Dorpsleven…

Vroeger, in een dorpje vlakbij het Friese platteland, groeide Anneke Veenstra op de oudste dochter in een groot gezin. Anneke was een flinke meid, met stevige schouders en een lengte waar de meeste jongens jaloers op waren. Toen ze nog een meisje was, probeerden de kinderen uit de buurt haar verschillende bijnamen te geven: De Reus, Lange Anne, of soms iets dat aandeed als spot. Maar geen naam bleef hangen, want Anneke kon altijd voor zichzelf opkomen.

Toen ze ouder werd, en haar speelkameraadjes dus ook, verdwenen de pesterijen vanzelf. Men waardeerde Anneke als betrouwbare vriendin, altijd klaar om iemand te helpen. En bovenal stond ze bekend om haar rechtvaardige karakter en haar goedhartigheid. Of het nu om een kind of een dier ging, Anneke had voor ieder mededogen. Wie anderen kwaad deed, kon rekenen op haar ferme optreden.

Als oudste thuis kreeg ze niet vaak de aandacht of genegenheid van haar ouders. Anneke was meestal aan het zorgen voor haar broertjes en zusjes, vaak ten koste van haar eigen plezier. Toch deed ze het goed op school en was ze bovendien altijd in voor een wandeling door het dorp met haar vriendinnen. Het was pas toen ze zestien was dat ze haar moeder, Maria, voor het eerst openlijk vriendelijkheid hoorde uitspreken.

Op een avond werd haar jongste broertje Ties erg ziek. Hij huilde al nacht na nacht en wilde nergens van weten. Alleen in de armen van Anneke vond hij rust en sliep hij eindelijk diep. Toen ging Maria naast haar zitten, woelde door haar blonde haar en zei zacht: Wat ben je toch een schat, meisje van me. Ga maar gauw even slapen, ik hou Ties wel vast als hij wakker wordt.

Anneke schudde haar hoofd. Mama, jij bent al helemaal op. Ik neem het wel vannacht, ik ken mijn lessen al en als het te moeilijk is, kan ik best een dag missen. Beter dat jij uitrust, want morgen is het weer aan jou.

Maria legde haar hand op Anneke’s arm, tranen van vermoeidheid in haar ogen. Wat ben je toch groot geworden zonder dat ik het doorhad. Altijd bezig met de kleintjes, met het huishouden… Ik heb je misschien tekort gedaan, kind.

Anneke werd er warm van. Ma, zo voel ik dat helemaal niet. Ik wist altijd dat je van ons hield. Natuurlijk had ik meer verantwoordelijkheden als oudste, maar ik had óók meer vrijheid.

Wat voor vrijheid bedoel je dan? vroeg Maria.

Als ik mijn taken had gedaan, mocht ik altijd buiten de sloten struinen met mijn kleine broertje en zusje als ik Veerle en Siebe maar meenam. En vriendjes uit het dorp kwamen graag mee, hoor. Jan uit de boerderij bracht altijd speelgoed en de meiden wilden graag helpen met de kinderwagen. Het werd vanzelf gezellig.

Dat komt omdat jíj zo bent, glimlachte Maria. Maar kom, laten we proberen Ties in bed te leggen.

Toen Anneke haar broertje probeerde neer te leggen, begon hij meteen te huilen. Anneke schudde haar hoofd en hield hem tegen zich aan, tot de zon opkwam.

Omdat geen van beiden sliep, raakten moeder en dochter aan de praat. Tantes kwamen ter sprake; vooral Greetje, Marias zus. Zij had Anneke aangeboden om in Leeuwarden bij haar te komen wonen, zodra ze verder wilde studeren.

Hoe verschillend levens verlopen: Maria trouwde jong, bleef altijd in het dorp, haalde een koksdiploma en werkte in de lokale schoolkantine. Greetje had juist alle dorpen achter zich gelaten, was econoom geworden bij een groot bedrijf en bleef altijd vrijgezel. Ondanks dat, voelde Anneke zich bij Greetje altijd heel welkom samen naar het park, naar een lunchroom, slenteren door de stad.

Nou meisje, als dat is wat je wilt, zal ik je niet tegenhouden, zuchtte Maria. Anneke voelde een opluchting. Ze wist dat het voor haar ouders zwaar werd zonder haar hulp, maar haar pad moest verder gaan.

De tijd vloog. Anneke slaagde voor haar eindexamen en werd toegelaten tot de universiteit in Groningen. Ze maakte vrienden, en haar natuurlijke vriendelijkheid zorgde ervoor dat ze met iedereen overweg kon.

