toen ze hem herkende. De dierenambulance, zeg maar.

Dank je, hij is veilig. Mag ik snel naar huis?

Komt voor de bakker! zei de chauffeur.

In het portiek checkte ze direct de brievenbus. Geen sleutel. Geen Jeroens Polo in zicht ook.

Boven kwam ze er pas achter waarom: haar voordeur zat op slot. Toen ze binnenkwam, zag ze dat álles van Jeroen weg was: tas, computer, gereedschap pleitte.

Hij kon niet eens fatsoenlijk zijn sleutels in de brievenbus gooien, zuchtte ze. Slotenmaker bellen maar.

Maar toen ze in de slaapkamer keek, stond ze stil. Geen Mirko. Geen reismandje, niks. Ze riep, doorzocht elke kamer tevergeefs. Opeens wist ze het: Jeroen had Mirko meegenomen.

Jeroen, ben je helemaal gek geworden? Waarom heb je Mirko meegenomen?! snauwde Marlies in haar telefoon.

Nou eh… beschouw het als een afscheidscadeautje, Marlies! Als je smeekt, denk ik erover na hem terug te geven!

Weet je wel wat je doet? Mirko heeft speciaal voer nodig!

Hij hing op, onversneden Hollands. En zij bleef achter, snikkend en woedend tegelijk: waar moest ze zoeken? Waar bracht hij Mirko heen?

Jeroen was oorspronkelijk van een dorp waar hij nooit over sprak en waar hij haar (uiteraard) nooit had voorgesteld aan zijn moeder. Ze wist niks over zijn oude adres. Haar hoofd tolde. Die nacht sliep ze geen minuut.

De volgende dag ging Marlies naar zijn werk geen Jeroen. Hij heeft een paar dagen vrij genomen, meldde de baas. Is er wat?

Ze legde in grote lijnen de situatie uit en de baas beloofde haar in te lichten zodra Jeroen weer opdook. Terug op straat trommelde Marlies moedeloos met haar vingers.

Liften, meisje? riep haar oude taxiheld weer.

Mag ik naar huis? zei ze mat.

In de taxi rinkelde haar mobiel. Onbekend nummer.

Hallo?

Met Anna, dag Marlies. Jeroen logeert bij ons, hij werkt met mijn man. Maar eh… hij heeft zijn kater meegenomen en ik vind het niks. Hij zit te zuipen en bralt tegen iedereen dat die kat jou straks weer thuisbrengt. Maar die kat… zooo zielig, je moet hem ophalen!

Hij mag echt niks anders eten, hoor, alleen speciaal voer. Anders gaat het mis.

Ik gaf hem al iets, maar hij wil niks. Kom je hem halen? Ik hou niet van nare types als Jeroen en dat beestje kan er niks aan doen.

Geef het adres, ik kom eraan!

Ze gooide het verhaal op tafel bij haar taxisjamaan, die alleen grinnikte en de kortste route naar het andere dorp uit zijn hoofd improviseerde. Meteen bij aankomst rende Marlies de trappen op, haalde Mirko uit zijn mand, bedankte Anna uitbundig, en stapte eindelijk opgelucht weer bij de taxi in.

Toen de flat waar Mirko gevangen had gezeten uit het zicht verdween, stortte Marlies snikkend haar hart uit tegen haar goedlachse chauffeur. Om alle lieve mensen: de oma, de taxichauffeur, Anna. Zolang zulke mensen bestaan, wint het goede altijd.

Wil je dat ik even blijf? Het geval dat Jeroen je stalkt? vroeg de chauffeur.

Graag! zei Marlies.

Diezelfde dag belde ze de slotenmaker. Victor (want zo heette de taxiheld) hield Mirko gezelschap, die dankbaar op schoot lag te spinnen.

Veel dankbare appjes verder zat Marlies eindelijk weer rustig thuis. Victor en Marlies vouwden langzaam hun vriendschap open tot iets moois; liefde groeit soms op de meest onverwachte plaatsen.

En nu even over Jeroen. Die werd diezelfde middag uit Annas huis gezet nadat hij tegen haar schreeuwde. Haar man gaf hem nog wat Hollandse souvenirs: een blauw oog.

Op werk kreeg Jeroen prompt te horen dat ie z’n eigen vertrekbrief mag schrijven. Nee, dat snapt hij tot vandaag de dag niet.

Moraal: Karma volgt ook in de polder zn eigen fietspad. Behandel dieren menselijk. En voor mensen geldt dat ook nog steeds, in 2024.

En zo leefde Marlies nog lang en gelukkig, met Mirko en hopelijk zonder schoenen in de gang, want sommige dingen veranderen nooit.

Abonneer je op het leven je weet immers nooit welke verrassing je ex voor je heeft.

Rate article