Wat een verhaal, luister nou
Lieke, alweer? Hoe vaak nog, joh? Ik werk alleen nog maar voor jouw kat!
De kat, die Lieke probeerde in de reismand te krijgen, worstelde zich uit haar armen, plofte met een doffe klap op de laminaatvloer en schoot met een dramatisch gehuil de hoek van de gang in. Je zag aan alles: Loekie, zoals Lieke hem met een veel te chic naam ooit Balder had genoemd, was vastbesloten zijn leven duur te verkopen. Althans, zo vond Bart Liekes vriend. Bart vond dat die kat al veel te oud was, maar ja, loekie hoorde gewoon bij de familie.
Loekie woonde inmiddels al bijna tien jaar bij Lieke. Hoe oud hij precies was, wist ze eigenlijk niet. Ze had hem ooit gevonden, gewoon op straat, niet als schattig katje, maar als volwassen kerel jong nog, zeiden ze bij de dierenkliniek tegen Liekes moeder.
Daar stond Annelies, Liekes moeder, op een gure herfstdag met haar dochter én omslagdoek-met-kat bij de dierenarts:
Help hem alsjeblieft!
Waar heb je dat beest vandaan? vroeg de assistente met een gezicht alsof er een dode rat op de balie lag. Het is gewoon een straathond eh, straatkat!
Wat maakt dat nou uit! Hij is van mij! Help hem nou, zie je niet hoe slecht hij eraan toe is? Mijn geld is toch niks minder waard dan dat van al die fancy kattenmensen hier?
Annelies kon fel worden en had haar hart op de juiste plek. Ze liet zich nooit zo makkelijk wat vertellen. Alleen zijn is één ding, maar een kind opvoeden zonder hulp én nog twee bejaarde ouders erbij, dat is een tweede. Helemaal op het salaris van een peuterleidster in Rotterdam. Daar word je vanzelf scherp van, kan ik je melden.
Ze kon stevig van zich afbijten, maar het mooie aan Annelies was dat ze dat nooit schreeuwend of kwaad deed. Ze had altijd het juiste argument waardoor zelfs de grootste mopperkont ineens het achterste van zn tong liet zien. Als iemand boos werd, duurde het niet lang of Annelies luisterde zó goed, dat de boze persoon iets over zichzelf begon te vertellen klagen over het leven, zorgen om geld, de standaard narigheid. En Annelies die knikte, leefde mee, luisterde, en vaak kwam er een bedankje en een sorry achteraf.
Ze had het talent mensen écht te horen. Misschien, dacht ik wel eens, werkten haar oren net iets anders.
Behalve bij haar eigen familie, want dáár wilde het nooit echt lukken. Echtgenoot? Die was vlak na de bruiloft al gevlogen volgens oma Yolande had hij het nog vrij lang uitgehouden. En pijn deed het wel, die grapjes van haar moeder, maar daar kon Annelies inmiddels wel om lachen.
Bleek na een paar maanden dat er een baby kwam Lieke dus. Waar haar moeder Liekes oma dus zich grote zorgen over maakte: “Waarom pik je zon last op je schouders, Annelies? Je bent jong, best knap wie weet komt het allemaal goed nog, maar als je nu een kind krijgt je eindigt op boterhammen met pindakaas. Veel te duur, kinderen!”
Mam, leven wij dan niet al zo?
Juist, Annelies! En wat is daar nou leuk aan geweest?
Maar zodra Annelies het zich eenmaal had voorgenomen, kon ze niet meer terug. Dan kon je op je kop gaan staan, maar geen haar op haar hoofd dacht eraan om haar dochter op te geven.
Het was uiteindelijk oma die haar steunde. Die ineens op een zaterdagochtend kwam aangelopen met haar nette sjaal en een oude geborduurde theedoek waarin een dikke stapel serieus veel euros lag:
Gewoon doen, meisje. De rest los ik wel op.
Blijkt dus dat opa stilletjes het oude familiehuis in het dorp had verkocht en met die overwaarde kon er ineens een klein appartementje in Utrecht gekocht worden.
Je kan veel meer dan je denkt, Annelies.
Dat was het begin van alles: eigen plek, verbouwing, een vers likje verf alles aunaleiding van oma. Die jongens van de klusbrigade werden gek van haar, want iedere cent is in Nederland even belangrijk weet je wel! En toen baby Lieke kwam, precies iets te vroeg, maar kerngezond, was iedereen opgelucht.
Die kleine Lieke was uniek. Zachtaardig, maar geen makkelijke kreeg altijd haar zin, als ze maar lang genoeg bleef aandringen. Lieke wist precies, ook als peuter al, hoe ze haar moeder moest bespelen: eerst lief neusje wrijven, dan slimme vraag: Mam, mag ik twee snoepjes NA het eten? En ja hoor, kreeg ze na het leeglikken van haar bord.
En zo groeide Lieke op, met een moeder, oma en zelfs opa die uiteindelijk naar de stad kwam verhuizen, omdat oma langzaam ziek werd. Je kent het wel: ziekenhuizen, bezorgde artsen, te weinig hoop. Net in die tijd kwam Loekie in hun leven.
En dat was een drama, want die dag was Lieke zelf bijna zoekgeraakt. Ze kwam van school, nam de route langs het parkje, en poef weg was ze. Iedereen zocht ouders, opa, schoolvriendjes nergens te bekennen. Totdat ze kelderde in huis, sniffend en met zon beet van medelijden op haar gezicht dat zelfs Annelies stil werd.
Maar hé, Lieke had Loekie gered stinkend nat beest uit elkaar getrokken door een paar honden. Ze was alleen maar bezorgd om hém.