Elk weekend kreeg ze pakketten uit het dorp vol worst, eieren en zelfgemaakte kaas. Tante Greetje vond het altijd wat overdreven, maar de studenten in het huis zagen haar door hun hongerige magen als een ware heldin. Er werd vaak een ware dis georganiseerd met Annekes lekkernijen.

Zoals dat ging, kregen haar vriendinnen al gauw verkering. Anneke bleef wat langer vrijgezel, maar voelde er geen verdriet om. Toen, aan het einde van haar vierde jaar, ontmoette ze Eduard.

Bij een studentenfeest, waar iedereen wat meenam, sjouwde Anneke twee volle boodschappentassen in de tram naar het huis van haar vrienden. Haar behulpzame maatje, Jurjen, stelde haar voor aan Eduard. Hij was charmant, kon goed omgaan met vrouwen, en kleedde zich graag modieus. Opvallend net, met hippe schoenen en een opvallend jasje, tegenover Annekes nuchtere, klassieke stijl.

Ze merkte dat hij haar aardig vond, maar veel liet hij niet merken. Jurjen sprak hem er op aan.

Je kijkt wel heel vaak naar Anneke, zei Jurjen, ze is nog single hè.

Ja, ze is tof, gaf Eduard toe, maar hij liet het daarbij.

Jurjen grinnikte. Wat houdt je tegen?

Eduard zwijmelde. Ze is wel héél dorps… Past ze wel bij mijn vrienden? Zij zijn meer van de cappuccino en avocado op toast.

De vriendschap tussen Anneke en Eduard werd hechter, maar serieuzer? Anneke hield zich in zolang hij haar niet als vriendin voorstelde, hoorde intimiteit er voor haar niet bij.

Op een dag kreeg Eduard een telefoontje van zijn buurvrouw: zijn broertje was samen met vrienden een puinhoop aan het maken thuis.

Ik ga met je mee, zei Anneke.

Eduard sputterde tegen, maar Anneke hield voet bij stuk. Thuis aangekomen loste Anneke in no-time de situatie op. Ze praatte met de buurman, schudde Eduards broertje eens flink wakker en had het huis in een oogwenk weer aan kant. Eduard keek toe, verbaasd en bewonderend. Zij kon alles aan.

Vanaf die dag vroeg Eduard zich af of zijn wereldbeeld niet te klein was. Anneke was anders maar wellicht precies wat hij nodig had.

De maanden erna werd hun band nog sterker. Anneke leerde Eduards ouders kennen, en iedereen vond haar meteen sympathiek. Ze vonden een routine samen; Anneke vond een goede baan, en Eduard trok bij haar in. Anneke hield van degelijke, Hollandse kost. Evenmin hield ze van opsmuk, en zelfs in een restaurant bestelde ze het liefst stamppot en haring in plaats van risotto of quiche.

Langzaam begon Eduard te beseffen dat hun verschillen knaagden. Hij miste zijn oude vrienden, het stadsleven. Anneke voelde dat hij weggleed en stelde voor om te praten, maar Eduard wist het zelf ook niet.

Op een dag kwam Anneke vroeg thuis. Ze hoorde vanuit de keuken stemmen Eduard en Jurjen, in gesprek. Nieuwsgierig bleef ze luisteren.

Je hebt goud in handen, man, hoorde ze Jurjen zeggen. Wat mis je dan?

Ze is zo dorps, Jurjen. Ik voel me ongemakkelijk Ze is zo groot, zo anders. Eduard zuchtte diep.

Als ze je niet past, moet je eerlijk zijn.

De woorden sneden door haar ziel. Anneke voelde zich klein, ondanks haar lengte. Stilletjes pakte ze Eduards spullen in. Toen hij haar even later vond, wees ze naar de tassen. Dit is niet langer jouw thuis.

Eduard drong aan, probeerde alles goed te praten, maar Anneke bleef sterk. Hij vertrok. Ze huilde die avond om alles wat verloren was.

Met hard werken, een nieuwe indeling in haar huis en een vakantie naar het ouderlijk huis, vond Anneke zichzelf terug. Terug in de stad, met nieuwe energie, kwam ze Eduard weer tegen bij haar flatgevel met een bos bloemen hij smeekte haar om terug te komen, maar ze voelde niets meer.

Later ontmoette ze Michiel, een oprechte en solide man. Met hem bouwde ze aan een echt thuis. Eduard probeerde haar nog regelmatig op te zoeken, maar Anneke keek alleen maar vooruit en was dankbaar voor haar wortels, haar karakter, en dat ze zich nooit had laten veranderen.

Rate article