Dus op naar de dierenarts. Een flinke rekening, zo eentje waarvan je er net een raspoes van kunt kopen, maar zonder na te denken rekende Annelies af. Soms moet je gewoon je hart volgen, zei ze tegen zichzelf.
En thuis, met amper geld op zak want je weet hoe het is, eind van de maand, alles op, en dan moet er ook nog aan medicatie én aan cadeautjes voor Lieke geschaafd worden werd er gestoeid met wat belangrijk was.
Mam, ik hoef geen cadeau. Mag Loekie mijn verjaardagscadeau zijn?
Tja, dan smelt je toch?
En gek genoeg paste alles. Loekie werd het perfecte huisdier, vond zijn plekje bij omas voeten en was, na al die jaren, helemaal gewend aan warme bankjes en liefde om zich heen.
Het was zelfs Loekie die hielp Annelies haar baan als juf op te zeggen eindelijk de stap wagen naar een beter betaale oppasbaan bij een welgesteld gezin. Vanaf dat moment kwamen de nieuwe banen vanzelf. Altijd werk zat, want in Nederland waardeert men een goede oppas meer dan goed goud.
En s avonds thuis dan kroelde Annelies nog even met Loekie zn oortje: Bedankt, ouwe vriend. Zonder jou
Lieke werd volwassen, ging naar de middelbare school en later naar de hogeschool. Opa en oma gingen, zoals het leven loopt, achter elkaar heen maar Loekie bleef. Hij troostte Lieke, hield haar gezelschap, en zorgde zelfs dat hun huis, met al haar herinneringen, altijd als thuis aanvoelde.
Daar brengt Lieke op een dag haar nieuwe vlam, Maarten.
Wow, Lieke, wat een ruimte! En eh wat bromt daar?
Want ja hoor, Loekie vond Maarten maar niks. Die bromde en sprong als een malle op onverwacht bezoek af. Maarten hield niet van katten en deelde die kleine sneren.
Na een jaar trouwden Lieke en Maarten toch. Maar al snel kraakte er iets tussen hen. Commentaar op Liekes eten (“Wat is dit, soepwater? Geen echte erwtensoep!”) en venijn over de kat tja, dat ken je misschien wel.
Je bent niet goed, Lieke! Ik geef nog niet zóveel geld uit aan een kat!
Loekie hoort bij de familie, Maarten.
Dan niet bij de mijne!
En op het moment dat Lieke ontdekte dat ze zwanger was, escaleerde het. Loekie werd erger ziek, had meer zorg nodig, en Maarten duldde hem niet meer.
Lieke, die altijd kalm bleef, sprong dit keer uit haar slof: Als Loekie weg moet, ga ik mee!
Ze gooide de sleutels uit Maartens zak, wees naar de deur en zei: Het is klaar. Ik wil niet leven met iemand die zo makkelijk anderen uit zn leven zet. Jij hoor mij niet, je begrijpt niet wat écht belangrijk is.
Dus Maarten pakte zijn spullen en liet Lieke met Loekie achter.
Zonder pardon trok Lieke de stoute schoenen aan en vroeg, met Loekie in de reismand: Zullen we gaan, ouwe vriend? Tijd voor verandering. Eerst jij beter worden, dan zien we wel verder.
Loekie knapte op en leefde nog een poosje door. En toen kwam er een dochtertje, Sanne, die Loekie net zo innig in haar hart sloot als Lieke ooit. Sanne mocht alles bij die kat; hij was haar supernanny, haar trooster en haar beste vriend. Lieke dacht heel even eraan haar dochter naar haar moeder Annelies te vernoemen, maar die vond het geen goed idee: Overleg dat maar met Maarten. Jullie gezin mag dan niet meer samen wonen, maar je dochter zal altijd van jullie allebei zijn.
En weet je het werkte. Sanne kreeg twee huizen, twee knuffelkonijnen, eentje bij mama, eentje bij papa, en bergen liefde van beide kanten.
Misschien zijn volwassenen wat ingewikkeld, maar kinderen begrijpen instinctief: liefde is niet op te delen, die kan altijd precies genoeg zijn voor iedereen.
En Loekie, die ouwe deugniet, bleef er tot het eind bij, zonder ooit zijn geheimen prijs te geven.
Want in een huis waar een moeder lief is voor haar kind, worden vanzelf alle kittens gelukkig dat is in Nederland niet anders dan waar dan ook. En als Sanne straks zelf moeder wordt, zal ze, net als generaties vrouwen voor haar, met een nat washandje over het bolletje van haar baby wrijven en zachtjes zeggen: Hoi, kleintje. Ik heb zo naar je uitgekekenWelkom thuis.
Want dat is wat bleef: geen grootse dingen, geen dure spullen, maar een kring waar altijd íemand je naam kent en je verhalen bewaart, zelfs al zijn die soms een beetje buiten de lijntjes gekleurd. Op een dun streepje zon in de middag, bij een kop thee, zou Lieke later glimlachen om Loekies oude slaapmand, nu gevuld met knuffels van Sanne, en fluisteren: Eigenlijk zijn we toch nooit verdwaald geweest.
En als er buiten weer een vreemde kat langs de stoep sloop, keken moeder en dochter elkaar aan. Wisten ze het zeker: redden zit in je bloed.
Zo bleef het huis open voor poezenpootjes, verloren mensen en alles daartussen een plek waar zelfs de grootste brombeer tot rust kwam.
En misschien, heel misschien, had Loekie dat altijd al geweten.






